Kan een bekeerde rooms blijven ?
Uit een brief:
Blijft een rooms-katholiek in deze kerk als God hem of haar bekeerd? Deze vraag werd op de lidmatenkring gevraagd. Er waren die zeiden dat zij niet meer in de rooms-katholieke kerk konden blijven. De anderen zeiden van wel, want dat had ds. Hegger zelf gezegd hier in de kerk (Oud-Alblas). Dit heb ik u ook horen zeggen, maar ik dacht er bij, misschien nog een klein poosje.
De vrienden van Daniël bogen ook niet voor het beeld, terwijl de oven vurig heet werd gestookt.
En in de 80-jarige oorlog liepen de gelovigen ook niet van bangheid voor de mensen naar de mis. Het kan er bij mij niet in, want zegt de Heere niet: „Wie Mij belijdt bij de mensen, zal Ik belijden bij Mijn Vader in de Hemel." Moeten wij niet breken met alles waar we de Heere God verdriet mee doen.
Dat we dat niet kunnen weet ik, maar is daarom het dagelijkse gebed niet nodig of de Heere ons daarbij wil helpen.
Mijn vraag is dus: Kan een gelovige in de rooms-katholieke kerk blijven, of, werd er ook gevraagd: bij de Jehova getuigen? Mijn mening was dus nee. Uw mening?
O.A.
ONS ANTWOORD:
Wanneer een rooms-katholiek is gaan inzien dat allerlei praktijken van zijn kerk in strijd zijn met Gods Woord en hij blijft daar tóch aan mee doen tegen zijn geweten in, dan kan ik moeilijk aannemen dat hij werkelijk tot bekering is gekomen. Het voorbeeld dat u geeft van de drie jongemannen, die weigerden voor het gouden beeld te knielen en zich liever in de brandende oven lieten werpen dan tegen hun gewetensovertuiging in te handelen, is duidelijk genoeg.
Maar wie van ons mag beweren dat een rooms-katholiek die echt tot bekering kwam, dat ook allemaal vroeg of laat zal inzien? Wie van ons kent de wegen des Heeren met afzonderlijke mensen? Wie mag zich in de rechterstoel van God zetten en het „schuldig aan de eeuwige dood" uitspreken over een medemens op grond van ons inzicht in diens zieleleven?
Vaak heb ik tijdens spreekbeurten het voorbeeld aangehaald van Johannes van het Kruis. Als die op zijn sterfbed ligt, dan willen zijn confraters hem moed inspreken om onbevreesd de eeuwige Rechter tegemoet te treden. Dan zeggen ze: „Johannes, denk toch eens aan de vele goede werken, die jij tijdens je leven gedaan hebt." En wat is dan het antwoord van Johannes? „Spreek mij niet van mijn goede werken, maar spreek mij van mijn zonden!"
Deze priester had dus heel goed gezien dat je bij' God niet kunt aankomen met je zogenaamde goede werken, maar dat je slechts mag geloven in genade, wanneer je als een verloren zondaar ootmoedig smeekt om vergeving.
En wie zou durven beweren dat deze priester tóch voor eeuwig door God verworpen zou zijn, omdat hij tot het einde toe lid en zelfs priester is gebleven van de r.-k. kerk?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 maart 1977
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 maart 1977
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
