In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Eén paus voor alle christenen?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eén paus voor alle christenen?

9 minuten leestijd

Op 7 oktober 1963 noemde patriarch Maximos IV van Antiochië het pausdom „de voornaamste steen des aanstoots voor de eenheid van de christenen". Hij zei dat in de aula van het tweede Vatikaanse Concilie.

Paulus VI heeft die uitspraak als waar aanvaard, toen hij op 28 april 1967 tijdens zijn bezoek aan het Secretariaat voor de Eenheid in Rome zei dat hij wel wist, dat „de paus … ongetwijfeld de grootste hinderpaal is op de weg van de oecumenische beweging".

Dat nam niet weg dat hij tijdens zijn bezoek aan Bethlehem op 6 januari 1964 alle niet-roomse christenen uitnodigde om zich aan zijn gezag te onderwerpen en om toe te treden tot de r.-k. kerk. Hij zei: „De poort van de schaapsstal staat open. Wij verbeiden de stap die de drempel overschrijdt, met al onze liefde".

Veel r.-k. theologen zijn echter gaan inzien dat zulk een simpele uitnodiging om rooms-katholiek te worden eerder afstotend op de overige christenen werkt Daarom heeft er een herbezinning plaats over het pausdom.

Concilium over de paus.

Het internationale tijdschrift Concilium van 1975 nr. 8 was reeds gewijd aan het thema: „Vernieuwing van de kerk en Petrus-ambt eind 20e eeuw". Het inleidende artikel is geschreven door prof. G. Alberigo van Bologna.

Hij schrijft o.a. dat de zelfgenoegzaamheid van het pausdom vroeger zijn kracht is geweest, maar nu een oorzaak van ongeloofwaardigheid. Een tweede reden van de ongeloofwaardigheid van het pausdom is zijn staatsmacht, … „het feit dat de paus door de machtigen als een „waardevol gesprekspartner" wordt beschouwd. 'Men behoeft enkel de audiëntielijsten te laten spreken)" (p. 10). „Zijn gebruikelijke gesprekspartners zouden immers zijn broeders in het geloof moeten zijn en de machtelozen, als zijnde de eerste geadresseerden van de evangelieboodschap" (p. 11). Een ander bezwaar is volgens Alberigo: „de naijver, waarmee het pausschap nog steeds het recht opeist bisschoppen te benoemen, maakt de indruk dat de bisschop van Rome eerder rekent op een institutioneel gegarandeerd conformisme dan op de werking van de Geest en op de kracht van het voorbeeld" (p. 14).

In Concilium wordt door meerderen ervoor gepleit dat de paus zich allereerst bisschop moet weten van het bisdom Rome en slechts van daaruit een leidinggevende funktie voor de gehele wereldkerk mag innemen.

Protestanten roepen om een paus

Onder de titel „A pope for all Christians?" is een boek verschenen van Peter McCord, dat in De Tijd besproken wordt door prof. dr. E. Haarsma. Hij schrijft daarover:

„Komen in Concilium voornamelijk rooms-katholieke auteurs aan het woord, het boeiende van het hier besproken boek is, dat het een zo breed mogelijk spectrum biedt van de opvattingen over het pausschap die leven in het hedendaagse christendom. Naast de stem van een rooms-katholiek hoort men die van een lutheraan, een presbyteriaan (calvinist), een baptist, een oosters-orthodox, een methodist en een anglicaan:"

„Wat ziet men dan in het pausschap in deze kringen? Men is zo niet de noodzaak, dan toch de grote waarde gaan ontdekken van een speciaal ambt ten dienste van de universele kerk: een ambt ter bevordering en tot behoud van de eenheid, een ambt dat die eenheid symboliseert, de communicatie vergemakkelijkt, wederzijdse hulpverlening en correctie bevordert en de samenwerking bundelt bij de vervulling van de zending van de kerk. In beginsel kan, zo zegt men, deze Petrusdienst ook door anderen behartigd worden dan de bisschop van Rome en in de geschiedenis van de kerk is dat in feite ook gebeurd. Maar tengevolge van de historische ontwikkeling gaan de gedachten bij een herstel van dit ambt met een zekere vanzelfsprekendheid uit naar de kerk van Rome, gesticht door de apostelen Petrus en Paulus."

