vlucht niet voor de speiegel
Langzamerhand opende de Marokkaanse vrouw (zie p. 4 e.v.) steeds meer voor mij het boek van haar leven, een verhaal vol verdriet, teleurstellingen en vechten voor haar bestaan.
Eén episode wil ik u hier vertellen, omdat die mij Jak. 1:23-25 wat duidelijker maakte.
Dat was gebeurd vorig jaar in mei. Er was brand ontstaan in het gebouw, waar zij werkte. Het vuur huilde door de liftkoker en het was daarom ook onmogelijk om langs de trappen, die rond de lift waren gebouwd, naar beneden te komen.
Ze zaten daar opgesloten, wachtend op de hulp van de brandweer of wachtend op de dood door verbranding.
In haar kantoor was nog een andere vrouw, een aanstaande moeder. „Ik ging naar de wasbak en probeerde zo mijn gezicht te verfrissen tegen de toenemende hitte". „Maar", zo vertelde ze me triomfantelijk, „ik dacht ook aan die aanstaande moeder. Ik zorgde ervoor dat ook zij geregeld verkoeling kreeg met water. Maar de hitte nam toe en daarmee mijn doodsangst. In vertwijfeling liep ik naar een spiegel, die in ons kantoor hing. Daar zag ik mijn eigen gezicht, vaal en grauw en met de groeven van de angst en met uitpuilende ogen. Meteen daarna moet ik in elkaar gezonken zijn. Gelukkig hebben de brandweerlui ons nog op tijd kunnen bereiken. Ik werd naar het ziekenhuis gebracht, waar ik nog dagen verbleef in shocktoestand".
In Jak. 1:23-25 wordt ook gesproken over een man, die in een spiegel heeft gekeken en het er niet kan uithouden. Hij wil dat maar zo gauw mogelijk vergeten. Waarom?
Hij heeft in de spiegel van Gods wet zichzelf gezien. Hij heeft daarin bemerkt, hoe mismaakt hij is door schuld en bederf.
Misschien heeft hij nog geprobeerd om wat goede werken naar voren te schuiven, die hij dan toch maar gedaan heeft; precies zoals die Marokkaanse vrouw mij vertelde dat ze ook aan die moeder had gedacht, die bij haar was. Zij zal zichzelf ook even gezien hebben in de spiegel van de wet, die in haar geweten geschreven is. Ze zal zichzelf gezien hebben als een dier, dat reageert uit het instinkt van zelfbehoud: „als ik er maar levend vanaf kom!". Daarom was ze blij dat ze ook nog kon wijzen op die goede daad.
Maar Gods wet is als een röntgenfoto, die ons ook innerlijk doorlicht en laat zien, wat er achter al onze daden zit, ook achter onze goede werken nl. ons egoïsme, onze zelfzucht.
Ga niet op de vlucht voor de spiegel van de wet, waarin de Heere u laat zien, wie u werkelijk bent. Wees niet bang voor die doorlichting tot op de botten van uw ziel. Want de Heere houdt u die spiegel niet voor, zo maar om u te kwellen. Hij wil u door de wet uitdrijven naar Jezus Christus, Gods volmaakte spiegelbeeld. Wij mogen onszelf spiegelen in Hem. Hij toont ons Gods liefde tot het uiterste, die ons, mismaakte en Gode vijandige schepselen, uit loutere barmhartigheid wil vergeven en ons door Zijn Woord en Geest wil omvormen naar het beeld van de Zoon Gods.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 november 1976
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 november 1976
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
