Doop in R. K. Kerk
Op ons artikel „Diskussie met prof. Nauta" ontvingen wij een reaktie van O. te B., waaruit wij het volgende overnemen:
„Onze vaders bleven de roomse kerk wel als valse kerk beschouwen, maar zij erkenden haar nochtans als een christelijke kerk en ook de ambten in die kerk".
MIJN KOMMENTAAR
(„Mijn", dus niet „ons" kommentaar, want ik geef hierbij een persoonlijke mening.) Als men overtuigd is, dat in de r.-k. kerk een weg wordt geleerd, die niet voert naar het eeuwige leven, maar naar de eeuwige dood nl. de weg van het „waarlijk verdienen" van het eeuwige leven door onze goede werken (concilie van Trente), dan volgt daar toch uit, dat Christus niet wil dat de Zijnen in zulk een kerk samenkomen. Welnu het samenkomen, het uit de wereld geroepen worden (ekklesia) om rondom Christus vergaderd te worden, is het wezen van de kerk van Christus. Wanneer wij de r.-k. kerk een valse kerk noemen, waar Christus dus in geen geval wil dat de Zijnen samenkomen, hoe kan men dan de Doop van zulk een kerk als voor Christus geldend beschouwen? Maken we dan de Doop niet tot een formule, zoals dat ook bij toverspreuken het geval is. Wanneer je een toverspreuk juist uitspreekt, dan, zo geloofde men vroeger, werkt hij door eigen kracht. Vandaar dat men er soms hele sommen gelds voor over had om de tekst van zulk een toverspreuk te bemachtigen. Maar de Doop is niet een formule, maar een levend spreken Gods, de Persoonlijke bevestiging en bezegeling van Zijn beloften.
Overigens sta ik in deze opvatting niet alleen. In Zuid-Amerika aanvaarden de reformatorische kerken de r.-k. doop ook niet, met uitzondering van de lutherse en de anglikaanse kerken. Daarom ben ik ook zelf destijds opnieuw gedoopt in de methodistische kerk van Brazilië, die overigens de kinderdoop praktizeert.
Veronderstelde wedergeboorte?
„Trouwens ons standpunt was altijd: Elke gedoopte beschouwen wij als christen, tenzij natuurlijk het tegendeel blijkt".
MIJN KOMMENTAAR
Deze leer van de veronderstelde wedergeboorte is de oorzaak van vervlakking en uitholling van het geestelijke leven geworden. Hoe kun je nog met kracht de kerkgangers oproepen tot bekering en persoonlijk geloof, wanneer je van de veronderstelling moet uitgaan dat ze allemaal zijn wedergeboren? Dan breek je daarmee toch de kracht van elke ernstige prediking van de noodzaak van wedergeboorte en bekering.
Handelde Christus zo? Zei Hij tegen Nicodemus: „U moet zich maar geen zorgen maken, want u bent immers besneden. U hebt het teken en zegel ontvangen van de gerechtigheid des geloofs (Rom. 4:11), dus kunt u ook van de veronderstelling uitgaan dat u die gerechtigheid ook bezit langs de weg van geloof, en dus ook wedergeboren bent"? Nee, beslist niet. Zonder met welk soort veronderstellingen ook te werk te gaan, wees Jezus hem eenvoudig op de noodzaak van de totale verandering door het geloof in Hem.
Een gevolg van deze leer is ook dat elke evangelisatie onder rooms-katholieken overbodig is. Dan kunnen we beter ons alleen wenden tot de niet-gedoopten en moeten we proberen er zoveel mogelijk gedoopt te krijgen.
Deze nadruk op de Doop (hetzij kinderdoop, hetzij volwassendoop) is onbijbels. „Jezus doopte Zelf niet, maar Zijn discipelen" (Joh. 4:2). „Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen" (1 Kor. 1:17).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 december 1976
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 december 1976
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
