In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

GESPREK MET EEN MOHAMMEDAANSE VROUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GESPREK MET EEN MOHAMMEDAANSE VROUW

10 minuten leestijd

Eind augustus moest ik naar Malaga. Er openden zich mogelijkheden voor de verkondiging van het Evangelie aan een grote groep r.-k. jongeren. Ik heb hen daar Bijbelstudie kunnen geven over de brief aan de Galaten. Tevens heb ik voor hen het primaatschap van de paus en de leer van de tegenwoordigheid van Christus in het door de priester gewijde brood (door middel van de 'transsubstantiatie') belicht vanuit de Bijbel. Gedurende een van die dagen maakte ik een reis naar Sevilla. En over die reis wil ik wat meer vertellen.

Mensen

In de bus kwam ik te zitten naast een jonge vrouw (uit het latere gesprek bleek dat ze dertig jaar moest zijn) uit Marokko. De reis duurde drie en een half uur en dan is het wel prettig als je die tijd een beetje kunt doden door gesprekken. Bovendien interesseer ik mij heel erg in mensen. Elk mens is een wereld apart. En dat is vooral als het mensen betreft uit een ander land, een andere kuituur en een andere godsdienst.

Zij bleek mohammedaanse te zijn. In mijn studeerkamer heb ik wel de Koran, het heilige boek van de Islam, maar het is natuurlijk veel boeiender en veel leerzamer, wanneer je kunt lezen in het levende boek van iemand, die met deze godsdienst is opgegroeid.

Ze zei dat ze wél gelovig was, maar niet praktizerend. Ik vroeg waarom? Haar antwoord: „De islam eist ons helemaal op. Je moet dan veel voorschriften vervullen, die praktisch niet uitvoerbaar zijn. Alleen reeds de gebedsvoorschriften zouden een hele ommekeer in je gewone leven vergen, wil je daaraan voldoen".

Dat kon ik begrijpen, want die voorschriften stammen uit een totaal andere tijd en uit volkomen verschillende leefgewoonten. Die laten zich niet invoegen in onze geïndustrialiseerde samenleving. En volgens de Islam-theologen zijn deze voorschriften onveranderlijk.

Een kil licht

Ik heb getracht haar het Evangelie duidelijk te maken. (Zij sprak alleen Arabisch en Frans.)

Ik merkte haar verwondering. Zij kende God niet als een levende Persoon. Voor haar was Hij alleen maar een Idee. Ik bemerkte bij haar nog iets van de voorstelling van de schrikwekkende God, ergens ver weg, die absolute en blinde onderwerping vordert; een God, waar je dus in geen geval vertrouwelijk mee kunt spreken als met een Vader, die Zich met ons verzoend heeft door het offer van Zijn Zoon.

Persoonlijk heb ik altijd een neiging gehad om God ook zo te zien: als het koude, abstrakte, soevereine Zijn, die tegelijk het soevereine Handelen is, waaraan alles en iedereen zich onderwerpen moet. In de gemeenschap met deze God had ik het gevoel, alsof Zijn kille Licht door mij heen trok en mij zuiverde van alle aardse begeren.

Ik ben mij ervan bewust, dat dit ook een van de redenen is, waarom de visie van Calvijn mij zo enorm geboeid heeft. Maar ik ben tegelijk dankbaar dat ik ook van Calvijn geleerd heb, dat wij voortdurend onze eigen ideeën over God, ook al menen we die uit de Bijbel gehaald te hebben, opnieuw moeten toetsen aan dat Woord van God.

En zo heb ik in de Bijbel een God ontdekt, die wel volstrekt soeverein is, met name in Zijn genade, maar die toch tegelijk Zich openbaart als een levende Persoon met een diepe, warme, eeuwige liefde, zó dat Hij niet slechts onze God, maar ook onze Vader is in Jezus Christus.

Over die levende God van de Bijbel vertelde ik haar en ik merkte dat het diepe indruk op haar maakte.

Ik was dan ook blij dat zij bereid bleek mij haar adres in Marokko te geven. Dat heb ik nl. doorgegeven aan br. Qourzal, een bekeerde mohammedaan van Marokko. Zijn getuigenis hopen we in een volgend nummer te publiceren.

Hij zal ervoor zorgen dat zij meer evangelische lektuur krijgt. Bovendien zal hij haar wijzen op de evangelische radiouitzendingen, waarvan de studio in Malaga is en die zich richten in de Arabische taal, juist tot de mohammedanen om hen in te leiden in de weg des heils.

Zij verloor alles

Zij vertelde verder: „In 1960 kwamen bij de grote aardbeving mijn ouders en mijn oudste zus om het leven. Ik bleef alleen over met twee jongere broers en twee jongere zussen, waar ik voor zorgen moest.

