dáár is vrijheid
… waar de Geest des Heeren is (2 Kor. 3:17)
Er zijn weinig echt bevrijde christenen. Ook oprechte gelovigen zijn vaak nog zo gebonden aan het theologische denksysteem dat ze van hun kerk, van hun dominee, hebben meegekregen.
Lees de Bijbel niet met een zonnebril
Zij durven nauwelijks te getuigen van die wonderbare rust die ze van Christus hebben gekregen, van die heilszekerheid die in hun harten zingt door de Geest die hen gegeven is en die in hen roept: Abba, Vader! (Gal. 4:6). Soms wordt het hen bijna te machtig. Dan zouden ze het wel uit willen scheeuwen: Ik weet dat mijn Verlosser leeft. Maar ze komen er niet toe. Een vreemde macht dringt die woorden in hen terug. Dat is de macht van de groep, die dat niet toestaat. Ofschoon de Bijbel ons voortdurend oproept om te vertellen wat God aan ons, zondige mensen, in genade heeft willen doen, wordt zo iets in die kringen als aanmatiging gebrandmerkt.
Het Woord Gods is als een zon, waarin de heiligheid Gods ons tegenstraalt, maar waarin tegelijk verklaard wordt dat God liefde is, eeuwige ontfermde liefde in Jezus Christus, Zijn Zoon die Hij voor ons gegeven heeft tot een verzoening voor onze zonde. Maar in sommige kringen wordt het kerklid gedwongen om een zonnebril op te zetten, wanneer ze de Bijbel gaan lezen. Daardoor wordt alles somber en donker. Daardoor verstomt de lofzang op de uitbundige genade Gods in Christus.
Zing van wat in u leeft!
In andere kringen wijst men zulk een eenvoudig en warm getuigenis af, omdat dit ziekelijke bevinding zou zijn. Te bent toch gedoopt, je bent toch in het Verbond, zo redeneert men daar. Hou je aan die zekerheid. Al wat daar bovenuit gaat, is uit de boze, of in elk geval verdacht.
Ook in die kringen zijn er gelovigen die het daar moeilijk mee hebben. Elke zondag horen ze daar een dominee op een zakelijke manier de meest verwonderlijke dingen verkondigen: een God die ons eigenlijk allemaal verdelgen moest in gerechtvaardigde gramschap, maar die Zijn armen in vaderlijk mededogen naar ons uitstrekt en die Zijn eigen Zoon heeft gegeven om ons te redden van de eeuwige ondergang die wij hadden verdiend.
Die gelovigen zeggen met hun hart daar ten volle amen op. Maar ze kunnen maar niet begrijpen dat hun dominee nu nooit eens zijn strakke exegetische betoog doorbreekt en eens heel eenvoudig tegen zijn gemeente zegt: „Gemeente, wat zijn wij toch bevoorrecht; elke dag sta ik daar weer verbaasd van; elke dag dank ik daar de Heere voor".
Waarom nooit eens dat heel persoonlijke? Waarom dat zware, dat dogmatische, dat onpersoonlijke? Christus is toch onze grote Geliefde. J e kunt toch niet als een begrafenisondernemer bij Zijn graf staan of als een bediende die serveert aan een gezelschap dat de bruiloft viert.
Wij zijn toch mede gekruisigd en mede opgestaan mét Christus. We zijn daar toch diep persoonlijk in betrokken. Dat is toch evenzeer een bijbelse waarheid. Waarom mag dan aan die waarheid geen gestalte worden gegeven? Waarom moeten we als predikanten (en als gemeenteleden) altijd doen alsof het in het Evangelie gaat over zakelijke gegevens die ons slechts worden medegedeeld? Waarom mogen we ons hart niet laten gaan. Waar het hart vol van is, loopt de mond van over, zeggen We. Waarom gaat dat niet op van hen die zich gekocht weten door het bloed van Christus? Waarom moeten zij angstvallig de vreugde van hun leven, hun enige troost voor elkaar verbergen?
