In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Harde taal

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Harde taal

5 minuten leestijd

In het januarinummer van IRS las ik van „De verdwazing gaat verder". Heel goed dat zulks gesignaleerd wordt. Misschien leven we wel in een tijdperk van verdwazing?

Nu viel mij ook een bepaalde passage nog inzonderheid op, in het aangeduide artikel, te weten deze:

„Ja, het is voor ons veel prettiger te horen dat welvaart en gezondheid je deel zal zijn, wanneer je Christus volgt, in plaats van de harde taal van Christus, Die zegt dat we dagelijks ons kruis op moeten nemen en onszelf moeten verloochenen, wanneer we zijn discipelen willen worden".

Ik heb hier echt een beetje bezwaar tegen. „Harde taal van Christus". Dit klinkt me toch werkelijk wat „hard", niet in de zin van Johannes 6:60, alwaar: „deze rede is hard", want „hard" beduidt daar: moeilijk te verstaan.

Christus sprak (in IRS geciteerd, januari-nummer, blz. 15): „Leert van Mij dat Ik zachtmoedig ben" (Matth. 11:29), daarom: „Komt herwaarts tot MIJ", want de Middelaar zal anders omgaan met menschen dan de al te vrome leidslieden van die dagen, die dan ook tegen een Judas dorsten te zeggen: „Wat gaat ons dat aan? Gij moogt toezien!" Zo iets van: „Dat moet je nu zelf maar weten, daar bemoeien we ons niet mee!"

Dan des Middelaars woord:

„Want MIJN (evangelisch) juk is zacht, en MIJN last is licht". Niemand kan dit „harde" taal noemen. Bovendien, zou er zulk een harde taal uitgaan tot mensen, die „Zijn discipelen willen worden"?

Wij zouden die indruk kunnen wekken, dat we de (door Dordt in de Leer-regels verworpene) leer der voorwaarden weer zouden invoeren, waarmee verklaard zou zijn dat genade niet volstrekt is, doch een wettische voorwaarde van de mensch verwacht wierd.

Een harde eis van zelfverloochening? Want die „harde" taal kan niet anders uitgelegd worden dan als een eis! Maar komen we dan niet uit bij het wettische juk, dat inderdaad HARD is, en flinkheids-suggesties in staat is bij de mens te voeden en te kweken? Zelfverloochening wil toch juist óók zeggen: Een verloochening van die flinkheids-idee. Misschien is het ondeugend van mij, maar ik dacht aan een rooms „survival". Maar ja, het gaat tenslotte om de bedoeling.

Met hoogachting en heilwens,

ONS ANTWOORD:

Het is goed dat ds. v. d. Kooij wijst op deze gevaren. Het is van wezenlijk belang dat we er voor waken dat het absolute karakter van Gods vrije genade niet wordt aangetast in onze prediking. En een leer over „voorwaarden" voor die genade is een geraffineerde poging van de Boze om de wissel om te gooien naar het spoor dat eindigt in de verheerlijking van de mens.

Van de andere kant meen ik onderscheid te moeten maken. De prediking van Christus is op zichzelf hard, omdat ze hard is voor ons zondige vlees. Als de Heere zegt dat we ons kruis achter Hem aan moeten dragen, dan is daarmee een kruis bedoeld in dezelfde zin als het kruis dat Hij droeg. En dat kruis was hard, zoals ook elke zelfverloochening moeilijk en hard is voor onze egoïstische natuur. Ik dacht dat dit de strekking was van de prediking van Christus. Duidelijk komt dat naar voren, als een Schriftgeleerde tot Hem zegt: „Meester, ik zal U volgen, waar Gij ook heengaat". Dan belooft Christus hem niet een gemakkelijk leven, welvaart en succes. Maar dan wijst Hij op Zijn armoede: „De vossen hebben holen en de vogelen des hemels nesten; maar de Zoon des mensen heeft niet, waar Hij het hoofd nederlegge" (Matth. 8:19-20).

Ik ben het echter met ds. v. d. Kooij ook eens, dat we, zoals de Heere dat Zelf heeft gedaan, kunnen spreken van een zacht juk. Maar dat juk is zacht, omdat het zacht gemaakt wordt door de liefde Gods, die in onze harten wordt uitgestort door de Geest, die ons gegeven is (Rom. 5 : 5 ). Een duidelijk voorbeeld daarvan was Stephanus. Hij werd gestenigd en de steniging is een gruwelijke langzame dood. Het deed aan Stephanus evenveel pijn als aan ieder ander, die aldus terecht werd gesteld. Maar wat maakte het toch weer in zekere zin zacht? „Maar hij, vol zijnde van de Heilige Geest en de ogen houdende naar de hemel, zag de heerlijkheid Gods en Jezus, staande ter rechterhand Gods" (Hand. 7:55).

We moeten verder opmerken dat we de kracht om dat harde kruis van de zelfverloochening te dragen, niet hebben in onszelf. Die kracht krijgen we als een genadegeschenk van de Gekruisigde Zelf. Het dragen van ons kruis is dus op geen enkele wijze een voorwaarde voor het ontvangen van de genade van de verzoening met God of voor het verwerven van het eeuwige leven.

Misschien kunnen we dit alles zó samenvatten: De genade is wel gratis, maar niet goedkoop!

DE KRACHT VAN EEN WOORD

Toen geschiedde het wonder, dat ik in mijn ziel met kracht deze woorden ontving: „Doet dat tot Mijn gedachtenis." Ik kan het niet omschrijven, de vreugde, de vrede, die ik toen ondervond. Ik stond of zat als vastgenageld in bewondering van zoveel genade en ontferming, want de inhoud van ps. 98 werd levend voor mij in al zijn facetten.

A.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 maart 1977

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Harde taal

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 maart 1977

In de Rechte Straat | 32 Pagina's