DE VERDWAZING GAAT VERDER
Wij ontvingen van het Duitse Osborn-genootschap weer nieuwe paperassen, die allemaal tot doel hebben zoveel mogelijk geld bij hen binnen te krijgen. Zij schrijven dat dat geld besteed wordt „om zielen te winnen" en we willen, met het oordeel der liefde, ook nog wel aannemen dat ze dat oprecht menen. Maar de methode die zij aanwenden om aan zoveel mogelijk geld te komen, is volkomen onbijbels.
Enige dagen later ontvingen we uit Australië van ds. Parraga precies dezelfde paperassen, maar dan in het Engels. Ik vermeld dat hierbij, omdat sommige Osborn- Maasbachvoorstanders mij hadden geschreven dat Osborn waarschijnlijk het niet eens zou zijn met de Duitse opdringerige methoden. Ik heb hen toen reeds geantwoord: Maar de handtekening van Osborn staat er toch onder en u wilt me toch niet wijsmaken, dat ze in Duitsland de handtekening van Osborn gebruiken tégen diens bedoeling? Maar zoals u op de afdrukken kunt zien, gebruikte men in Australië voor precies dezelfde propaganda ook de handtekening van Osborn.
Het bloed van het Lam
Deze keer kregen we een kaart toegestuurd, die aan de ene kant karmozijnrood is en moet voorstellen het bloed van het lam, dat aan de deurposten van de Israëlietische huizen moest worden gestreken. De verderfengel zou dan sparend voorbijgaan, wanneer hij dat bloed zou zien (Ex. 12:13).
Wat moet er nu met dit teken van het bloed van het lam gebeuren? Osborn zegt dat het ook aan de deurpost moet bevestigd worden, echter aan de binnenkant. Maar eerst moeten alle huisgenoten hun namen zetten op de andere kant van die bloedrode kaart, die daarbij verwijst naar Jozua 2:13-14. Daarna moet het naar Osborn gezonden worden (tegelijk met de kaart, waarop staat hoeveel geld ze voor de Osborn-stichting overmaken — „deze gift moet zo groot mogelijk zijn", aldus Osborn).
„Dan leggen wij — aldus Osborn — het op ons gebedsaltaar en doen persoonlijk voorbede voor u, net zolang, totdat we de zekerheid hebben gekregen van de overwinning voor ieder van u, van wie de naam op die gebedskaart geschreven staat".
Vervolgens wordt het door Osborn teruggezonden en moet aan de deurpost worden aangebracht als een teken, dat het bloed van Christus dat huis beschermt en als een teken tussen u en God en Zijn „no 1 job" = Gods eerste job, Gods werk numero 1, nl. om zielen te winnen.
„Nadat u de kaart van ons hebt teruggekregen, moet u gedurende zeven dagen (niet drie, of vijf, maar ZEVEN) dagen u opstellen bij die deur en daar bidden. Wij zullen gedurende die zeven dagen met u meebidden. Zo zal die week een grote verbotidsweek (covenant-week) worden voor u en de uwen.
„Indien slechts één persoon het bloed van het latn aan de deurpost had aangebracht, toen de verderfengel in Egypte toesloeg, zou het hele huisgezin gespaard zijn gebleven. En zo zal ook, wanneer u deze kaart met de bloedkleur aan uw deurpost aanbrengt, zegen, gezondheid en welvaart (blessing, health and prosperity) komen over allen, die op die kaart zijn vermeld".
KOMMENTAAR:
Is hierbij eigenlijk nog wel kommentaar nodig? Iemand die ook maar iets afweet van de Bijbel, zal meteen moeten zeggen: Dit druist geheel in tegen de prediking van Christus. Dit is een evangelie naar de mens.
Ja, het is voor ons veel prettiger te horen dat welvaart en gezondheid je deel zal zijn, wanneer je Christus volgt, in plaats van de harde taal van Christus, die zegt dat we dagelijks ons kruis op moeten nemen en onszelf moeten verloochenen, wanneer wij Zijn discipelen willen worden.
Wijwater over ons huis
Alleen nog even tot r.-k. lezers: Merkt u de grote overeenkomst met bepaalde praktijken in uw kerk, waarin u waarschijnlijk niet meer gelooft?
Wij hadden vroeger ook onze „intronisatie" van het Heilig Hart. Dan moesten we ook allerlei gebeden verrichten voor dat beeld, wanneer de pastoor het in ons huis had geplaatst en met wijwater ons allen en het hele huis had besprenkeld.
