In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Hoe funktioneert de

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoe funktioneert de

13 minuten leestijd

Allereerst moeten we de vraag beantwoorden: Bestaat er wel een universele gemeente van Christus?

Lang heb ik er moeite mee gehad die vraag bevestigend te beantwoorden. Mijn voornaamste bezwaar was: In de Bijbel wordt de gemeente van Christus steeds als een lichaam beschreven, een lichaam met organen. Ik vond wel allerlei organen aangeduid voor de plaatselijke gemeente: profeten, herders, leraars, oudsten, enz. Maar, zo vroeg ik mij af, wat zijn de organen van de universele gemeente van Christus?

Ik was overtuigd dat niet de synode zulk een orgaan is. Ik lees wel: „En Deze heeft gegeven sommigen tot apostelen en sommigen tot profeten en sommigen tot evangelisten en sommigen tot herders en leraars" (Ef. 4:11), maar er staat niet bij: „en sommigen tot synodeleden en sommigen tot voorzitters van de synode". Ook op andere plaatsen, waar in het N.T. een opsomming wordt gegeven van de bedieningen, de organen van het lichaam van Christus, kom ik de synodeleden niet tegen.

Zou Christus vergeten hebben dat te laten optekenen in het Nieuwe Testament? Natuurlijk niet, zo hoor ik u terecht uitroepen.

Zou Hij het dan niet belangrijk genoeg hebben gevonden? Dat kan ik mij ook moeilijk voorstellen. De Heere wist immers ook, hoe juist op dat gebied fatale dwalingen zouden opschieten. De pausen noemen zich immers het eigenlijke orgaan van de universele gemeente van Christus. Rome is volgens de r.-k. leer het hart van het christendom. Van het kloppen van dat hart hangt ook het geestelijke leven van de kerken in de verschillende landen en plaatsen af, zo beweren de r.-k. theologen.

Ik meen een antwoord op die vraag gevonden te hebben, toen ik weer eens de verschillende soorten apostelen in de Bijbel bestudeerde.

Zoals u weet, zijn er drie soorten apostelen. We zullen daar kort iets over moeten zeggen.

De twaalf apostelen

De twaalf apostelen worden genoemd fundament van de gemeente van Christus (Ef. 2:20; Openb. 21:14).

Waarom zijn zij fundament van de gemeente van Christus? Niet vanwege iets dat zij gedaan zouden hebben. Christus is de Enige, die door Zijn doen, door Zijn sterven en opstanding, het fundament van de gemeente is. „Want niemand kan een ander fundament leggen dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus" (1 Kor. 3:11).

En tóch worden de twaalf apostelen fundament van de gemeente genoemd. Zij zijn dat, niet om iets dat zij gedaan hebben ten behoeve van de gemeente, maar omdat zij getuigd hebben van wat Christus voor de gemeente gedaan heeft.

Dat dit de funktie is van de twaalf apostelen, blijkt duidelijk uit Hand. 1:21-22, waar Petrus zegt waarom er een nieuwe apostel moet gekozen worden in de plaats van Judas: „Het is dan nodig dat van de mannen die met ons omgegaan zijn al de tijd, waarin de Heere Jezus onder ons in- en uitgegaan is, beginnende van de doop van Johannes tot de dag toe, waarop Hij van ons opgenomen is, één van hen met ons getuige worde van Zijn opstanding".

Het wezenlijke van de bediening van de twaalf apostelen was dus: getuige te zijn van Jezus Christus door in de kracht van de Geest te verkondigen dat dezelfde Jezus die zij gekend hebben tijdens Zijn aardse omwandeling, ook door hen gezien is ná Zijn opstanding.

Op dát getuigenis rust de kerk der eeuwen. Dat zegt ook de Heere in het hogepriesterlijk gebed: „En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor degenen die door hun woord in Mij geloven zullen" (Joh. 17:20). Ons geloof rust op het getuigenis van de twaalf apostelen. Zij zijn door Christus Zelf als getuigen van Hem aangesteld. Zo zijn zij het fundament van de gemeente der eeuwen, nogmaals niet door wat zij gedaan zouden hebben, maar doordat zij getuigd hebben van wat Christus gedaan heeft voor ons.

