EVANGELISATIE ONDER DE UNIVERSITEITSSTUDENTEN VAN LATIJNS AMERIKA
(vervolg)
Christelijke overgave tegenover revolutionair elan
In 1972 bezocht ik de universiteit van Huamanga in het Andesgebergte van Peru. Enige tijd later, in het begin van de regering van Allende, hield ik een referaat over „Marxisme en christelijk geloof" aan de universiteit van Santiago in Chili. En ook daarna had ik veel ontmoetingen en gedachtenwisselingen met verschillende groepen van universiteitsstudenten. En steeds meer bemerkte ik, hoezeer onze christen-studenten verlegen staan tegenover hun marxistische mede-studenten bij het zoeken van een juiste presentatie van het Evangelie.
Ze kregen allerlei vragen voor de voeten geworpen. „Wat heeft het christendom gedaan in de voorbije twintig eeuwen?". „Ben je vóór of tegen de revolutie?". „Wat denk jij als christen te doen om een einde te maken aan de onderdrukking en de uitbuiting van ons volk?". De christenen moesten een antwoord geven op deze vragen, suggesties en valse dilemma's van de marxistische 'katechismus'.
Een eerste antwoord moet zijn, dat wij als christenen ons overgeven aan Iemand, aan onze Heere Jezus Christus en niet aan een of andere ideologie, filosofie of beweging, hoe revolutionair die ook moge zijn. Wanneer wij Christus erkennen als Heere van het gehele leven, dan betekent dit, dat de richtlijnen voor waarachtig christelijk denken en handelen alleen van Hem komen, ook in de woelige tijd, waarin wij leven; en dus niet van pressiegroepen, plannen of programma's van onze marxistische of kapitalistische, revolutionaire of burgerlijke vrienden,
beweging, hoe revolutionair die ook moge zijn. Wanneer wij Christus erkennen Misschien moeten we onze bedoeling nog wat verduidelijken. Een marxistisch student vraagt aan een christen, wat hij doet voor de verbetering en de omvorming van zijn land. Die vraag wordt gesteld met het vooropgezette doel deze christen te beschamen. Men wil hem een schuldgevoel aanpraten dat hij in feite nog niets zou hebben gedaan voor het geliefde vaderland, en dat hij althans geen weerwoord kan geven op die vragen. De marxist gaat van de sterke overtuiging uit, die hij ook op de anderen probeert over te dragen, dat je je eigenlijk aan zijn zijde behoort te stellen in zijn poging om de revolutie op gang te brengen. En er zijn heel wat christen-studenten, die een antwoord schuldig blijven en die ook zitten met het drukkende gevoel dat ze niets zouden doen voor de opheffing van de verschrikkelijke misstanden in hun land.
Doe wat!
Het is inderdaad waar, dat sommige, misschien zelfs de meeste, christen-studenten in feite niets doen. Ze leiden een leven zonder roepingsbesef. Ze vegeteren in hun kerken of universiteitsgroepen zonder enig gevoel voor de sociale en geestelijke noden rondom hen. Ze hebben zich afgesloten in een ghetto. Gelukkig zijn er echter anderen, die een duidelijk zendingsbewustzijn hebben tegenover de hen omringende wereld.
In 1974 hield de EUM (Evangelische Studentenbeweging) van Peru haar derde werkkamp in het dorp Santo Toribio van Huayalas, een streek, waar de aardbeving van 1970 enorme verwoestingen had aangericht. Tijdens het eerste werkkamp (1972) hadden ze een sociologische studie gemaakt van de streek en sanitaire gelegenheden (w.c.'s) gebouwd voor de plaatselijke school. In 1973 leerden ze de boeren, hoe ze bepaalde fruitbomen moesten kweken. En aan iedereen werd getoond, hoe ze jam konden maken van vruchten, die in het wild groeien. De bevolking nodigde hen uit om terug te komen en zo hebben ze dan een ontwikkelingscentrum voor het dorp gebouwd.
Lapmiddelen?
We moeten hier even bij stilstaan. Wat zal een marxistisch student antwoorden, wanneer de christenen hem uitnodigen: „Wij zijn bezig met een algeheel ontwikkelingsplan van een agrarisch gebied in een ver verwijderde streek van ons land. Wil je met ons meegaan?". Er is alle kans dat dat antwoord zal luiden: „Jullie werken alleen met lapmiddelen. Jullie hebben geen kijk op het probleem in zijn totaliteit. Jullie zijn instrumenten in de handen van het Yankee-imperialisme. Ik heb andere dingen te doen en daarom kan ik niet met jullie meegaan". Het is altijd weer hetzelfde verhaal: „Kan uit Nazareth iets goeds komen?".
Het is een feit dat christen-studenten hard werken om aan onze mensen een meer menswaardig bestaan te geven. Ze leren hen lezen, ze richten medische diensten op, ze stimuleren tot coöperatie op allerlei gebied, ze proberen op vele manieren de levensmogelijkheden van de dorpsgemeenschappen te verbeteren en aangenamer te maken. Maar onze aktiviteit is toch geheel anders dan de revolutionaire marxistische aktie. De diensten die wij individueel en als groep verlenen, ontspringen aan het Evangelie zelf. Het is dus niet zo dat wij de problemen niet in hun totaliteit zouden (willen) overzien, maar ons christelijk geloof brengt ons tot dienst aan de naaste.
(wordt vervolgd)
TEN HEMEL SCHREIEND
„Ofschoon hier en daar gebleken is dat de r.-k. theologieën zich soms sporadisch bewegen in de richting van de Reformatie, is de situatie in de r.-k. liturgie en in de levenspraktijk van de kerk totaal anders; daar wordt de ten hemel schreiende aantasting van de eer van God en van Zijn Zoon Jezus Christus ten volle openbaar" (aldus Dr. P. J. Koekemoer in „Hervormde Teologiese Studies" vir die bevordering van die Bybel-Reformatoriese Teologie in Suid Afrika, jaargang 32 (1976) afl. 2).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 november 1976
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 november 1976
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