„Ik had behoord tot een zeer rijke familie. We hadden een paleis van een huis. Elke dag werd ik door een familiechauffeur naar de school gebracht. Maar tegen een aardbeving kan niemand zich verzekeren. Ineens waren we straatarm. En toen ik niets meer bezat, bemerkte ik dat onze vroegere vrienden nergens te vinden waren. Alléén heb ik mij er dóór moeten vechten. En het is mij gelukt. Mijn broers en zussen zijn allemaal goed geslaagd in het leven en ikzelf heb een uitstekende betrekking. Ik doe mijn werk met veel voldoening en heb een reuze salaris.

Nu zoeken onze vroegere vrienden weer kontakt met mij. Maar ik voel er niet voor om opnieuw de vriendschapsbanden met hen aan te knopen. Ik kan het ze nog altijd niet vergeven, dat ze ons toen zo in de steek hebben gelaten.

Ik ben tot de ontdekking gekomen, dat elk mens in de grond een egoïst is. Allen zoeken we onszelf".

Elk mens is egoïst

Wat moest ik daarop antwoorden? Ik kon haar zeggen, dat de Bijbel al eeuwen geleden datzelfde had geleerd. En toch zijn er altijd weer idealisten, die nog zoveel goeds in de mens zien en op dat goede een hele toekomstige maatschappij willen bouwen; en dat ondanks het feit dat de mensengeschiedenis ons een aaneenschakeling van intriges, list en bedrog, oorlogen en ruzies, haat en verbittering laat zien. Maar ik kon haar ook wijzen op het Evangelie. En in zo'n geval moet je dat persoonlijk doen. Tegenover zoveel leed en zoveel teleurstelling kun je alleen maar je persoonlijke ervaring vanuit het Evangelie stellen. Anders komt je uiteenzetting gemakkelijk over als een dorre leer, een koude theorie, een van buiten geleerd lesje, een zedepreekje, een goedkoop verhaal.

Ik heb haar gezegd: „Ook ik voel het egoïsme in mezelf. Die zelfzucht is zó diep en zó sterk, dat het ook mijn denken beïnvloedt. Als ik dan soms een geschil heb met anderen, denk ik werkelijk gelijk te hebben. Maar door de jaren heen heb ik geleerd, dat mijn verkeerde voelen zozeer met mijn denken vergroeid is, dat ik ook steeds kritischer ben gaan staan tegenover mijn meningen, dat ik gelijk heb. Ik weet dus dat ook in mij die zondige macht van het egoïsme zit. Maar toch weet ik tegelijk dat ik door Gods genade wedergeboren ben. En sindsdien huist er ook iets anders in mij, ja, woont de Heilige Geest van God in mij. En die Geest voert strijd tegen het egoïsme in mij.

Daarom probeer ik elke dag liefde te geven en warmte te verspreiden. Ik wil niet toegeven aan gedachten van bitterheid, van achterdocht, jaloersheid en leedvermaak. Ik vind het heerlijk om een beetje geluk te kunnen schenken aan een ander, om bedroefden te troosten.

Maar elke dag ook moet ik konstateren, dat ik tekort ben gekomen. Als ik mezelf zie in het licht van het voorbeeld van Christus, dan kan ik me alleen maar schamen. Hoe geduldig was Hij. Hij gaf zichzelf volkomen, tot in de schandelijke kruisdood. Hij liet zich vernederen, uitjouwen, honen. Hij gaf Zijn lichaam om op een vreselijke manier gefolterd te worden. En ik?

En toch geef ik die strijd nooit op en kan ik nooit voor lange tijd in mijn zonde, mijn egoïsme, berusten. Altijd weer werkt de Heilige Geest in mij. Hij bemoedigt mij voortdurend met de zekerheid van de vergeving der zonde en wekt altijd weer het verlangen in mij op om gelijkvormig te worden aan het beeld van Gods Zoon, Jezus Christus".

Zo ongeveer sprak ik tot haar. Toen keek ze me aan en zei: „U bent een diepgodsdienstig mens. Ik heb zulk een gemeenschap met God niet. Ik ken Hem niet zo persoonlijk".

Helaas streelde mij dat even. Ja, zo zijn wij. De strijd tegen de zonde in ons zal blijven tot onze laatste snik. Maar, God zij geprezen, tot onze laatste snik mogen we ook zeker zijn van onze God en Vader, die ons eindeloos vergeeft en aldus Zijn Zoon Jezus Christus groot maakt en eert vanwege Diens kruisoffer dat zulk een onoverzienbare verzoenende kracht heeft.