Wij willen een zichtbare leider

Waarom toch altijd weer die begeerte naar één zichtbare religieuze leider? Ten diepste is de oorzaak daarvan gelegen in ons ongeloof of althans ons gebrek aan geloof. Wij kunnen nu eenmaal moeilijk leven uit het vertrouwen in de onzichtbare God. Dat zien we in de geschiedenis van Israël zo vaak. Dat begint al vrij spoedig na de wonderbare uitleiding uit Egypte. Enkele dagen na de afkondiging van de tien geboden onder bliksem en donder, als Mozes wat lang op de berg bij de Heere blijft vertoeven, zeggen ze al tegen Aaron: „Maak ons goden die voor ons aangezicht gaan". Ze konden zo lang hun zichtbare leider, Mozes, niet missen. Dan maar iets anders, dan maar een gouden kalf. „Want deze Mozes, die man die ons uit Egypteland uitgevoerd heeft, wij weten niet wat hem geschied zij" (Ex. 32:1).

Wij willen een koning

En een ander duidelijk voorbeeld - we hebben daar al eens meer over geschreven - is 1 Sam. 8, waar de Joden om een koning vragen.

God had het zo heel anders bedoeld. De Heere wilde Zelf Zijn volk leiden. Hij zou dan wel op Zijn tijd richters en profeten verwekken.

Maar de Joden wilden dat niet. Ze verkozen de vastigheid van een erfelijk koningschap. Dan wisten ze waar ze aan toe waren. Maar iedere keer maar afwachten op het ingrijpen van Boven, nee dat was te veel van hen gevraagd. Zoveel geloofsvertrouwen in de Heere konden ze niet opbrengen; en dat ondanks de meest duidelijke beloften en de meest spectaculaire wonderen.

Samuël moest aan de Joden duidelijk voorspellen, hoe de koning zou zijn die zij zich verkoren. En het is allemaal uitgekomen zoals het beschreven is in 1 Sam. 8. Ze hebben eronder gezucht. Samuël moest hen waarschuwen: „Gij zult wel te dien dage roepen vanwege uw koning, die gij u zult verkoren hebben, maar de Heere zal u te dien dage niet verhoren" (1 Sam. 8:18). „Doch het volk weigerde Samuëls stem te horen; en zij zeiden: Neen, maar er zal een koning over ons zijn" (v. 19).

„Hij zal uw zonen nemen…"

Door de eeuwen heen zijn er profetische stemmen opgegaan, die waarschuwden voor het systeem van een zichtbare leider van de christenen. Dat is zelfs nog gebeurd tijdens het eerste vatikaanse concilie in 1870. Maar zulke bisschoppen werden uitgefloten als „protestanten".

„Wij willen een paus!" En wat hebben ze eeuwen lang gezucht onder de tyrannie van de pausen. Wat hebben vooral de priesters daaronder geleden: „Hij zal uw zonen nemen … dat zij voor zijn wagen heen lopen" (v. 11). Zo zijn de priesters voor de zegekar van de paus gespannen. Zelfs het huwelijk werd hun verboden. Ze moesten geheel ten dienste staan van de kerk, van het pausdom.

Tot voor kort konden de priesters nooit een geldig huwelijk sluiten. De kerk bleef er bij getrouwde priesters op aandringen dat ze vrouw en kinderen in de steek zouden laten, want zij hield deze voor de burgerlijke wet getrouwde priesters vóór, dat ze slechts in concubinaat leefden, slechts met een vrouw samenhokten, omdat de paus hun huwelijk niet wilde erkennen als geldig voor God.

Wij hebben heel wat van die ellende gekend: vrouwen die met een of meer kinderen achterbleven, omdat hun man bezweken was voor de gewetensdruk die op hem werd uitgeoefend.