En u zult meteen ook hebben gedacht aan de novenen (voor protestantse lezers: een gebedsoefening van negen dagen of negen maanden, die niet onderbroken mag worden). Alleen is Osborn meer bijbels in zijn getal „zeven". Dat is het enige verschil.
Indien u op zoek bent naar het echte Evangelie, dan moeten wij met nadruk zeggen, dat dit het niet is. Het is niet door te doen, niet door geld te sturen naar Osborn of Maasbach, niet door een bloedrood gekleurd papiertje aan uw deurpost te plakken, of door welk soort doen ook, dat u de zegen des Heeren deelachtig wordt, maar door te geloven (zie o.a. Gal. 3:14), door te geloven in de schulddelgende en reinigende werking van het bloed van Christus, het Lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt.
„Gode zij dank, is er een groot verschil tussen uw huis en dat van de ongelovigen, zoals er ook in Gods ogen dat grote verschil bestond, toen gelovigen in Egypte het bloed van het lam aan de deurpost aanbrachten.
Dat verschil bestaat hierin:
succes, terwijl anderen mislukken;
gezondheid, terwijl anderen ziek zijn;
vertrouwen, terwijl anderen in de benauwdheid zitten;
overvloed, terwijl anderen het moeilijk hebben;
vrolijkheid, terwijl anderen het naar hebben."
Misselijk!
Ik kan maar één woord vinden voor deze vrome liefdeloosheid: dit is misselijk! Dit godsdienstig egóisme is walgelijk. Hoe kun je je zó zitten te verlustigen in je eigen overvloed en welvaart en gezondheid, tegenover de armoede en ziekte van de anderen, ook al is dat misschien mede het gevolg van hun zondige levenshouding.
Nee, de Christus der Schriften was heel anders en heeft ook óns opgedragen om anders te zijn. Hij heeft geleerd: „Zalig zijn de barrnhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden" (Matth. 5:7).
Na deze inleiding vervolgt Osborn:
Een dode stond op
„Deze morgen waren Daisy (= mevr. Osborn) en ik deze (bovengenoemde) zegeningen aan het afsmeken van de Heere voor u en voor uw huis. We waren ineens overtuigd dat wij u iets moesten meedelen nl. wat plaats heeft gehad tijdens onze laatste kruistocht. Toen is er een wonder gebeurd, dat ieder met verbazing vervuld heeft, die het heeft gezien. We hadden eerst gedacht dat we dat maar niet verder moesten vertellen, omdat misschien niemand het zou geloven. Een man is van de doden opgestaan, toen zijn lijk op het podium werd gelegd, waar ik van te voren had staan preken en zieken genezen. Hij was al sinds twee uur dood.
Bovendien hadden meer dan honderd volkomen blinden hun gezicht teruggekregen gedurende die kruistocht. Vanwege al die geweldige wonderen hadden Daisy en ik besloten om een van de oude vloerplanken van dat podium naar huis te zenden als een gedenkteken tot Gods eer.
Deze morgen herinnerden wij ons het verbond Gods, dat wanneer Hij ons roept. Hij ook u roept, wanneer Hij ons zalft, Hij ook u zalft.
Zodoende bracht de Heere ons tot het besluit deze plank niet voor ons alleen te houden, maar ze te verdelen onder onze „partners", zoals Jezus brood en wijn verdeelde. Daarom zenden we u nu een stukje van die plank om het te leggen in uw Bijbel of in uw portefeuille als een gedenkteken van Gods verbond met u.
Wat moet u nu doen? Vul op ingesloten formulier in, waarvoor u wilt dat wij bidden zullen. Vul tegelijk de enveloppe met uw „geloofszaad". Maak uw gift zo groot mogelijk — $ 20 of $ 30 of meer als u kunt (De australische dollar is momenteel ƒ …….) Doe er daarna de postzegel op in kinderlijk geloof dat God uw offer ziet.
Vervolgens moet u gedurende enkele ogenblikken de gezegelde enveloppe in uw hand houden, terwijl u ervoor zorgt dat ze in aanraking is met het stukje hout dat wij u hebben toegezonden. Wees dan even stil in meditatie. Denk na over de wonderen, die God op dat podium van onze laatste kruistocht heeft verricht. Denk aan de dode man, die tot leven terugkeerde, zodra hij in aanraking kwam met de planken vloer van dat podium, waarvan u nu een stukje hebt gekregen. U bent nu door uw geloofszaad, het geld dat u in de enveloppe hebt gedaan of erin hebt toegezegd, verbonden met de wonderen, die op dat podium hebben plaatsgevonden. Uw gedachten gedurende die kostbare momenten zullen in de hemel geregistreerd worden. Daarna moet u het onmiddellijk in de brievenbus doen.
