In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

DE MACHT VAN HET WOORD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE MACHT VAN HET WOORD

3 minuten leestijd

Toen ik twee jaar geleden aan de Bijbelschool van de B.E.Z. in Brussel les moest geven in het rooms-katholicisme, ontmoette ik daar br. Ab Qourzal. Zijn getuigenis is destijds in Woord en Daad gepubliceerd. In verband met het verhaal van de Mohammedaanse vrouw (IRS - nov.) leek het ons zinvol om dit verhaal ook in dit nummer op te nemen.

Ik ben opgegroeid in een strenge mohammedaanse familie. Mijn vader was een praktizerende moslim. Voor hem bestond er maar één God: Allah! en maar één profeet van deze God: Mohammed.

Zijn godsdienstige ijver maakte veel indruk op mij. Ik begon verzen uit de Koran van buiten te leren en verrichtte dagelijks mijn vijf gebeden.

Op zekere dag ging ik naar de school om medicijnen. Ik kreeg die medicijnen, maar bovendien een evangelisch traktaat. De medicijn nam ik mee, maar het traktaat heb ik weggegooid. Later kreeg ik daar spijt van en ik ging naar die verpleegster, een Amerikaanse dame, terug en vroeg om een nieuw traktaat. Ze vertelde me toen hele verhalen over het Evangelie en over Gods grote barmhartigheid in Jezus Christus. Ik werd er zeer door geboeid en kwam daarom telkens bij haar terug. Ik wilde steeds meer weten over dat wonderbare Woord van God. Het is echter gevaarlijk om met christenen om te gaan, en daarom probeerde ik die ontmoetingen geheim te houden.

Toch moest het wel uitlekken. Eens wilden de kinderen — ik was nog maar tien jaar oud — met mij vechten, omdat ik, een christin, een vijand van de Islam, gesproken had. Zelfs de leraar van de klas gaf mij te verstaan, dat ik van de school zou worden weggestuurd, als ik zo doorging. Mijn vader vond een keer een Evangelie bij mij, alsmede enkele traktaten. Hij verbrandde die onmiddellijk. Ik bezweek bijna onder die druk. Ik zei tegen deze dame dat ik haar niet meer wilde ontmoeten. Maar zij hield mij de weg van het kruis voor. Zij die Christus willen volgen en Zijn discipelen willen worden, moeten veel verdrukkingen om Zijnentwille aanvaarden. Haar woorden bleven haken in mijn hart en lieten mij niet los. De Heere Jezus is met mij meegegaan in mijn strijd. Hij heeft mij de overwinning geschonken. Hij liet mij het Evangelie zien en bracht mij ook tot aanvaarding daarvan.

Op de dag dat ik Christus als mijn Zaligmaker en Heere aanvaardde (Joh. 1:12) en beleed, ging dat nieuws als een lopend vuurtje door het dorp heen. Wanneer ik op straat verscheen, joelden de mensen vaak naar mij: „Christen! christen!". Mijn familie brak met mij. Op school werd het een verschrikking. Een christen wordt in Marokko niet als een medeburger, maar als een vijand beschouwd.

De Heere heeft mij echter kracht geschonken. Hij is mij altijd troostend nabij gebleven. Hij heeft ook in mijn hart een grote liefde gelegd voor de mohammedanen; ik wil hen zo graag het rijke Evangelie van Gods zondaarsliefde in Christus verkondigen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 december 1976

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

DE MACHT VAN HET WOORD

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 december 1976

In de Rechte Straat | 32 Pagina's