In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

DE CHARISMATISCHE BEWEGING IN DE HISTORISCHE KERKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE CHARISMATISCHE BEWEGING IN DE HISTORISCHE KERKEN

16 minuten leestijd

De keuze van de spreker was om ten minste twee redenen ideaal.

Ten eerste, omdat Rev. Richards in Pinksterkringen overal zeer gezien is, niet alleen vanwege zijn begaafd en toegewijd leiderschap, maar ook om zijn zeer evenwichtige kijk op wat er in Pinksterkringen verschillend wordt geleerd en toegepast. Ten tweede, de zeer openhartige betrekkingen die hij met evangelische predikanten en kerken buiten de Pinksterbeweging onderhoudt, maakten een persoonlijk of eenzijdig vooroordeel onwaarschijnlijk.

Deze rede is in het Nederlands vertaald door Henry A. Luuring, die eveneens de vertaler is van de meeste boeken van Hal Lindsey. Ze is niet in de handel verkrijgbaar, maar we hebben een exemplaar gezonden aan alle comité's IRS.

De inhoud is daarom zo interessant, omdat ive hier te maken hebben met een echte pinksterman. Zo zegt hij dat wie niet in tongen heeft gesproken, niet gedoopt is met de Geest, maar wel wedergeboren kan zijn door de werking van de Geest. "Wij zijn het daarin niet met de schrijver eens.

Maar juist, omdat deze waarschuwingen komen van een leider van de pinksterbeweging, kan men ze nooit opzij schuiven met de opmerking, dat ze zouden voortkomen uit de mond van iemand, die de Geestesgaven als tijdgebonden hl. als gebonden aan de eerste 40, 50 of 60 jaar na het pinksterfeest, beschouwt. Volgens Richards zijn er bewijzen van een echte werking van de Geest in de charismatische beweging, maar hij zegt verder:

Er zijn bewijzen dat wij met onechte 'nagemaakte' ervaringen van de Doop te doen hebben

Lewi Pethrus bracht zijn bezorgdheid hierover tot uitdrukking toen hij sprak op de Wereldconferentie in Dallas in november 1970, toen hij zei: „Het enige waar ik bevreesd voor ben is, dat men niet de juiste ervaring van de doop van de Geest heeft", hetgeen er duidelijk op wijst dat men — en daar is hij bezorgd over — een emotionele of vleselijke ervaring kan krijgen. Dit doet aan het werk van God onnoemelijk veel afbreuk. Boeken van schrijvers, die nog maar kort geleden de doop hebben ontvangen, hebben hier niet geholpen. Zij schijnen een gevaarlijke praktijk aan te moedigen, die vandaag aan de dag de overhand schijnt te krijgen. Laat mij een welbekende schrijver van het nieuwe-Pinksteren citeren. Hij schrijft: „Spreken in tongen is een waagstuk van het geloof. U legt elke taal, die u ooit geleerd hebt, terzijde en dan verheft u uw stem en u spreekt uit. Het 'risico' is dat u niets meer gaat zeggen dan bla-bla-bla, maar wanneer u eenvoudig de stap doet in geloof, dan ontdekt u dat God van Zijn kant de afspraak nakomt …".

Nog een ander boek vermeldt: „Open uw mond en laat blijken dat u gelooft dat de Here u in de Geest gedoopt heeft doordat u tracht te gaan spreken. Spreek geen Engels of welke andere taal ook die u kent — in werkelijkheid kan elke klank die u uit en waarbij u uw tong in eenvoudig geloof aan God overgeeft, het begin zijn van het spreken in tongen". Tegen deze praktijk moeten wij ten zeerste protesteren. Dit doet afbreuk aan het werk van de Geest van God en maakt goedkoop wat bestemd is een diepgaande en verrijkende ervaring te zijn.

Als resultaat van dit soort onderricht hebben wij veel mensen, die 'tongen' willen hebben en deze ervaring gelijkstellen met een statussymbool; zij zoeken dus iemand die hun de handen op wil leggen en zij gaan accoord met alles wat hun maar gezegd wordt. Is dit niet een van de oorzaken waardoor wij voortdurend horen van mensen, die zeggen dat zij de doop hebben ontvangen, maar die in hun levens niet werkelijk zijn veranderd? Zij zijn niet anders dan zij vroeger waren. Verre van geholpen te zijn en geïnspireerd, zijn zij in de war geraakt en gedeprimeerd. Het ligt duidelijk voor de hand dat zij de doop van de Geest niet hebben ontvangen.

