In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

HOE WORDT U VERVULD MET DE GEEST?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HOE WORDT U VERVULD MET DE GEEST?

14 minuten leestijd

Een antwoord daarop vinden we alleen in de Bijbel. Allereerst dan: hoe wordt u NIET vervuld met de Heilige Geest?

Niet door werken, maar door geloof

Dus niet door beter uw best te gaan doen. Dat wijst Paulus uitdrukkelijk af in de brief aan de Galaten: „Die u de Geest verleent en krachten onder u werkt, doet Hij dat uit werken der wet of uit de prediking van het geloof?" (Gal. 3:5).

Niet door de werken dus, maar door het geloof. Wilt u vervuld worden met de Heilige Geest, dan moet u meer gaan geloven.

Maar wellicht antwoordt u dan: Ik kan niet meer geloven, want het geloof, dus ook de vermeerdering van geloof, is een gave Gods.

Dan wijs ik op de bede van de hoofdman: „Ik geloof, Heere, kom mijn ongelovigheid te hulp" (Markus 9:24). Dat is het ware bidden: jezelf in je gebrekkigheid en zondigheid voor de Heere uitspreken, voor Hem je onmacht en wellicht ook je onwil neerleggen. Dat is ook de weg naar de verhoring. De Heere verhoort immers de ootmoedige bidder, die niet pleit op iets in zichzelf, ook niet op zijn geloof.

Door het Woord

Wel zien we in de Bijbel dat de vervulling met de Geest zich vaak voltrekt na de handoplegging. Dat zien we bv. bij de gelovigen in Samaria. Daar had Philippus het juiste Evangelie gepreekt, een broeder die innig in gemeenschap met de Heilige Geest leefde; zie Hand. 8:29, 39. Maar de Heilige Geest „was nog op niemand van hen gevallen, maar zij waren alleen gedoopt in de Naam van de Heere Jezus. Toen legden zij (Petrus en Johannes) de handen op hen en zij ontvingen de Heilige Geest" (Hand. 8:16-17).

U ziet echter dat de prediking eraan was voorafgegaan. Het Woord had het voorbereidende werk gedaan. (Merkwaardig is dat Petrus op de pinksterdag zegt: „Bekeert u en eenieder van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus tot vergeving der zonden en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen". Daar volgt de gave van de Heilige Geest blijkbaar wél meteen op de Doop in de Naam van de Heere Jezus).

Dat de handoplegging echter niet een noodzakelijke voorwaarde is, zien we in het geval van het gezin Cornelius. Daar gebeurt de vervulling met de Heilige Geest rechtstreeks door het Woord, zonder handoplegging: „Als Petrus nog deze woorden sprak, viel de Heilige Geest op allen die het Woord hoorden" (Hand. 10:44). Overigens werden ook de discipelen op de pinksterdag vervuld met de Heilige Geest zonder enige voorafgaande handoplegging; wél echter na lang gebed. Dat zien we ook bij Cornelius: „Voor vier dagen was ik vastende …"; „God gedurig biddende" (vs. 30 en vs. 2 ).

Persoonlijk …

Ik dacht dat het toch goed was om aan deze bespreking vanuit de Bijbel iets persoonlijks toe te voegen. Ik meen dat dat geheel ligt in de lijn van de verhalen over hen die in het Nieuwe Testament vervuld werden met de Geest. Zij konden en wilden daar niet over zwijgen. We lezen dat ook in het geval van Cornelius en de zijnen: „En de gelovigen die uit de besnijdenis waren, zovelen als er met Petrus waren gekomen, ontzetten zich dat de gave des Heiligen Geestes ook op de heidenen uitgestort werd. Want zij hoorden hen spreken in vreemde talen en God groot maken" (vs. 45-46).

Ik weet dat ik mij kwetsbaar maak, wanneer ik iets van mijn eigen beleving vertel. Dat deed Petrus ook, toen hij op de pinksterdag zich door de Heilige Geest liet drijven in de grootmaking van God, en toen hij daarna de toegestroomde menigte striemde met zijn woorden: „Deze (Jezus)… hebt gij door de handen der onrechtvaardigen aan het kruis gehecht en gedood" (Hand. 2 : 2 3 ) . Men had hem toen ook voor de voeten kunnen werpen: „… en diezelfde Jezus hebt u, Petrus, enkele weken geleden onder ede verloochend".

Maar God wil geprezen worden door zondige mensen. Wij worden niet vervuld met de Heilige Geest, omdat wij beter leven dan de anderen; niet door werken, maar door geloof … opdat niemand roeme (Ef. 2:9).

