Anonieme verklaring van enkele bisschoppen
Aan de vooravond van de sluiting van het Tweede Vaticaanse Concilie heeft een aantal bisschoppen die anoniem wilden blijven deze tekst gepubliceerd:
„Wij, bisschoppen, bijeen op het Tweede Vaticaanse Concilie; voorgelicht over de tekorten in ons leven van armoede volgens het evangelie; door elkaar bemoedigd tot een stap waarbij ieder van ons opvallendheid of aanmatiging zou willen vermijden; één met al onze broeders in het bisschopsambt; vertrouwend vooral op de kracht en de genade van onze Heer Jezus Christus, op het gebed van de priesters en gelovigen van onze respectieve bisdommen; ons in overweging en gebed wetende te staan voor de Heilige Drieëenheid, voor de kerk van Christus, voor de priesters en gelovigen van onze bisdommen, in nederigheid en in het besef van onze zwakheid, maar ook met alle beslistheid en kracht die God ons in zijn genade heeft willen schenken, verplichten ons tot hetgeen hier volgt:
1. Wij willen leven zoals ons volk leeft wat betreft kleding, voedsel, de middelen van vervoer, en al wat hiermee samenhangt (vgl. Mt. 5, 3; 6, 33-34; 8, 20).
2. Wij nemen voorgoed afstand van alle schijn van rijkdom en alle werkelijke rijkdom, vooral in kleding (rijke stoffen, opvallende kleuren), bisschoppelijke kentekenen van kostbaar metaal (deze kentekenen moeten toch evangelisch zijn — vgl. Mc. 6, 9; Mt. 10, 9; Hand. 3, 6).
3. Wij willen geen roerende of onroerende goederen bezitten, geen bankrekeningen enz. die op onze naam staan; als wij die toch zouden moeten hebben, zullen we alles op naam zetten van het bisdom of een sociale of caritatieve instelling (vgl. Mt. 6, 19-21; Lc. 12, 33-34).
4. Overal waar het mogelijk blijkt, zullen wij het voeren van een financiëel of materieel beleid in ons bisdom toevertrouwen aan een commissie van bekwame leken die zich van hun apostolische taak bewust zijn, om geen administrateur te zijn, maar herder en apostel (vgl. Mt. 10, 8; Hand. 6, 17).
5. Wij weigeren om mondeling of op schrift te worden aangesproken met titels die duiden op aanzien en macht (eminentie, excellentie, monseigneur). Wij prefereren de evangelische aanspreektitel vader.
6. Wij willen in ons gedrag en onze maatschappelijke relaties alles vermijden wat de schijn kan hebben van het geven van privileges, voorrang of zelfs maar voorkeur aan de rijken en machtigen (bijvoorbeeld het aanbieden van diners of het aannemen van uitnodigingen daartoe, klasse-onderscheid in religieuze dienstverlening) (vgl. Lc. 13, 12-14; 1 Kor. 9, 14-19).
7. Ook willen wij vermijden om iemands ijdelheid aan te moedigen of te strelen, om zo giften van iemand te verwachten of te vragen, of om wat voor reden dan ook. Wij zullen de gelovigen vragen om hun giften te beschouwen als een normaal aandeel in eredienst, apostolaat of maatschappelijke hulp (vgl. Mt. 6, 2-4; Lc. 15, 9-13; 2 Kor. 12, 14).
8. Wij willen al het nodige van onze aandacht, hart, middelen enz. besteden aan de apostolische en pastorale hulp aan personen of groepen die in moeilijkheden verkeren, economisch zwak of onderontwikkeld zijn, zonder dat de overige mensen van ons bisdom daardoor worden benadeeld. Wij zullen zorgen voor het levensonderhoud van leken, religieuzen, diakens of priesters die door de Heer worden geroepen voor het werk van het evangelie onder de armen en de arbeiders, door het arbeidersleven en het werk met hen te delen (vgl. Lc. 4, 18; Mc. 6, 4; Mt. 11, 15; Hand. 11, 3-4; 20, 33-35; 1 Kor. 4, 12; 9, 1-27).
9. Ons bewust van de eisen van gerechtigheid en liefde en van de onderlinge samenhang daarvan, zullen wij trachten om de werken van „liefdadigheid" om te zetten in maatschappelijke dienstverlening op basis van liefde en gerechtigheid, waarbij rekening wordt gehouden met iedereen en alle behoeften, als een nederige dienstverlening door de daarvoor bestemde instanties (vgl. Mt. 25, 31, 46; Lc. 13, 12-14, 33-34).