En zo mogen wij ook weten, dat de Heere het getuigenis van ons, zondige mensen, toch zegenen wil, mits wij maar altijd — niet in het vage, dat is zo gemakkelijk — heel konkreet onze zonden voor Hem en voor elkaar belijden.

Deze grove afgoderij

In Sevilla bezochten we eerst het Alcazar. De versieringen daarin zijn aangebracht door Arabische kunstenaars. De gids wees ons er op, dat die ornamentatie enkel uit geometrische figuren bestaat. Geen afbeelding van een mens en zelfs niet van een dier komt er in voor, want dat is verboden door de Koran.

Daarna gingen we naar de kathedraal. Verschrikkelijk, wat een beelden en beeldjes. Overal brandden nog de kaarsen, die de kerkgangers ervoor hadden aangebracht om de „heilige" gunstig te stemmen, zodat hij bereid zou zijn op grond van zijn deugdzame leven bij God tussen beide te komen, om de wensen van de kaarsenbranders in vervulling te doen gaan.

De Mohammedaanse kwam toen naar mij toe en vroeg: „U hebt gehoord wat de gids in het Alcazar zei over onze godsdienstige overtuiging, dat wij zelfs geen dier mogen uitbeelden. Wat denkt u nu van deze grove afgoderij? Bent u het daarmee eens? Wilt u werkelijk dat ik deze volkomen veruiterlijkte godsdienst, die tot een handelszaakje is geworden, inruil voor onze veel geestelijker godsdienst van de Islam?"

Het gesprek met de Samaritaanse vrouw

Toen heb ik haar ronduit gezegd, dat ik het daar helemaal niet mee eens ben en dat ik eens priester ben geweest in diezelfde r.-k. kerk en dat dit een belangrijke reden is geweest, waarom ik die kerk heb verlaten.

Het had me trouwens getroffen, toen ik in India een open moskee zag en bemerkte dat er geen enkele afbeelding in voorkwam, alleen de geschreven naam van God: Allah. Ik zag die mensen hun gebedsoefeningen verrichten, zo heel anders dan de offers in de vele hindoetempels, die ik gezien had.

Ik heb haar gezegd dat Christus juist tegen de Samaritaanse vrouw had gezegd, dat Hij, in tegenstelling met de ceremoniën van het Oude Testament, die ook veel uiterlijkheden bevatten, een godsdienst was komen brengen „in geest en in waarheid". Maar de r.-k. kerk heeft die godsdienst volkomen verbasterd en de beeldenverering ingevoerd en toegelaten, terwijl die in het Oude Testament verboden was.

In schijn en sleur?

Protestantse lezers, hoe is het bij ons? Wij belijden een godsdienst in geest en in waarheid. De Reformatie heeft weer willen terugkeren tot de zuiverheid van het Woord Gods.

Maar heeft ook bij ons de „godsdienst in geest en in waarheid" plaats moeten maken voor een godsdienst in schijn en in sleur? Hoe vaak is het bij ons niet tot gewoonte geworden. Wat zijn wij vaak niet slaven van tradities, die we heilig hebben verklaard. Heeft ook bij ons niet vaak bet kerkinstituut de gemeenschap der heiligen overwoekerd en bijna onmogelijk gemaakt?

Op de 31ste oktober belijden we weer: Ecclesia reformata semper reformanda = de eenmaal hervormde kerk moet steeds opnieuw hervormd worden. Is dat alleen maar een mooie leuze, waarmee we onszelf paaien, een vlag waarmee we triomfantelijk zwaaien naar onze tegenstanders, de rooms-katholieken?

Of zijn we bereid om dat ook in ons eigen persoonlijke leven en in het leven van onze kerken waar te maken.

Of van heerlijkheid tot heerlijkheid?

Met 2 Kor. 3:18 mogen we vol dankbaarheid belijden: „Wij allen aanschouwen met ongedekt aangezicht de heerlijkheid des Heeren als in een spiegel". Maar kunnen we ook zeggen: „Wij worden naar datzelfde beeld in gedaante veranderd, van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest"?

Is er groei in uw geestelijk leven? Wordt uw verborgen omgang met God steeds rijker? En is dat zichtbaar in een leven van steeds meer dienstbaarheid en verdragende en vergevende liefde?

Dat kan alleen, wanneer u intens Gods Woord overdenkt. Want in dat Woord is de Geest. Dat Woord is doorademd van de Heilige Geest van Jezus Christus. En slechts zó zult u groeien van heerlijkheid tot heerlijkheid, „immers door de Heere, die Geest is".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 november 1976

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

GESPREK MET EEN MOHAMMEDAANSE VROUW

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 november 1976

In de Rechte Straat | 32 Pagina's