Wanneer wij eenvoudig aan elkaar vertellen, dat de Heere ons vervuld heeft met Zijn Geest, dan maken we Christus groot als de waarmaker van Zijn Woord en van de profetie van Johannes de Doper: „Want Johannes doopte wel met water, maar gij zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen" (Hand. 1:5). Zie ook Hand. 11:16.

Leg uw oor te luisteren op het Woord

Toen ik in de Bijbel begon te bemerken dat mensen wel tot geloof in Christus waren gekomen - denkt u maar aan de apostelen en aan de gelovigen in Samaria - en toch nog niet de volheid van de Geest hadden ontvangen, begon ik mij af te vragen: Is dat bij mij misschien ook zo? Versta me dus goed: ik twijfelde er niet aan dat ik een kind van God was; daarvoor had ik al te persoonlijk en al te levend Christus in mij ervaren als mijn Zaligmaker vanuit het Woord Gods, vooral vanuit Joh. 6:47.

Maar als ik mijn oor te luisteren legde op de Schrift, dan kreeg ik sterk de indruk en later zelfs de zekerheid dat de apostelen op de pinksterdag een diepe ervaring meemaakten van de Heilige Geest die ze van te voren niet hadden, ook al waren zij oprechte gelovigen, zodat Jezus zelfs tot hen zei: „Ik heb u vrienden genoemd" En: „Gij zijt nu rein om het woord dat Ik tot u gesproken heb" (Joh. 15 : 15, 3).

De Geest van het Woord in mij

Ik ben toen veel gaan denken over wat de Heilige Geest Zelf over Zich zegt in het Woord dat Hijzelf geïnspireerd heeft d.i. in de Bijbel. En steeds meer begon ik Hem als de heilige Adem Gods te bespeuren in het Woord. Het was alsof de woorden van de Bijbel begonnen te vloeien, in beweging kwamen.

En als ik dan de Heilige Geest werkzaam zag in het Woord, dan ervoer ik diezelfde Geest in mij. Ik ervoer Hem als een Persoon, niet als Iemand die rechtstreeks tot mij sprak zoals dat het geval was bij Philippus: „En de Geest zeide tot Philippus: Ga toe en voeg u bij deze wagen" (Hand. 8:29). Ik ervoer Hem indirekt als Iemand die in mij spreekt en die met mijn geest getuigt dat ik een kind van God ben (Rom. 8:16).

Die vervulling met de Geest is in mij gegroeid vanuit het Woord; het was dus niet een plotselinge ervaring zoals bij Cornelius, op wie de Geest ineens viel, terwijl Petrus aan het spreken was. En die ervaring groeit nog steeds in mij door de open houding naar het Woord.

De Geest is beweging

Dat blijkt uit vele uitdrukkingen in de Schrift, reeds in het Oude Testament.

„Toen kwam de Geest des Heeren op Jephta dat Hij Gilead en Manasse doortrok" (Richt. 11:29). „En de Geest des Heeren begon hem (Simson) bij wijlen te drijven in het leger van Dan" (13:25). „Toen werd de Geest des Heeren vaardig over hem (Simson) dat hij hem (de jonge leeuw) vaneen scheurde" (14:6). Zie ook 14:19 en 15:14. „En het mocht geschieden … dat de Geest des Heeren u (Elia) wegnam, ik weet niet waarheen" (1 Kon. 18:12). Vergelijk dat met: „De Geest des Heeren nam Filippus weg … maar Filippus werd gevonden te Azote" (Hand. 8: 39-40). „Zo viel dan de Geest des Heeren op mij" (Ez. 11:5). „Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten" (Jes. 44:3). „Ik zal uitstorten de Geest der genade en der gebeden" (Zach. 12:10).

Is de Geest van het Nieuwe Testament een andere dan Die van het Oude? Nee, luistert u maar naar wat Petrus zei op de pinksterdag; „Maar dit is het wat gesproken is door de profeet Joel: En het zal zijn in de laatste dagen, (zegt God) Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren en uw jongelingen zullen gezichten zien en uw ouden zullen dromen dromen" (Hand. 2).

En ook elders in het N.T. lezen we steeds dat zij op wie de Geest valt, in beweging komen. Ook in het N.T. wordt de Geest steeds gekarakteriseerd als een heilige Beweging, als de scheppende en herscheppende Adem Gods, die ook Zelf alles in beweging zet.