Er is bepaald iets radicaal mis wanneer wij horen van aantallen christenen, die naar men veronderstelt een ervaring van Hand. 2 hebben ontvangen en toch geen teken van geestelijk leven en een dynamisch getuigenis aan de dag leggen of waar de groei van de gemeente het resultaat is.

Sommigen wijzen op de Korinthiërs of andere gemeenten, waar sommige van de leden vleselijk waren en op een dwaalweg waren geraakt, nadat zij in de Geest gedoopt waren. Zij gebruiken dit als een argument voor deze tijd om die mensen te vergoelijken, die in een soortgelijke positie verkeren. Dit komt mij ongerijmd en theologisch gezien ongezond voor. De Brieven werden geschreven om te bestraffen, te waarschuwen en te corrigeren, maar niet om zulke gelovigen in hun dwaasheid aan te moedigen of zo dat de verwarring nog meer toeneemt.

Petrus en de discipelen waren vóór de Pinksterdag somber gestemd en verslagen, maar zeker niet na de uitstorting van de Geest. Wij lezen dat zij 'vrijmoedig' waren, zich 'verblijdden' en 'God prezen'. Bij elke gelegenheid waarbij de mensen de doop in de Handelingen ontvingen, was dit het geval. Dit betekent natuurlijk niet, dat wij nooit verzocht of beproefd zullen worden, nadat wij de kracht van de Geest hebben ontvangen. Stellig zal dit, waarschijnlijk nog meer dan eerst, het geval zijn, maar Christus zal meer werkelijkheid worden en de waarheid duidelijker. Wij moeten belijden dat vele zogenaamde (geestes)dopen niet echt zijn. Maar er is iets dat nog erger is:

Er zijn bewijzen van satanische misleiding

Harry Lumb schreef onlangs in Logos Journal: „Twee jaar geleden wees een welbekende figuur in de Volle-Evangelie-Beweging mij er op, dat een groep charismatische predikanten homofiele liefde voorstaan als zijnde de moeite waard. (Verslag in de End Times Messenger). Hij merkte op dat tenzij er bij de Charismatische Beweging van een vanouds geheiligd leven sprake is, zij tenslotte zal verwelken".

Zonder alarmerend te zijn, wil ik hier toch een waarschuwend geluid laten horen. Het is toch veelzeggend dat er in Amerika spiritistische homofiele kerken zijn gesticht, die voor Pinkstergemeenten doorgaan.

Dit is een tijd om een duidelijk en helder waarschuwend geluid in de Kerk te laten horen. Het was interessant om te lezen wat David Wilkerson voor commentaar geeft op de Jesus People in zijn Jesus Person Maturity Manual. Hij schrijft: „Hoezeer ik mij verblijd over wat God allemaal doet — zo reis ik nu het land door om te waarschuwen voor wat in de Jesus Movement niet echt is. De Bijbel waarschuwt voor een hele groep mensen, die in het laatst der dagen zal opkomen en die roepen „Jezus, Jezus". Maar zij zullen onwaarachtig, val en onbekeerd zijn. Zij zullen Jezus prediken, duivelen uitwerpen en rondgaan goed doende, maar zij gaan steeds doot met zondigen. Een ieder die van Jezus is, moet wandelen zoals Hij gewandeld heeft. Er is geen andere weg".

HOE STAAN ZIJ, DIE BEWEREN DE DOOP VAN DE HEILIGE GEEST IN DE HISTORISCHE KERKEN TE HEBBEN ONTVANGEN, TEGENOVER DE GELOOFSLEER ?

a. De Onwetenden

Een groot aantal rooms-katholieken en anderen, die in de Geest gedoopt zijn, zouden tot deze groep kunnen behoren. Hun theologie is nihil, maar zij hebben Christus lief en hebben geestelijke kracht. Zij zijn op het moment nog steeds katholiek en nemen aan hun eigen eredienst deel. Zij weten niet beter. Zeker houdt God met zulke mensen rekening. Dit geeft de gelovigen echter niet de vrijheid om in onwetendheid te blijven wanneer de gelegenheid geboden wordt om de waarheid te ontvangen of om hen te vrijwaren van een volledig onderzoek naar de apostolische leer en die te gehoorzamen.

