WAARUIT KENT GIJ UW VERLOSSING?
Hebt u opgemerkt dat er niet staat: „Wat", maar „Wie zal mij verlossen?". Daarom zou boven dit artikel ook moeten staan: „Uit Wie kent gij uw verlossing?".
Het is slechts betrekkelijk waar, wanneer ik zeg: Ik ken mijn verlossing uit de belofte Gods. Veel juister is het te zeggen: Ik ken mijn verlossing uit de goddelijke Belover, uit Jezus Christus.
De belofte kunnen we nooit hanteren als een belofte in een notariële akte. Als we dat proberen, ontglipt ons de wezenlijke inhoud van de belofte. Want in dit geval is de Belover Zelf de inhoud van de belofte. In het hogepriesterlijk gebed zegt de Heere immers: „En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige en waarachtige God, en Jezus Christus die Gij gezonden hebt" (Joh. 17:3). Het eeuwige leven ontvangen we dus door het kennen van God en van de Middelaar, Christus. Maar het gaat hier niet over een rekenkundig, een filosofisch of theologisch „kennen". Het gaat hier over een kennen door ervaring, door de liefde, door het hart.
Daarom heeft de Heere aan die belofte in Joh. 10 laten voorafgaan: „Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij" (vs. 27). En ook: „En de schapen volgen hem (de herder), omdat zij zijn stem kennen; maar een vreemde zullen zij geenszins volgen, maar zij zullen van hem vlieden, omdat zij de stem van de vreemde niet kennen" (vs. 4-5). En: „Ik ken de Mijnen en wordt van de Mijnen gekend" (vs. 14).
Hoe gebeurt dat kennen? Hoe leren de schapen hun herder kennen? Allereerst door de voortdurende nabijheid. Dat is een eerste vereiste. Zo is het ook voor ons nodig, dat wij tot Christus naderen, telkens naar Hem toegaan. En dat kan alleen maar door het lezen van het Woord. Daar, en daar alleen, vinden we Hem.
De schapen leren hun herder kennen uit diens daden. Ze bemerken het, dat de herder hen steeds naar grazige weiden brengt en dat hij ze beschermt tegen de aanvallen van de wilde dieren.
Ze leren op den duur hun herder ook inniger kennen uit zijn stem. Ze merken het wel dat de herder boos is, wanneer ze van de kudde afdwalen. Ze horen heel goed het verschil in de klank van de stem, wanneer de herder hen goedkeurend en bemoedigend toespreekt en wanneer de herder hen berispt.
Zo leren ook wij de goede Herder kennen door steeds naar Hem te luisteren en naar Hem op te zien. „Gods verborgen omgang vinden zielen, waar zijn vrees in woont".
We merken het, wanneer de Heere vertoornd op ons is vanwege onze afdwaling. En wanneer Hij ons dan terugroept, misschien onder bedreiging, dan horen we toch de liefde in Zijn stem doorklinken. We ervaren het dan: We zijn tóch Zijn schapen, Zijn eigendom, gekocht met Zijn bloed, het bloed van de Herder, die Zijn leven inzette voor Zijn schapen. Zo kennen we uit Hem onze verlossing.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 december 1976
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 december 1976
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