Zo heb ik ook zelf de Heilige Geest in mij mogen ervaren. Het is alsof Zijn golven diep door mij heen trekt. Hij haalt alles in mij naar boven en zet heel mijn ziel onder een heilige stroom. Door en in Hem zie ik de levende Christus. Hij zet mij in beweging naar Christus toe. Hij dringt mij 'tot de verkondiging van de grote daden Gods in Jezus Christus.

Ik ervaar Zijn „onuitsprekelijke zuchtingen" (Rom. 8:26) in mij. Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid voert mij tot de aanbidding van de Vader en de Zoon. Hij brengt mij tot de lofzang van de genade, doordat Hij, tegen elke aanklacht van mijn geweten in, blijft getuigen dat ik in Christus kind van God ben.

Die Geest voert mij ook binnen in de heerlijkheid van het Vaderhuis. Die Geest doet mij roepen: „Abba, Vader" (Rom. 8:15) met Hem mee, want ook Hij roept in mij: „Abba, Vader!" (Gal. 4:6).

Wanneer ik merk dat Niemand minder dan de Heilige Geest in mij getuigt dat ik kind van God ben, dan heb ik een neiging om terug te deinzen en het uit te schreeuwen: Dat kan niet! Ik ben toch immers aards, zondig, gering in alle opzichten. Hoe kan ik dan zozeer in de heerlijkheid Gods worden opgenomen dat ik er kind aan huis word en de heilige God, de Koning van het heelal, mag aanspreken met de vertrouwelijke naam: „Abba, Vader"? Ja, Petrus zegt zelfs dat wij „aan de goddelijke natuur deelachtig worden" (2 Petr. 1:4), wanneer wij tot geloof in Christus zijn gekomen.

Maar de Geest van Christus houdt mij vast. Hij wil immers Christus groot maken in en door verloste zondaars. Hij is het ook die in mij dat besef van onwaardigheid voortbrengt, opdat ik daardoor met des te meer kracht zal roemen in de onverdiende genade, in de onbegrijpelijke barmhartige liefde, die God ons door en in Jezus Christus betoont.

„Uw ouden zullen dromen dromen"

Ik reken mijzelf ook tot de ouden (ik ben al 61). En ook ik heb mijn dromen, dromen over het Godsrijk, over een geweldige opwekking die komen gaat, over de belofte: „Ik zal water gieten op de dorstigen en stromen op het droge" (Jes. 44:3), over het dal met de dorre doodsbeenderen en over de geest die van de vier windstreken komt aanwaaien en in de doden blaast en hen tot leven wekt (Ez. 37). Ook ik heb mijn dromen over de bekering van Israël, al zie ik er nog bijna niets van.

Ook ik speur mee met de profeten van Oude en Nieuwe Testament, zoekende naar wat de Geest in hen wilde aanduiden, toen Hij ervoor zorgde dat dit alles op Schrift werd gesteld (1 Petr. 1:10-12). Ik heb nu „deze dingen" voor mij in de Schrift van „degenen die u het Evangelie verkondigd hebben door de Heilige Geest die van de hemel gezonden is; in welke dingen de engelen begerig zijn in te zien".

Zijn het alleen dromen? Zullen ze nog eenmaal werkelijkheid worden? Zal er een grote herleving komen in de kerken van Nederland? Ik blijf mijn dromen dromen en bidden om de verwezenlijking. En ik kan alleen maar ootmoedig tot de Heere zeggen, wanneer ik Zijn stem hoor: „Wie zal ik zenden?" hetzelfde wat ook Jesaja antwoordde: „Zie, hier ben ik; zend mij heen" (Jes. 6:8). Ik weet dat de Heere mij de bereidheid heeft gegeven om, wanneer Hij mij de bazuin aan de mond brengt, die ook te blazen en Gods volk samen te roepen tot een nieuw verzamelen, niet in een nieuwe kerk, want kerken zijn er al genoeg, maar tot een nieuwe beweging, de beweging van Zijn Geest. En overigens mag ik reeds nu op allerlei wijze meewerken, opdat de bazuin des Heeren, de bazuin van Zijn Woord, geen „onzeker geluid" (1 Kor. 14:8) laat horen.