En wat doen wij, wanneer wij uw brief met uw „geloofszaad" ontvangen? Kijk, wij hebben voor onszelf één meter van die plank bewaard. Wij hebben nl. een altaar in onze gebedskamer. En we hebben gedaan als Abraham: „Hij legde hem (zijn zoon Izak) op het altaar boven op het hout" (Gen. 22:9). Zo hebben ook wij de resterende één meter van die plank op ons altaar gelegd. En daar leggen we ook uw brief op met uw geloofszaad en met de gunsten, waarvoor u vraagt dat wij God voor u bidden zullen. Dan strekken we onze handen uit over dat altaar met uw brief en bidden voor u. En ik geloof dat God zal antwoorden met een wonder voor u".
KOMMENTAAR :
In het begin schreef ik dat ik met het oordeel der liefde wil aannemen dat Osborn het oprecht meent. Ik moet er nu wel aan toevoegen, dat ik daar moeite mee heb. Maar het meest verwonderlijke is, dat christenen die de Bijbel kennen, tóch deze godsdienstige charlatan, deze religieuze kwakzalver, nalopen. Het enige antwoord hierop is misschien dat Christus dit alles voorspeld heeft. Tegen het einde der tijden zullen immers overal dwaalleraars opstaan, die zullen roepen: „Hier is de Christus of daar". En de misleiding en verleiding zal dan zo groot zijn, dat indien het mogelijk ware, zelfs de uitverkorenen zouden worden verleid.
En vervolgens dit: Waarom noemt O. niet naam en toenaam van die uit de doden opgestane man? In Lourdes is er een bureau, waar ook niet-christelijke doktoren toegang hebben en waar zogenaamde wonderbare genezingen gekontroleerd worden. Dat is dan tenminste een meer betrouwbare procedure dan deze verhalen van de wonderbare genezingen en opstandingen uit de doden van Osborn.
Wonderhout
In de rooms-katholieke kerk hadden wij ook de vreemdsoortigste relikwieën zoals van de haren van Maria, van de vermoorde kinderen van Bethlehem, van de kribbe, waarin Christus gelegen heeft, van de doeken, waarin hij werd gewikkeld; en vooral van het kruis waaraan Christus is geslagen; daarvan zijn er duizenden relikwieën op heel de wereld; als die allemaal echt zouden zijn, dan zou dat kruis nog met geen tien man te versjouwen zijn geweest.
Osborn schrijft: „U moet dat stukje hout van het podium goed bewaren, want het kan niet vervangen worden." Kom, Kom! In de r.-k. kerk hadden wij de mogelijkheid van relikwieën b.v. kleine stukjes stof, die aan een echte relikwie of aan een wonderbeeld waren „aangestreken"; door die aanraking met een echte relikwie werden ook die stukjes stof weer relikwieën, voorzien van wonderbare kracht. Zou de slimme Osborn ook niet spoedig op dat idee komen, zodat hij zijn stukjes wonderhout tot in het onbeperkte kan blijven produceren?
De zonde van Jerobeam
In Kon. 1 en 2 wordt voortdurend gewezen op de zonde van Jerobeam, die een eigenwillige godsdienst had ingesteld en aan het tienstammenrijk de kalverendienst in Dan en Bethel had opgedrongen. Is dat nog niet voldoende waarschuwing voor ons? Zwaar is de verantwoordelijkheid van hen, die de relikwieverering, die in de rooms-katholieke kerk is gaan tanen, nu in protestantse kringen ingang willen doen vinden- En wat Osborn betreft met zijn altaar in zijn gebedskamer met de wonderplank op dat altaar, hem zou ik willen wijzen op het verhaal van de man uit Juda, die profeteerde tegen het altaar van Jerobeam (1 Kon. 13). Maar de dood van deze man Gods is tevens een waarschuwing voor allen, die deze afgoderij van Osborn met de karmozijnen kaarten, die het bloed van het Lam moeten voorstellen, en met de stukjes hout van de wonderplank, goedkeuren of althans vergoelijken. De eigenwillige godsdienst is de ondergang van Israël geworden. Zo betekent ook elke eigenwillige godsdienst de ondergang van het christendom.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1977
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1977
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