Juist vanwege deze specifieke bediening van de twaalf apostelen kunnen zij geen opvolgers hebben; evenmin Petrus die een bijzondere plaats onder de twaalf inneemt o.a. omdat Christus hem als eerste verschenen is (1 Kor. 15:5). Maar daar gaan we nu niet op in.

De apostel Paulus

Buiten de twaalf apostelen is er nog de apostel Paulus, die een unieke bediening als apostel van de Heere gekregen had. Hij schrijft daar zelf over: „…indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u; dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid.. welke in andere eeuwen de kinderen der mensen niet bekend is gemaakt, gelijk zij nu is geopenbaard door zijn heilige apostelen en profeten, door de Geest; namelijk dat de heidenen mede-erfgenamen en van hetzelfde lichaam en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie" (Ef. 3:2-6).

Door deze openbaring die aan Paulus persoonlijk ten deel viel, en op grond van zijn bijzondere bediening als apostel voor de heidenen, is ook Paulus een fundamentlegger, een apostel, geworden.

De overige apostelen

Maar er is nog een derde soort apostelen. Daaronder hoort bv. Barnabas (Hand. 14:4), terwijl nergens gezegd wordt dat hij een unieke zending zou hebben gekregen zoals de twaalf en Paulus. Zo ook Jakobus, de broeder des Heeren (Gal. 2:9), die evenmin tot de twaalf apostelen behoorde.

Ik meen de bediening van die overige apostelen te moeten verklaren uit de bediening van de twaalf en van Paulus. Daaruit blijkt:

1. een apostel is iemand die grondleggende betekenis heeft voor meerdere, misschien alle gemeenten van Christus.

2. op grond van deze eerste bediening heeft een apostel ook de funktie van het scheppen en onderhouden van de eenheid onder de gemeenten.

3. vanwege 1 en 2 zijn zij organen van de universele gemeente van Christus, maar tevens ook in meerdere of mindere mate symbool van de universele gemeente van Christus.

Deze derde soort apostelen zijn niet aan de begintijd van het christendom gebonden zoals wel het geval was met de twaalf en met Paulus.

Hoe kunnen we anders verklaren dat Paulus in de rij van de bedieningen, die Christus aan de gemeente geeft, naast de bedieningen die duidelijk voor alle tijden zijn bedoeld zoals die van herder en leraar, ook de bediening van de apostel noemt?

Apostelen in de kerkgeschiedenis?

Ik meen dat we alleen dan het verschijnsel van de grote reformatoren kunnen verklaren, wanneer zij apostelen zijn geweest in deze derde betekenis.

Zeker, Luther, Calvijn, Zwingli, Knox enz. hebben zich beroepen op het „Er staat geschreven". Maar kunnen we hun bediening daaruit genoegzaam verklaren? Ik dacht van niet. In de eerste plaats niet, omdat we dan gevaar lopen het Sola Scriptum te versmallen tot een individualistisch en sektarisch beginsel. Geven we dan niet ruimte aan het: „Iedere ketter heeft zijn letter"? Het beginsel van de Reformatie: „Alleen de Schrift" kan niet zo bedoeld zijn, dat ieder volkomen op zijn eentje zich op een of andere tekst kan beroepen om zijn eigen allerindividueelste kijkje op de Schrift rond te bazuinen. De Schrift staat wel boven de gemeente, maar is tegelijk gegeven aan de gemeente. De Schrift kan slechts ten volle verstaan worden in de gemeenschap der heiligen (Ef. 3:18).

En in de tweede plaats: zou de r.-k. kerk dan Luther niet terecht hebben kunnen verwijten: „Luther, jij die je zo op de Schrift beroept, wat doe jij met deze vermaning: „In ootmoedigheid achte de een de ander uitnemender dan zichzelf" (Fil. 2:3)? Hoe durf jij jouw interpretatie van de Bijbel stellen boven die tienduizenden godgeleerden in onze grote kerk, waaronder ook heel wat oprecht vrome mensen?"

Zouden zij dan Luther niet terecht op grond van Fil. 2:3 gebrek aan nederigheid kunnen toeschrijven? Luther heeft op alle verwijten van r.-k. zijde geantwoord: „Hier sta ik en kan niet anders". Zou hij echter wel hebben kunnen standhouden, wanneer hij niet op een of andere manier het besef had gehad dat de Heere hem bestemd had tot reformator, tot een terugroepen van de christenen naar de grondslag van het Woord Gods? Hoe zou hij ooit de enorme verantwoordelijkheid hebben kunnen torsen voor de scheur, die hij met zijn aktie in de toenmalige christenheid veroorzaakt had?