Onder de macht van de ideologie
Andere kinderen Gods moeten samenkomen onder een prediking, waar het woord Evangelie nog wordt genoemd. Maar daar wordt een Evangelie verkondigd, waar het hart uit is gesneden. Daar wordt de naam van Christus nog wel genoemd, maar wordt de Christus der Schriften niet meer verkondigd. Daar moet de verkondiging plaats maken voor de dialoog. Vermaat schrijft daarover in zijn prachtige boek: „Christus of ideologie" (uitg. De Banier, Utrecht, 514 blz. ƒ 35,—; kan ook bij ons besteld worden; in dat geval graag ƒ 4 ,— porto- en administratiekosten extra, dus totaal ƒ 39,— ) :
Dialoog betekent dat het „ja" en het „neen" zoveel mogelijk tot elkaar worden gebracht. Men zoekt in de dialoog het compromis, de synthese In de dialoog zoekt men he4 eigen geloof met hulp van ideologische of godsdienstige bijdragen te verrijken. De nadruk valt op de „gemeenschappelijke elementen". De synthese welke men dan bereikt is bijvoorbeeld dat de kerken gebouwen gaan afstaan voor hindoe- of moslimdiensten of dat men komt tot gebedsdiensten samen met mensen die een ander geloof aanhangen of dat christenen worden opgeroepen aktief mee te strijden in zgn. „bevrijdingsbewegingen" niet alleen door deze financieel te steunen, maar ook door daaraan zelf deel te nemen. (p. 463).
Christus bevrijdt
Het hart van de gelovigen schreit onder zulk een prediking. Ze worstelen met de vraag : Kan ik nog langer lid van zulk een kerk blijven? Maar als zij menen toch nog in die kerk te moeten blijven, kan dat alleen maar wanneer ze daar hun profetisch getuigenis laten horen. Wie dat niet doet, zal door deze ideologische prediking geïnfekteerd worden. Maar juist dat getuigenis is voor hen zo moeilijk. Het wordt gekraakt als ongezonde navel-staarderij, als egoïstisch bezig zijn met het eigen zieltje. Men verwijt hen dat zij geen oog hebben voor de grote problemen van de wereld, terwijl zij juist weten dat hét grote probleem van de wereld is het zondige, zelfzuchtige mensenhart dat alleen door Christus kan worden genezen.
Vermaat schrijft daar verder over :
De keuze voor Jezus Christus is een vreugdevolle zaak. Het is een zaak waar men van mag en kan en moet getuigen, waar het hart van overstroomt. Het is een toebehoren aan een rijk dat niet „beter' 'of „volmaakter", maar volstrekt anders is - een geheel andere dimensie. Degenen die bevrijd zijn, zijn vreugdevolle mensen die anderen in deze bevrijding willen laten delen.
Een bevrijding die de totale mens in zijn totale existentie betreft: ziel, geest en lichaam. Dat is het positieve van deze bevrijding, het „ja" in Jezus Christus. Het is het positieve dat niet met revolutionair geweld tot stand wordt gebracht, maar dat alleen wordt geschonken. Uit genade. Dat hebben de geweldigers die het koninkrijk ook nu weer met geweld nemen, niet begrepen, (pag. 465).
Alleen dan zijt gij waarlijk vrij…
„… indien de Zoon u zal hebben vrijgemaakt" (Joh. 8:36). Geef u daarom over aan Hem. Zie niet op mensen, maar op Hem, „de overste Leidsman en Voleinder des geloofs" (Hebr. 12:2).
Zeker, we moeten luisteren naar elkaar. We kunnen Gods Woord, en dus ook Christus zelf, slechts ten volle begrijpen door ernaar te luisteren „samen met alle heiligen" (Ef. 3 : 1 8 ) . Maar al is de gemeenschap der heiligen een door God geboden middel om de diepten van de Schrift te verstaan, dat neemt niet weg dat de Schrift zelf de laatste en eigenlijke norm blijft. De gemeenchap der heiligen is slechts een middel dat de Heere gebruikt om ons tot een dieper verstaan van de Schrift te brengen. Die gemeenschap der heiligen wordt echter vaak overwoekerd door de ideeën van de groep waatoe men behoort. Zodoende wordt het meer een gemeenschap van mensen die tot die kerk of die kring behoren, dan een gemeenschap van gelovigen die weten dat ze bij Christus behoren. Dan kan zulk een gemeenschap eerder een belemmering worden voor het volle verstaan van de Schriften dan een hulpmiddel.
Geniet van de vrijheid die Christus u geschonken heeft. „Staat dan in de vrijheid waarmee Christus ons heeft vrijgemaakt en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen" (Gal. 5:1).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1977
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1977
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