10. Wij zullen er alles voor in het werk stellen, dat de verantwoordelijke personen van onze regering en de openbare diensten besluiten en overgaan tot uitvoering van wetten, structuren en maatschappelijke instellingen die vereist worden door de gerechtigheid, gelijkheid en de harmonische en totale ontwikkeling van elke mens en alle mensen samen, en om daardoor te komen tot een nieuwe maatschappelijke orde die beantwoordt aan de waardigheid van de kinderen der mensen en de kinderen van God (vgl. Hand. 2, 44-45; 4, 32-35; 5, 4; 2 Kor. 8 en 9; 1 Tim. 5, 16).
Uit: „Concilium 1977" nr. 4
KORT KOMMENTAAR:
1. We waarderen zeer de geest van ootmoed en dienstbaarheid, die uit dit dokument spreekt.
2. Het is echter in strijd met de aard van de gemeente van Christus dat zulk een dokument anoniem moest blijven.
3. Wat is er echter ook bij ons, reformatorische christenen, vaak niet een „vleselijk" rekenen met de achterban, ook bij oudsten, die „door de Heilige Geest tot opzieners gesteld" zijn over de kudde (Hand. 20:28).
De kerk en de armoede in de wereld
„Trekt de kerk zich de armoede in de wereld aan?' Onder deze titel verscheen zo juist „Concilium" nr. 4, 1977. Het vraagstuk van de armoede en de honger wordt in vele artikelen besproken door scribenten uit allerlei landen. Wij citeren uit het artikel van Aquinata Böckmann, getiteld: „Welke impulsen geeft het Nieuwe Testament aan de verhouding van de kerk tot de armen?":
Daarentegen zijn er veel bewijzen aan te voeren, dat Jezus geen sociale revolutionair was. Daar is vooral de openheid ten opzichte van alle politieke en economische lagen van de bevolking. Tegenover de aanwijzingen waaruit men zou kunnen besluiten, dat Jezus behoorde tot de partij van de zeloten (bijvoorbeeld de verkondiging van het rijk Gods, zendingsbevel, kritische verhouding tot Herodus, de ironie in Lc. 22, 25, het dragen van het zwaard in Lc. 22, 36, de intocht in Jeruzalem, de motivering van de dood), staan een hele serie andere feiten, die bewijzen, dat Hij tot geen enkele partij behoorde, zo bijvoorbeeld de accentuering van de geweldloosheid, de liefde tot de vijand, de zaligprijzing van de vredestichters, de opdracht weerloos op missie te gaan, de trouw ten opzichte van de wet, het afwijzen van elke politike activiteit. Hij geselt de sociale onrechtvaardigheid van zijn tijd, de tegenstelling tussen arm en rijk, welke tegen Gods wil is, maar Hij roept niet op tot revolutie en stelt geen revolutionair programma op. God zal oordelen. Jezus roept op tot kritische zelfbeschouwing, tot werkelijke bekering en naastenliefde. Hijzelf wil dienen en niet heersen en Hij is bereid de dood op zich te nemen."
„Jezus verlangt in het algemeen van zijn leerlingen, dat zij hun eigendom opgeven en Hem volgen, door van de ene dag op de andere van aalmoezen en gastvrijheid te gaan leven. Binnen de kring van leerlingen gelden geen vroegere bezitsnormen. Zij hebben een gemeenschappelijke kas die klaarblijkelijk niet alleen tot dekking van de levenskosten dient, maar ook tot het geven van aalmoezen (vgl. Joh. 13, 29; 12, 6). Tegenover het economisch denken zendt Jezus zijn leerlingen uit zonder middelen, zodat zij vermoedelijk niet door rijken en welgestelden worden opgenomen, maar alleen door de kleinen en onbetekenend, door degenen die werkelijk op het heil wachten. Jezus gebiedt zijn leerlingen de armen in hun gemeenschap op te nemen (Lc. 14, 12 v. 21). Hij brengt hen overeenkomstig de oudtestamentische vroomheid de hoogachting over van het aalmoes geven (Lc. 12, 33; 6, 30-34)."
Aldus A.B. in „Concilium"
Bij het ter perse gaan van dit nummer was de stand van de binnengekomen giften voor de aktie „100.000 Nieuwe Testamenten voor de schoolkinderen van de stad Rio de Janeiro in Brazilië: ƒ 154.042,05. Er is nodig ƒ 187.000— (elk N.T. kost ƒ 1,87).
„En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht" (Gen. 1:3).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juni 1977
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juni 1977
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