Ik herinner me één geval, dat wel bijzonder tragisch was. Die priester had zijn vrouw verlaten, toen de baby nog maar een half jaar oud was. Die baby was intussen een dochter van 18 jaar geworden. Maar nooit mocht ze haar vader zien. Deze vrouw liet mij de brieven zien, die deze priester geschreven had, nadat hij haar verlaten had. Verschrikkelijke brieven waren dat. Nee, ik verwijt het niet zozeer die priester Hij meende dat de r.-k. kerk terecht dit Moloch-offer van zijn vrouw en kind eisen mocht. Hij was zozeer door jarenlange hersenspoeling aan dat systeem gebonden, dat hij het niet anders meer kon zien.

Ik verwijt het zelfs ten diepste niet de bisschoppen en de pausen. Zij zijn ook slachtoffers van dit stelsel. Zeker, zij hebben ook zelf schuld, grote schuld zelfs. Ze snuiven dan toch maar de wierook van de religieuze en wereldse macht op, ook al noemt de paus zich heel nederig „de dienaar der dienaren Gods".

Maar achter dit alles zie ik de machten der duisternis. Ik sta nog steeds achter mijn boek „Moeder, ik klaag u aan", waarin ik het rooms-katholieke stelsel (niet de r.-k. kerk) de meest geraffineerde uitvinding van de satan heb genoemd.

De zondige dwaasheid gekroond

En met deze geschiedenis van de pausen achter de rug is het onbegrijpelijk dat desondanks ook protestanten steeds meer beginnen te roepen: „Wij willen een paus". Misschien is het weer wél te begrijpen nl. uit de dwaasheid van onze zondige verblinding.

Nu in oecumenische kringen het gezag van de Bijbel steeds meer wordt aangetast, slaat de Heere deze massa's met de straf van de verblinding.

Het droevige is dat je het voor je ogen ziet gebeuren en er niets tegen kunt doen. Dat moet ook hartverscheurend zijn geweest voor Samuël dat hij tenslotte dan toch op Gods bevel, een koning moest zalven, terwijl hij toen had moeten profeteren, hoe de koningen zouden zijn, hoe ze het volk Gods zouden uitzuigen en tyranniseren.

De massa's laten zich ook nu door hun leiders, „alle oudsten van Israël" (1 Sam. 8 : 4 ) , misleiden en ze willen maar al te graag bedrogen worden, omdat die leiders spreken naar de begeerten van hun zondige hart.

Ook nu worden er schoon klinkende motieven gegeven, waarom men een paus wil. De paus moet symbool zijn van de eenheid van de christenen, een soort secretarisgeneraal van de verenigde Kerken, zoals ook de Verenigde Naties hun secretarisgeneraal hebben. Zo betekenen de kerken tenminste wat in de wereld. Zo kunnen ze macht uitoefenen en allerlei boycotten voorschrijven (bijv. de boycot van de Amrobank) om hun politieke doeleinden te bereiken.

De Heere zal dan niet horen

Je kunt daar niets tegen doen. Laat ze tenslotte dan maar hun dwaasheid kronen. Mag ik dan ook eens een profetie uitspreken? - niet op grond van een speciale Godsopenbaring, maar gewoon op grond van Gods Woord en van wat de geschiedenis ons heeft geleerd? Deze profetie: éénmaal zal zulk een paus, die aanvankelijk alleen maar als secretaris-generaal van de Verenigde Kerken bedoeld is, zich ontpoppen als de antichrist.

Dan zal zulk een „paus van alle christenen" alle macht op aarde aan zich trekken en regeren met een ijzeren knoet. Dan zullen ze opnieuw zuchten onder de koning, die zij zich verkoren hebben, „maar de Heere zal u te dien dage niet verhoren" (1 Sam. 8:18).

Dan komt het einde, wanneer de Wetteloze zal regeren „naar de werking des satans, in alle kracht en tekenen en wonderen der leugen" en hen zal verleiden, „die verloren gaan; daarvoor dat zij de liefde der waarheid niet aangenomen hebben om zalig te worden. En daarom zal God hen zenden een kracht der dwaling, dat zij de leugen zouden geloven." Maar daarna zal Christus deze „mens der zonde, de zoon des verderfs", „verdoen door de Geest Zijns monds en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst" (2 Thess. 2).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 1977

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Eén paus voor alle christenen?

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 1977

In de Rechte Straat | 32 Pagina's