b. De Naïef-kinderlijke Gelovigen

Voor hen is de leer geen noodzaak. De Bijbel is onbelangrijk. Ervaring is belangrijker dan het Woord van God. Hun getuigenis is, dat zij leiding van de Geest ontvangen door visioenen, een hoorbare stem of de een of andere levendige indruk. Vaak zeggen zij al te gemakkelijk: „de Heere zei tot mij". Velen van hen zijn ook geestelijke zwervers. Zij hebben weinig tijd voor de geordende plaatselijke gemeente. De Schriften nemen bij hen een ondergeschikte plaats in en worden in sommige gevallen bijna totaal verwaarloosd.

Sommigen van deze mensen doen mij denken aan een gemeentelid aan wie door een buitenstaander gevraagd werd: „Wat gelooft u?" „Oh, ik geloof wat onze voorganger gelooft". „Wel, wat gelooft hij?" „Oh, hij gelooft wat de Kerk gelooft". „Wel, wat geloven zij dan beiden?" Hij antwoordde: „Allebei hetzelfde!" Wij horen ook van bepaalde soorten huissamenkomsten, die overal ontstaan en waar alleen mensen samenkomen om de een of andere geestelijke ervaring te krijgen of om er over te praten. Zulke mensen worden misleid en het moest hun niet worden toegestaan om op deze manier verder te gaan. Dit is niet de weg van Pinksteren. Het is de weg, die tot ondergang leidt. Het lijkt op een schip zonder kompas of een vliegtuig zonder piloot. Een van de bewijzen dat wij met mensen van het echte Pinksteren te doen hebben, is, dat zij „volharden in de leer der apostelen".

c. Zij, die al te verdraagzaam zijn

Dit is het type mens, die bereid is om zijn ogen te sluiten wanneer het om een valse leer gaat. Wij zien ons voor een unieke situatie geplaatst, die vraagt om tolerantie, maar in ons verlangen om te helpen kunnen wij al te verdraagzaam worden en dat doet de gemeente op de lange duur onnoemelijk veel kwaad.

Velen zijn in de Nieuwe-Pinksterbeweging schriftuurlijk gezond en zijn zich bewust van de dwaalleringen bij veel gedoopte mensen, in het bijzonder bij de roomskatholieken, maar zij zien er niets verkeerds in om zich in grote openbare samenkomsten en conferenties met hen te verenigen, hoewel zulke mensen nog altijd in de rooms-katholieke leerstellingen en tradities geloven. Zij zijn van mening dat dit in de gegeven omstandigheden de beste handelwijze is. Dan wijzen zij op de evangelische beweging, die naar men veronderstelt, in de rooms-katholieke kerk gaande is. Een schrijver vermeldde, dat deze Beweging „een grotere reformatie dan Maarten Luther tot stand hoopt te brengen". Naar men mag aannemen betekent dit, dat de rooms-katholieke Kerk verandert in een evangelische!

Wel, alle dingen zijn mogelijk bij God als de waarheid in de kracht van de Geest wordt gepredikt, maar misschien helpt het ons om de dingen beter in hun ware verhouding te zien wanneer ik citeer uit een boek over de charismatische vernieuwing, getiteld Threshold of God's Promise (Op de drempel van Gods belofte) door James Bryne. Op pagina 77 staat een verklaring van de Commissie over de geloofsleer van de Nationale Conferentie van Katholieke Bisschoppen in de V.S. Wij lezen:

„Velen zouden er de voorkeur aan geven om te spreken van een charismatische vernieuwing. Door het een Pinksterbeweging te noemen, moeten wij op onze hoede zijn en verklaren dat wij niet meegaan met de klassieke Pinksterbeweging, zoals die in protestantse denominaties naar voren komt, zoals de Assemblies of God, de United Pentecostal Church en andere".