Die dromen zijn anders dan wat Paulus schrijft over zijn „opgetrokken worden in de derde hemel". Ik heb de indruk dat wat Paulus daar schrijft, in het verlengde ligt van wat Johannes te aanschouwen kreeg op het eiland Patmos en wat we nu voor ons hebben in het boek Openbaring. Maar het dromen van de dromen van pinksteren zijn voor alle ouden beloofd. Door die dromen worden ook wij telkens opgetrokken naar de hemel, waar wij reeds ons burgerrecht hebben. Maar diezelfde Geest die ons doet dromen, voert ons steeds weer naar de zondige werkelijkheid, waarin we leven, en roept ons tot profeteren „tegen dit verkeerde geslacht", tegen de geest van de wereld, de geest van de revolutie en van de menselijke zelfgenoegzaamheid in onze tijd.

Wilt u vervuld worden met de Geest?

Ik herhaal: grijp dan naar de Bijbel. Daarvoor is niet genoeg dat u elke zondag de kerkdiensten bezoekt.

Het is mij overigens een raadsel, hoe wij die Bijbel zo goed als ongebruikt thuis kunnen laten liggen, terwijl Christus zegt: „Die (de Schriften) zijn het die van Mij getuigen" (Joh. 5:39). Wie laat de brieven van zijn of haar geliefde ongeopend liggen? Als wij Christus liefhebben, dan kan het niet anders of wij zoeken steeds meer van Hem te weten te komen in de Schriften die van Hem getuigen.

In die Schriften getuigt ook de Geest over Christus. In het Woord bespeur je de bewegingen, de vaart van de Heilige Geest, Zijn Geest-drift die naar Christus uitdrijft.

Maar dan moet die overdenking van de Schrift niet opgaan in een studie alleen. Elke poging om door middel van studie alleen door te dringen tot de heilige kern van het Woord is gedoemd tot mislukking.

Je moet bovenal luisteren naar het Woord. Leg je hart op de Bijbel. Alleen dan hoor je het kloppen van de Heere Jezus (Openb. 3:20) en het roepen en de zuchtingen van de Heilige Geest. Alleen dan neemt Zijn adem je mee, neemt je in Zich op, verwarmt je, verlicht je en vult je met Zijn kracht van omhoog.

Wees ootmoedig!

Wilt u vervuld worden met de Heilige Geest? Bid dan dat de Heere u moge schenken een geest van diepe ootmoed, een besef van volkomen onwaardigheid. Doordring er uzelf van dat u op geen enkele wijze de gave van de Geest verdienen kunt. Pleit enkel op de belofte: „En gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen".

Durf u ook onvoorwaardelijk aan dé leiding van de Geest over te geven. Dat valt niet mee. We willen onszelf graag zo lang mogelijk in handen houden. We willen nuchter blijven. We zijn vuurbang voor de ziekelijke geestdrijverij, waarover we gelezen hebben in de geschiedenis en waarover we gehoord hebben in onze tijd en die we misschien van dichtbij hebben meegemaakt. Je durft je niet overgeven aan de Heilige Geest, want ze zouden ook van ons spottend kunnen zeggen: „Zij zijn vol zoete wijn" (Hand. 2:13), of vertaald in onze tijd: Hij lijkt wel overspannen. Daar zal een psychiater aan te pas moeten komen.

Maar de Geest deelt Zijn gaven uit „gelijk Hij wil" (1 Kor. 12:11), niet gelijk wij willen. En als wij al van te voren aan Hem willen voorschrijven, hoe Hij ons wél of niet moet vervullen, dan moeten we niet denken dat de Heilige Geest daarop ingaat. Hij eist terecht van ons een onvoorwaardelijk vertrouwen in Zijn leiding. Hij laat Zich niet door ons de wet voorschrijven. Hij heeft Zich gebonden aan het Woord Gods, maar niet aan onze zondige wensen. Hij is soeverein.

Onderzoek uzelf of u zich misschien veel te gewichtig voelt. Het geloof heeft iets van het kind (Mat. 18:3). Wij moeten allerlei geheime clausule's die ons listige hart wil stellen, schrappen.

Maria zong daar reeds van: „Hij heeft machtigen van de tronen afgetrokken en nederigen heeft Hij verhoogd. Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld en rijken heeft Hij ledig weggezonden" (Lukas 1: 52-53).

Daal af van uw (kerkelijke) troon. Leg af uw zelfvoldaanheid alsof u reeds alles hebt, alsof u geestelijk niets meer leren en ontvangen kunt. Beschouw uzelf niet als een heel belangrijk persoontje op kerkelijk of geestelijk gebied. Kom als een hongerige naar de Heere der barmhartigheid. En Hij zal ook u vervullen met Zijn heilsgoederen, en bovenal vervullen met Zijn Heilige Geest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1977

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

HOE WORDT U VERVULD MET DE GEEST?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1977

In de Rechte Straat | 32 Pagina's