Fundament voor de universele gemeente

De grote reformatoren hebben grondleggende betekenis gehad voor vele plaatselijke gemeenten, maar daardoor zijn ze ook een samenbindende kracht geweest en ze zijn het nog. Dat waren ook de twaalf apostelen. De Heere bad immers: „En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor degenen, die door hun woord in Mij geloven zullen, opdat zij allen één zijn" (Joh. 1 7 : 2 0 - 2 1 ) . Het getuigenis van de twaalf was en is fundament van de universele gemeente van Christus, maar juist daardoor ook wordt de eenheid van het gebouw dat op dat fundament wordt opgetrokken, gewaarborgd.

Iets dergelijks treffen we nu nog altijd aan inzake de grote reformatoren. De gereformeerde gezindte is helaas vreselijk verscheurd. Maar Calvijn bezit nog altijd gezag onder al die versplinterde christenen van de gereformeerde gezindte. En dat geldt in misschien nog grotere mate van Luther. In hem vinden een nog grotere groep van reformatorische christenen elkaar.

Maar ook allerlei opwekkingspredikers hebben iets gehad van dat apostelschap, de een méér, de andere minder. Ze zijn instrumenten in de handen van de Heere geweest. Ze hebben grondleggende geestelijke betekenis gehad voor vele gemeenten. Ze geleken op richters, die door God gezonden waren om een lauw en ontrouw Verbondsvolk weer terug te roepen tot de gehoorzaamheid aan het Woord.

Met hoeveel zegen worden niet nog steeds de geschriften gelezen van de „oude schrijvers", vooral van de Nadere Reformatie? En ook bij hen zie je de eenheidvormende betekenis. Zo worden de publikaties van de baptisten Spurgeon, Philpot, Bunyan met grote vreugde en instemming gelezen door christenen, die overtuigd zijn dat de kinderdoop bijbels is.

Geen openbaring buiten de Schrift

Voor alle duidelijkheid is het goed eraan toe te voegen dat aan de derde groep apostelen nooit openbaringen worden gegeven, die een aanvulling zouden betekenen van de Schrift. Die bediening heeft de Heere enkel toevertouwd aan de Bijbelschrijvers.

De bediening van deze derde groep bestaat in het terugroepen naar de trouw aan Gods Woord en in het opnieuw naar voren brengen van vergeten of verwaarloosde fundamentele stukken uit Gods Woord. Dat was bv. het geval bij Luther inzake de leer van de rechtvaardigmaking van de goddeloze en bij Calvijn inzake de leer van de uitverkiezing, „het hart van de kerk".

Apostelen in onze tijd?

Wat voor waarde heeft de voorafgaande uiteenzetting voor onze tijd? Zijn er ook nu nog apostelen?

Ik meen van wel. Ik denk aan verschillende figuren, die momenteel nationaal en internationaal een fundamentele betekenis hebben voor vele gemeenten Gods. Maar moeten die broeders dan ook als zodanig openlijk worden aangewezen? Ik meen beslist van niet. Dat is in strijd met hun wezenlijke roeping. Apostelen en profeten kunnen niet aangesteld worden. Het is een soort innerlijke tegenstrijdigheid, wanneer je iemand zou aanspreken met „mijnheer of broeder apostel of profeet".

Apostel of profeet is geen ambtstitel. Je kunt daar niet toe worden aangesteld door mensen. Daarom lezen we ook dat God sommigen tot apostelen, sommigen tot profeten aan de gemeente gegeven heeft.

Gaven kunnen niet aangesteld, maar slechts herkend en erkend worden. Apostelen en profeten moeten opgemerkt worden. Die erkenning moet stilzwijgend gebeuren.

Praktische konklusies

Kunnen we die trekken? Misschien. Ik wil enkele suggesties geven. Maar meer dan suggesties zijn het niet. In zulke belangrijke zaken geldt vooral het kennen „samen met alle heiligen".

1. We lezen dat de gemeente is „gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten" (Ef. 2:20), dus niet op het fundament van de oudsten en zelfs niet van de herders en leraars.