Natuurlijk zijn de rooms-katholieken een beetje anders geworden, in het bijzonder ten opzichte van hun denkbeelden over traditie en zelfs over de paus. Het tweede Vaticaanse Concilie en de geschriften van dr. Hans Kung maken dat duidelijk. Natuurlijk stemmen de protestanten en rooms-katholieken op sommige leerstellige punten overeen, maar het gaat bij Rome niet om zaken, die op de tweede plaats komen, maar om leerstellingen die fundamenteel zijn. Zeker is er niets zo fundamenteel als de weg tot behoudenis en daarin ligt het grote verschil. Kan een dwaling dieper en meer duister zijn dan de dwaling die de redding van de ziel aantast? En daarin zal Rome nooit veranderen. Zijn wij ons werkelijk bewust van de gevaren van de rooms-katholieke leer?

Laat mij citeren uit het boek van professor Lorain Boettner „Rooms-Katholicisme". Hij stelt vast dat „de rooms-katholieke kerk leert, dat de redding van de ziel in dit leven niet volkomen is, maar dat de ziel na de dood een langere of kortere tijd moet lijden in het vagevuur en dat herhaalde missen moeten worden gelezen om de zondeschuld te betalen". Het ontkennen van deze leerstelling, evenals vele andere, betekent dat men zich schuldig maakt aan doodzonde.

H. M. Carson schrijft in zijn boek „Rooms-Katholicisme Vandaag" over het onderwerp „Eenheid" en stelt het heel duidelijk wanneer hij zegt: „Het is de redding van de zondaar waar het om gaat. Het schijnt daarom erg ongemotiveerd om een discussie aan te gaan over de bovenbouw van het gebouw terwijl wij een fundamenteel meningsverschil over de fundamenten veronachtzamen". Insgelijks moeten wij deze belangrijke zaak niet uit het oog verliezen wanneer mensen beweren de doop te hebben ontvangen, maar in een dwaling blijven volharden en die aanhangen.

Wanneer wij deze dingen noemen, worden wij er van beschuldigd dat wij een controverse willen, dat wij dwepers zijn en negatief, maar welk ander doeltreffend alternatief is er om het punt duidelijk te maken.

De schrijvers van het Nieuwe Testament hebben nooit geaarzeld om een dwaling aan de kaak te stellen, zoals wij dat in de Brieven zien. Professor Gresham Machen, die een briljant geleerde was en uitblonk in de evangelische waarheden, legde in een van zijn preken de nadruk op de belangrijkheid hiervan toen hij schreef: „Hoe uitermate oppervlakkig is het denkbeeld dat de Kerk haar onderricht positief behoort te maken en niet negatief — het denkbeeld dat strijdvragen vermeden behoren te worden en dat de waarheid gehandhaafd moet worden zonder een aanval te doen op dwalingen. Het eenvoudige feit is, dat de waarheid alleen gehandhaafd kan worden wanneer een scherp onderscheid tussen de dwalingen wordt gemaakt".

d. De Onbekeerden

In een recent artikel in Redemption Tidings stelt Ian McPherson vast: „Na verloop van tijd zal de doop van de Geest hen overtuigen van de dwalingen in de geloofsleer en de praktijk van het rooms-katholicisme". Er kan zeker bij niemand van ons daar twijfel over bestaan. De schrijver gaat verder met te zeggen: „Ik zeg nadrukkelijk: na verloop van tijd". Hier ligt nu juist de moeilijkheid. Hoe lang moeten wij wachten totdat intelligente, bekeerde, met de Geest gedoopte gelovigen, hun verkeerde leer opgeven? Hoe lang, zo vraag ik mij af, gaf Paulus de Christenen in het Nieuwe Testament hen, die dwaalden, de tijd nadat hij hun hierover geschreven had? Wat is een redelijke tijd om mensen in de gelegenheid te stellen overtuigd te raken van de dwalingen en tradities, die in het rooms-katholicisme in praktijk worden gebracht? Moet het twee jaar zijn, vijf jaar of tien jaar?

Velen van hen, die beweren gedoopt te zijn, hebben hun geloof na een aantal jaren niet veranderd, noch hebben zij enige stappen gedaan om een religieuze organisatie te verlaten, die een verkeerde geloofsleer propageert. Indien wij nu geloven, dat het juist is om jaren te wachten alvorens een verandering te zien wat betreft de kern van de geloofsleer bij de rooms-katholieken, dan zouden wij ook bereid zijn om zo iets toe te laten bij hen, die-zich tot de gemeente van Christus bekeerd hebben en gebonden waren door bewegingen als Unitariërs, Mormonen, Jehova Getuigen e.a., die allemaal wel enkele punten in hun geloofsleer hebben waar wij het mee eens kunnen zijn.

