In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Ze was reeds drie uur dood

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ze was reeds drie uur dood

4 minuten leestijd

We hebben reeds meerdere malen betoogd, dat wonderen bedoeld zijn als tekenen, als heenwijzing naar de Wonderbare. Ze zijn niet bedoeld als een strikt bewijs. Boven het bewijs van de wonderen staat het veel sterkere bewijs van het Woord Gods zelf. Wanneer iets in strijd is met de openbaring van de Wonderbare in Zijn Woord, dan kan het wonder nooit een heenwijzing zijn naar God, die immers niet in tegenspraak kan zijn met wat Hij in Zijn Woord heeft gezegd.

Daarom hebben wij alle wonderen in Lourdes afgewezen als heenwijzingen naar God. Lourdes leert dwalingen. Lourdes is in strijd met de Schrift. Wat daar gebeurt aan wonderbare genezingen, kan nooit door God bedoeld zijn als heenwijzing naar Hemzelf.

En zo wijzen we evengoed de wonderen af in protestantse kringen, wanneer in zulk een kring fundamentele waarheden van het christendom geloochend worden.

„Er is een leven na de dood"

Overigens moeten we steeds voorzichtig zijn met het aannemen van wonderen. Dat is mij opnieuw gebleken, toen iemand mij opmerkzaam maakte op een artikel in „Margriet". Daarin wordt verteld over de internationaal bekende psychiater, dr. E. Kübler-Ross, die vanuit haar stervensbegeleidingspraktijk tot de volgende konklusie is gekomen: „Ik weet zonder een spoor van twijfel, dat er een leven is na de dood".

Wij citeren uit dat artikel een merkwaardig voorval, dat ons tot grote voorzichtigheid moet manen bij het aanvaarden van iets als een echt wonder.

„Ik zag wat ze met me deden"

Acht jaar geleden — mevrouw Kübler woonde toen al jaren in Amerika — besloot ze dit „stervensgedrag" te onderzoeken. De aanleiding daartoe was een gesprek met een stervende vrouw. Ze vertelt daarover: „In het kader van een cursus stervensbegeleiding had ik enkele van mijn patiënten gevraagd of de artsen, verpleegkundigen en geestelijken die de cursus volgden, achter een scherm mochten meeluisteren naar wat ze mij over de naderende dood konden vertellen. Ik vroeg hun dat in het belang van de wetenschap en zei hun dat we die gesprekken graag als hun laatste geschenk aan ons zouden willen beschouwen. Tot de patiënten die hun toestemming gaven, behoorde een huisvrouw van achter in de veertig. Een ernstige ziekte had haar al vaker aan de rand van het graf gebracht — zo ook een jaar tevoren, toen ze in de intensive-care-afdeling van een ziekenhuis werd verpleegd. Kort voor ze stierf, vertelde ze me iets dat ze nooit eerder aan iemand had verteld: namelijk wat ze had ervaren toen ze tijdens die vorige ziekenhuisperiode „bijna dood" was geweest. De verpleegster die het einde van haar patiënte zag naderen, ging hulp halen en op dat moment was zij als het ware „uit haar lichaam gezweefd". Ze vertelde me dat ze zichzelf duidelijk had zien liggen, met een lijkbleek gezicht.' Even later hadden de artsen zich intensief met haar bezig gehouden. Ze kon op dat moment — dus een jaar later! — me nog precies vertellen welke dokter de reanimatie wilde voortzetten en welke de strijd wilde opgeven. Ze wist zich zelfs nog een grapje te herinneren dat een van de medici aan haar doodsbed had gemaakt, kennelijk om de spanning te breken. Terwijl ze dat alles zag, voelde ze zich volmaakt gelukkig. Ze had die artsen aan haar bed willen vertellen dat ze wat haar betreft wel terug konden treden. Intussen vertoonde haar lichaam geen enkel teken van leven: het ademde niet, de bloeddruk was weggevallen en er was geen hersen-activiteit. Men kon slechts de dood constateren. Maar drie uur later trad ze in haar lichaam terug — en ze leefde nog een vol jaar.

Tien minuten later was de vrouw dood. De cursisten die achter het scherm verbijsterd naar haar relaas hadden geluisterd, vroegen me een verklaring van deze „hallucinatie". Maar ik weigerde van een hallucinatie te spreken en wilde mijn patiënte al evenmin een etiketje met „psychisch gestoord" opplakken Ik wilde de zaak onderzoeken, want ik voelde meteen dat we er iets van konden leren."

Sindsdien heeft mevrouw Kübler honderden getuigenissen van „bijna-doden" verzameld en zoveel mogelijk zelf gecontroleerd.

(Zie ook het artikel: „Dood… het laatste stadium van innerlijke groei").

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 maart 1977

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Ze was reeds drie uur dood

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 maart 1977

In de Rechte Straat | 32 Pagina's