In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

DE GEEST EN DE WET

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE GEEST EN DE WET

5 minuten leestijd

De Heilige Geest voert ons binnen in de wonderbare wereld van het Woord. Door de Geest alleen kunnen we dit kroondomein des Heeren betreden.

Dat geldt ook in bijzondere mate wat betreft de wet Gods, zoals die aan ons in het Woord wordt ontvouwd. Dat geldt de wet zoals God die dwingend oplegt aan de natuur, maar ook de wet die Hij voorschrijft aan de mens. Een prachtig voorbeeld daarvan is psalm 19.

De muziek van de ruimte

In het eerste gedeelte wordt de schoonheid van de schepping bezongen. Maar je merkt meteen: hier is geen romantische natuurbewonderaar aan het woord, maar een diep gelovig mens. Hij ziet achter al die pracht de luister van Hem, die het voortbracht.

„De hemelen vertellen Gods eer en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk". Die sprake Gods in het heelal kan in onze tijd nog veel meer vernomen worden dan vroeger. We weten thans dat het heelal gevuld is met een bijna onvoorstelbaar groot aantal sterren, die ieder afzonderlijk weer planeten en manen hebben. Dat getal is namelijk 1 plus 21 nullen, op zijn minst.

Duizelingwekkend is de ruimte van de kosmos. En elke ster heeft zijn eigen baan. En daarnaast zijn die sterren weer verbonden in zogenaamde melkwegstelsels. En die sterrenstelsels die elk weer uit miljoenen sterren bestaan, elk minstens zo groot en 20 sterk als onze zon, suizen langs elkaar heen zonder op elkaar te botsen, de stilte en de muziek van de ruimte.

Wij verdringen de waarheid

Wij kunnen God niet met de rede bewijzen. God is immers niet in begrippen te vangen. Hij gaat onze rede verre te boven. Hij kan niet onderwerp zijn van een redenering. Maar wel kunnen we „Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid" in de schepping doorzien (Rom. 1:20).

Onze geest kan strijken over de pracht en de harmonie van de geschapen dingen en daardoorheen iets van de schittering van God Zelf ontwaren. Wij kunnen schouwen in de wonderbare opbouw van de stof, vooral ook van de bezielde aardse wezens en daardoorheen stijgen we dan op naar Hem die dat alles zo heeft uitgedacht en uitgevoerd.

We kunnen echter uit onszelf nooit komen tot een waarachtige erkenning van de levende God. Sinds de zondeval heeft elk mens de onweerstaanbare neiging om „de waarheid in ongerechtigheid ten onder te houden" (Rom. 1:18).

We zijn vastgekluisterd aan onze drang naar zelfhandhaving. We beleven de erkenning van de levende God als een aantasting van onze persoonlijke existentie. We zijn zodoende slaaf van ons eigen begeren geworden.

Daarom zegt de brief aan de Hebreeën terecht: „Door het geloof verstaan wij dat de wereld door het woord Gods is toebereid, alzo dat de dingen die men ziet, niet geworden zijn uit dingen die men ziet" (11-3).

Ons ongeloof verzet zich tegen de erkenning van een God die alles geschapen heeft. Intuïtief voelen we immers dat zulk een erkenning veel meer inhoudt dan een voor waar houden dat God bestaat. Diep in ons voelen we dat die erkenning ons hele zelf opeist. En dat willen we niet en dat durven we niet.

Peulen springen open

Wonderbaar zijn de getuigenissen Gods in de natuur. Neem maar eens de voortplanting van het leven bij mens en dier. Wat een ritme, wat een regeling, wat een kracht is er niet nodig om de twee geslachten naar elkaar te doen neigen en zich met elkaar te verenigen. De bij zoekt naar de honing en brengt daardoor het stuifmeel op de stamper die daardoor bevrucht wordt. De zaden rijpen, de peulen springen open en de zaadjes, hangend aan lichte donsjes, worden door de wind meegenomen naar een plekje waar ze ontkiemen kunnen en groeien tot een nieuwe boom of een nieuwe plant.

Maar veel fijner nog is die ontwikkeling bij de „voelende" wezens. De lokroep van het wijfje, haar uitnodigende geuren, alles is afgestemd op het mannetje; en dat alles volgens een regelmaat van de bronst die zich geheel richt naar de meest geschikte seizoenen.

Maar nog veel en veel mooier is de afstelling op elkaar van man en vrouw en van moeder en kind bij de mens. De drang van de geslachten naar elkaar die we reeds vinden in de planten en de bomen, en die hoger is gestegen bij de dieren en zich in heel hun gevoel is gaan vestigen, bereikt bij de mens de eenheid in zijn geest. Althans zo was het door God bedoeld. En met het oog daarop gaf God Zijn gebod van de liefde tussen man en vrouw en tussen ouders en kinderen.

De wet als bewuste deelname aan Gods wereldplan

Zo werd wat voor de dieren en de planten alsmede voor het animale en biologische leven van de mens een dwingende wet was, voor de mens die geschapen was naar Gods beeld, tot een vertrouwens opdracht van God. God riep de mens ertoe om die mooie harmonie die zich in de natuur onontkoombaar voltrekt, bewust en vrijwillig te realiseren in zijn eigen leven, in de verhoudingen van de mensen onder elkaar.

Daarom is er in psalm 19 een heel vanzelfsprekende overgang van de lofzang op de schepping naar de lofzang op de schoonheid van de wet. „De wet des Heeren is volmaakt". „De bevelen des Heeren zijn recht, verblijdende het hart; het gebod des Heeren is zuiver, verlichtende de ogen".

Dat is een van de diepe ervaringen die de Geest ons schenkt, wanneer we gaan inzien en beleven dat diezelfde goddelijke wil die de vaste wetten aan de natuur heeft gegeven, zich tot ons richt in het gebod. Wat in de natuur gedwongen gebeurt, mag ik vrij verwezenlijken in gehoorzame liefde en dankbaarheid jegens Hem die mij geschapen heeft. Wanneer ik ja zeg tegen Gods wil, dan ben ik daardoor tegelijk omhooggeheven naar Hem die het heelal bestuurt. Ik ben dan één met Hem, één met Zijn machtige wil.

Maar diezelfde Geest doet mij ook zien, hoe vreselijk de zonde is, want daarin keer ik mij tegen deze almachtige wil van God. Het is diezelfde Geest die mij van zonde overtuigt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1977

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

DE GEEST EN DE WET

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1977

In de Rechte Straat | 32 Pagina's