Wij zijn hier in groot gevaar en dat leidt tot een verschrikkelijke verwarring, in het bijzonder voor jonge mensen en kinderen. Zoals het nu gaat zijn wij, tenzij er een verandering komt, op weg naar een situatie waar mensen, die beweren een Pinksterervaring te hebben ontvangen, zullen gaan zeggen: „Wel, ik ga naar de Mis"; een ander zegt: „Ik ga naar een rally van de Jehova Getuigen"; anderen gaan naar de een of andere conferentie van de Mormonen en de Pinkstermensen gaan naar hun conferenties en allen beweren de Geest te hebben ontvangen, spreken in tongen en benutten de gaven!

Wat is nu in werkelijkheid bij duizenden mensen in de katholieke kerk het geval, die beweren gedoopt te zijn in de Geest?

In het boek „,Katholieke Pinkstermensen" door Kevin en Dorothy Ranaghan, zijn een aantal sprekende getuigenissen van mensen, die de doop van de Geest ontvangen, maar wij moeten niet het feit over het hoofd zien dat er tevens wordt vermeld dat de doop in de Geest leidt tot een grotere verering van Maria en tot een groter verlangen om de Mis bij te wonen. Het boek zegt: „De Doop heeft hun liefde voor de Kerk vernieuwd en heeft een levendig geloof opgebouwd in de katholieke gemeenschap" (blz. 55, zie ook blz. 197). Het Canadese tijdschrift Gospel Witness geeft een verslag (april 1971) van een welbekende priester en een non, die openbare getuigenissen afleggen, dat zij na de doop van de Geest in het r.-k. geloof meer gesterkt zijn dan voorheen. Dit zijn beslist geen op zichzelf staande gevallen.

En hoe staat het met Kevin Ranaghan zelf? Een erkend leider onder r.-k. Pinkstermensen, die veel mensen in dit land goed kennen — hij was een van de voornaamste deelnemers in de recente charismatische conferentie in Guilford. Hij werd geïnterviewd door James Dunn en dit interview werd opgenomen in de „Christian Record" van juli 1971. De heer Ranaghan werd ondervraagd over de transsubstantiatie en de toewijding aan Maria. Zijn antwoord was: „Ik aanvaard de transsubstantiatie, daar ik van mening ben dat het de meest adequate manier is om duidelijk uitdrukking te geven aan het feit, dat Jezus Christus werkelijk tegenwoordig is". Dit moeten katholieken natuurlijk geloven als zij aan de mis willen deelnemen. Wat betreft de toewijding aan Maria zei hij: „Wij geloven dat zij, die eerder deze overtuiging waren toegedaan en ons zijn voorgegaan, met ons in de geest verenigd zijn. Zij leven door de Geest; wij leven door de Geest; dit is het wat wij bedoelen met de gemeenschap der heiligen; ons aan hen toewijden, hen vragen voor ons te bidden. Wanneer wij hen, die bewezen hebben dat zij ware Christenen waren, vragen om onze voorbidders te zijn, dan komt het mij voor alsof wij alleen maar een beetje verder gaan dan wanneer wij Christenen, die wij vertrouwen, vragen om voor ons te bidden".

Er wordt bericht van modernisten en dergelijken, die beweren de doop van de Geest te hebben ontvangen en die in hun geloof diametraal staan tegenover de traditionele evangelische leerstellingen van de Schrift wat betreft de redding van de ziel, de godheid van Christus, hemel en hel etc., en zij houden nog altijd hardnekkig vast aan hun inzichten. Indien iemand bij de bekering levend gemaakt is door de Geest en er toe gebracht wordt om te zien en te aanvaarden bijv. de leer van de rechtvaardiging door het geloof en zich daarin verblijdt, dan moeten wij in alle eerlijkheid vragen, wat voor soort doop is het die een mens sterkt in zijn geloof in leerstellingen en tradities, die tegen het Woord van God ingaan?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 december 1976

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

DE CHARISMATISCHE BEWEGING IN DE HISTORISCHE KERKEN

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 december 1976

In de Rechte Straat | 32 Pagina's