Het is duidelijk dat hier de Nieuw-Testamentische profeten bedoeld zijn. Ik meen dat de profeten bedieningen zijn ten behoeve van de plaatselijke gemeenten, terwijl, zoals uiteengezet, de apostelen een bediening zijn ten behoeve van de universele gemeente. In wezen is het dezelfde bediening: beiden zijn profeten, maar de apostel is in zijn profetie ruimer. Zijn bediening is universeel.

Dat houdt in dat wij de profetisch begaafde mensen in onze plaatselijke gemeente en in de universele gemeente moeten opmerken en naar hen moeten luisteren; natuurlijk niet als mensen met een soort onfeilbaar gezag, dus als een soort pausjes Paulus zegt uitdrukkelijk dat de profeten door de gemeente moeten beoordeeld worden (1 Kor. 14:29). En datzelfde geldt natuurlijk ook voor de apostelen. De gemeente van Efeze wordt geprezen door de Heere: „Ik weet.. dat gij beproefd hebt degenen die uitgeven dat zij apostelen zijn en zij zijn het niet; en hebt ze leugenaars bevonden" (Openb. 2:2) 1).

Dat houdt in dat de grondslag van de levende gemeente nog altijd wordt gevormd door apostelen en profeten. Leraars kunnen een diep inzicht geven in het Woord Gods. En ook dat is nodig voor de gemeente. „Maar wie profeteert, spreekt voor de mensen stichting en vermaning en vertroosting" (1 Kor. 14:3).

De oudsten in de gemeente zijn er om de profetische kracht van de gemeente in gezonde banen te leiden. Zij zijn er voor de orde. Maar zij mogen niet de profeten wegdrukken. En is dat niet vaak gebeurd?

En wat de apostelen betreft, zou het niet goed zijn wat meer te luisteren naar broeders, die duidelijk een profetische begaafdheid hebben gekregen voor de universele gemeente en wat minder uit te zien naar de beslissingen van allerlei synoden? Ik wil het bij deze vage gedachten laten. Elke meer konkrete uitwerking wordt al gauw oorzaak van onvruchtbare diskussie en dan zijn we nog verder van huis.

Bidt om de ruimte voor de profetie

2. Heel belangrijk is het gebed om inzicht in de bedoelingen van de Heere met Zijn gemeente.

Dat valt niet mee. Dat betekent dat wij in ons bidden rekening moeten houden met de mogelijkheid dat de Heere ons aantoont dat we me onze overgeorganiseerde kerkinstituten bezig zijn de Geest te weerstaan en uit te blussen. Zijn we bereid om zulk een vermaning van de Heere te aanvaarden?

Ik weet ook niet, hoe in onze geïnstitueerde kerken er ruimte kan worden gemaakt voor de bediening van de profeten. Nogmaals een profeet of apostel kan niet aangesteld worden.

Misschien komt die ruimte alleen maar langs de weg van een geweldige opwekking. Laten we daar in elk geval om bidden.

Ik ben overtuigd dat de Heere Zijn gemeente nog altijd rechtstreeks wil leiden, precies als dat gebeurde met Israël voordat de oudsten om een erfelijk koningschap hadden gevraagd. Ook in onze tijd wil de Heere Zijn richters en profeten, zijn apostelen, opwekken. Hij heeft de leiding niet uit handen gegeven. Een kerkeraad (raad van de oudsten) is bedoeld voor de orde, maar niet voor het wekken van het leven. Dat doet de Heere door Zijn profeten, die het Woord Gods indringend, stichtend, vermanend en vertroostend op de gemeente toepassen. Een synode kan een hulp zijn om de broederband van de gemeente en de onderlinge uitwisseling van het geestelijke leven in harmonie te laten funktioneren. Maar de kracht voor de universele gemeente van Christus komt door apostelen, die door de Heere gewekt worden.

Althans ik meen het zo te moeten zien. En in elk geval: laten we er eens over na denken, „onderzoekende dagelijks de Schriften of deze dingen alzo waren" (Hand. 17:11).

Misschien weent de Heere over het Jeruzalem van vele kerkinstituten: „Jeruzalem, Jeruzalem, gij die de profeten doodt" (Lukas 13:34) ofwel monddood maakt. Laten wij dan wederkeren tot de Heere.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 1977

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Hoe funktioneert de

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 1977

In de Rechte Straat | 32 Pagina's