In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

weerwoord

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

weerwoord

5 minuten leestijd

Ik had van te voren de brief op p. 16 met het verzoek om plaatsing naar de schrijfster gezonden, alsmede mijn antwoord dat ik voornemens was in IRS te publiceren. Ik ontving daarop een antwoord dat ik zó mooi van toon en geest vond, dat ik ook deze nieuwe brief hieronder laat volgen.

Zeer geachte broeder Hegger,

Hartelijk dank dat u op mijn brief hebt geantwoord. Alleen is het er voor mij niet gemakkelijker op geworden, omdat ik per brief moeilijk kan weergeven, het vóór en het tegen van de dingen.

Eén ding weet ik echter zeker, nl. dat het Gods liefde was, die mij tot die brief inspireerde, èn de liefde tot de broeders.

Nogmaals, br. Hegger, waarom ook in uw antwoord niet één woord van blij-zijn dat door hun prediking van het Evangelie mensen bereikt worden? Onze br. Paulus verblijdde zich dat Christus werd verkondigd, hoe dan ook. Phil. 1:18.

Br. Osborn en br. Maasbach prediken toch duidelijk de kern, het fundament van het Evangelie: Christus gekruisigd, gestorven voor onze zonden, naar de Schriften. Mijn man en ik en vele anderen zijn de vrucht van hun prediking en aan de vrucht kent men toch de boom? Matth. 12:33.

Als u het wilt, kunt u mijn brief in uw blad plaatsen, maar dan a.u.b. wel met de kardinale vraag, die erin gesteld werd: Werpt u nu mét het badwater niet het kind weg?

Als u, br. Hegger, voor Gods aangezicht eerlijk antwoord geeft op deze vraag, laat u dan in Jezus' wondere Naam de liefde tot de broeders voorop staan, broeders die belijden gekocht en betaald te zijn met hetzelfde kostbare bloed van Jezus, als waarmee u en ik zijn gekocht en betaald.

Ik weet zeker dat we Gods Geest smart aandoen en bedroeven, wanneer we elkaar als kinderen van één Vader tekort doen.

Br. Hegger, God is toch liefde, liefde gelooft alle dingen, in de zin dat het wel goed zal komen met de ander.

Mijn man en ik zijn na onze bekering zeer teleurgesteld in de verdeeldheid van het protestantisme. Al die namen en denominaties, zou de Heere dat bedoelen? Hij heeft toch immers gebeden: „Vader, Ik bid U dat zij één zijn gelijk Wij één zijn". Omdat we toch mogen aannemen dat deze bede van onze geliefde Heiland verhoord wordt, ook praktisch, kan ik door diezelfde gezindheid, door genade bidden, dat allen één van gevoelen, één van Geest zullen zijn. Dit kan en zal God nog doen in deze eindtijd, want de wan is in Zijn hand en Hij zal Zijn dorsvloer geheel zuiveren. Het wordt één gemeente zonder vlek en zonder rimpel, een reine maagd. Prijst Zijn heilige Naam!

Br. Hegger, ook in deze brief probeerde ik iets weer te geven van wat er in mij leeft, wat ik geloof, waar mijn verlangen naar uit gaat.

Door deze hele briefwisseling is er in ieder geval bij mij meer gebed gekomen voor u en het werk dat de Heere u geeft. Zo werkt alles mede ten goede voor degenen, die God liefhebben. Maar wie zegt God lief te hebben, behoort ook de broeders lief te hebben.

Van ganser harte de Heere bevolen:

Voorburg Z.H.

EEN KORT KOMMENTAAR:

1. Ook br. Paulus kon openlijk br. Petrus vermanen, wanneer die de zuiverheid van de Evangelieverkondiging in gevaar bracht.

2. Mijn grote moeilijkheid is juist, dat het hier wél om de kern van het Evangelie gaat. Osborn en Maasbach maken van ons geloof een godsdienst van: „Wat krijg ik ervoor?", de godsdienst van: „dit moet je doen en dan krijg je dát".

3. Maasbach heeft iets dat voor ons heilig is nl. de Doop op grond van Gods belofte (en dus ook de kinderdoop) gehoond als „een rechtstreekse uitvinding van de hel". Zelf heb ik een boekje geschreven onder de titel: „Vertroosting en vermaning van de Doop", waarvoor ik nog een uitgever moet zien te vinden. Ik ben op grond van de bijbelse gegevens overtuigd dat God Zelf in de Doop tot Zijn volk spreekt en ons van Zijn eeuwige trouw in Christus verzekert, de trouw aan Zijn belofte, dat wie tot bekering en tot geloof in Christus komt, de afwassing der zonden en het eeuwige leven ontvangt; dat volwassenen de Doop slechts mogen ontvangen na (niet op grond van) hun geloof en dat de Heere de trouw aan Zijn belofte ook aan de kinderen der gelovigen verzegelen wil tot vertroosting van hen, die reeds tot bekering kwamen en tot vermaning van de onbekeerde gedoopte leden van de gemeente.

Maar ik respekteer ten volle degenen, die op bijbelse gronden menen dat het niet God is, die door de Doop tot Zijn volk spreken wil, maar dat de Doop bedoeld is als een spreken van de gelovige tot de gemeente, als een getuigenis dus van zijn bekering. En geen haar op mijn hoofd denkt erover om mij honend uit te laten over de Doop als het spreken van de gelovende mens, en dus alleen-volwassendoop, hoezeer ik ook overtuigd ben dat de belovende God tot ons spreken wil in de Doop. Bovendien gaat het bij de vraag: kinderdoop of alleen-volwassendoop, niet om de kern van het Evangelie.

En dat ons respekt jegens gelovigen, die uit overtuiging aanhangers zijn van de alleen-volwassendoop, zich niet beperkt tot woorden, maar ook tot uitdrukking komt in de daad, moge o.a. daaruit blijken dat wij herhaaldelijk in ons blad steun hebben gevraagd voor ds. Parraga in Australië, die baptistenpredikant is. En ook ds. Maggiotto van Italië, hoezeer ook calvinist in hart en nieren evenals de bij ons geliefde schrijvers: Spurgeon, Philpot en Bunyan, eveneens baptisten, bedient in zijn gemeente de Doop niet aan kinderen. Desondanks steunen wij hem nu al jaren met grote bedragen.

Vandaar nu mijn vraag: Hebt u aan Maasbach al eens gevraagd of hij zijn honende uitdrukking over de Doop als het spreken en verzegelen van de belovende God (en dus van de kinderdoop), waarmee hij ons gekrenkt heeft, wil terugtrekken?

4. Tenvolle beaam ik uw oproep tot broederliefde en ik waardeer bijzonder de fijne, liefdevolle sfeer van uw brief.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1977

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

weerwoord

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1977

In de Rechte Straat | 32 Pagina's