In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

DE SCHRIFT IS GENOEG VOOR ONS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE SCHRIFT IS GENOEG VOOR ONS

6 minuten leestijd

Het reformatorische beginsel van de genoegzaamheid van de Schrift is enorm belangrijk. Daarmee staat en valt de zuiverheid van de kerk. Verlaten we dat beginsel, dan worden we overgeleverd aan de menselijke willekeur. Dan gaat onder christenen gelden: het recht van de psychisch meest sterke figuur. De geschiedenis geeft daar talloze voorbeelden van. En één levensgroot voorbeeld hebben we nog altijd voor ons: de r.-k. kerk.

Wat stáát er?

Dat is de eerste vraag, die wij ons moeten stellen, wanneer wij de Bijbel gaan bestuderen.

Dus niet: wat komt het meest overeen met mijn verstand — dat is het uitgangspunt van het vrijzinnig Christendom — of wat komt het meest overeen met mijn vrome gevoel — dat is het uitgangspunt van het ziekelijke piëtisme, waarbij men eigen vroomheid (pietas = vroomheid — Latijn) tot norm voor leer en leven heeft gesteld.

Vrijzinnigheid en piëtisme komen dus uit dezelfde bron voort: de mens die iets van zichzelf nl. zijn verstand of zijn vroomheid als richtsnoer heeft genomen. Beiden zijn een gruwel voor Gods ogen. Ook het piëtisme. Het is een aanmatiging om te denken dat er in ons nog iets gezonds is overgebleven, waarop wij kunnen bouwen. Juist onze vroomheid kan zo gemakkelijk een speelbal worden voor de machten der duisternis. Daar krijgt de duivel, die zich dan voordoet in de gedaante van de „engel des lichts" alle kans.

Wij moeten ons dus onverbiddelijk afvragen: Wat staat er geschreven? Zij die geen Grieks of Hebreeuws kunnen lezen, zijn dus gedeeltelijk afhankelijk van de Bijbel-vertalers en Bijbel-verklaarders. Van groot belang is het dus te weten of dergelijke Bijbel-geleerden Godvrezende mensen zijn (geweest), die dus slechts het Woord wilden laten spreken, of waren het mensen die zich bij hun vertaling of verklaring lieten leiden, door hun verstand of hun eigen vroomheid.

Schrift met Schrift vergeleken

Dat is een tweede belangrijk beginsel. We mogen nooit een tekst uit zijn verband rukken. We moeten niet alleen nagaan: Wat staat er, maar ook: waar staat het? We moeten dus ook het gedeelte goed bestuderen, waarin die tekst voorkomt. We zeggen: je moet een tekst in zijn contekst (con = mede, dus de teksten, die erbij staan) bekijken.

En vervolgens moet je een tekst ook altijd zien in het geheel van de Schrift. De Bijbel heeft slechts één verantwoordelijke Auteur, en dat is de Heilige Geest. Daarom vormen die vele boeken, geschreven in verschillende eeuwen, toch één geheel.

Maar hier krijgt het verstand en de eigen menselijke vroomheid weer gemakkelijk spel.

Mensen, die alleen maar met afzonderlijke teksten opereren, worden goochelaars met Bijbelteksten. Met dit gegoochel kun je de Bijbel ook alles laten zeggen, wat jezelf wil. Denkt u maar aan de getuigen van Jehova. Maar ook onder protestanten komt zo iets voor en dan noemen we dat biblicisme.

We moeten dus elke tekst zien in zijn onmiddellijk verband, waar hij staat, en in het grote geheel van de Bijbel.

Ja … en dan?

„Je moet een tekst lezen in het geheel van de Bijbel". Dat is dus een volkomen juist beginsel. Dat geldt in wezen voor ieder boek. Je kunt elke auteur onrecht aandoen, door teksten uit hun verband en uit het geheel van het boek te rukken. Maar … dit beginsel wordt ook zo gemakkelijk misbruikt.

Ja, zeggen dan de vrijzinnigen. En daarmee redeneren ze alle wonderen uit de Bijbel weg.

Ja, zeggen sommige orthodoxe theologen. En daarmee dwingen ze de gehele Schrift en iedere tekst in de idee, die volgens hen door het geheel van de Bijbel verkondigd wordt. En wanneer er dan lastige teksten zijn, die ze niet goed in hun systeem (of kerkorde) kunnen inpassen, en er zijn gelovigen die hen daarop wijzen, dan krijgen deze eenvoudigen soms naar het hoofd geslingerd: Je bent een biblicist.

Ja, zeggen sommige kringen. En daarmee vegen ze alle kleuren uit de Bijbel weg en maken alles zwart en somber.

Ja, zeggen weer anderen. En daarmee huppelen ze over de meest ernstige waarschuwingen van de Bijbel heen.

Arglistig is het hart

Als je dat alles bedenkt, dan kun je begrijpen dat Paulus uitroept: „Werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven" (Fil. 2:12). Dan begrijp je ook, hoe waar het is, wat Jeremia zegt: „Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen?" (Jer. 17:9).

Maar hoe vermetel is dan niet een mens, die vertrouwt op eigen verstand of op eigen vroomheid of op wat anderen beweren. Laten we toch niet zo dwaas zijn en ons vastklampen aan de Schrift alleen, aan wát er staat en wáár het staat.

In onze tijd is er meer aandacht gekomen voor allerlei gaven van de Heilige Geest, ook voor de gave van de profetie. Maar — dat was te verwachten — vaak zien we hoe het arglistige hart van die herontdekking gebruik maakt om ingevingen van het eigen (vrome) hart te beschouwen als profetieën Gods of om te weigeren dergelijke profetieën te laten toetsen door de Bijbel. Deze zogenaamde profeten worden gestijfd in hun opvattingen, doordat in hun kringen nauwelijks enig zondebesef heerst. Integendeel, meerdere keren wordt daar geleerd, dat wij geheel nieuw zijn geworden. Ze willen niets meer horen over een strijd tussen Geest en vlees (Gal. 5:16-25). Ze denken alleen maar Geest te zijn. Hoe uitermate gevaarlijk is zulk een dwaalleer.

Doorgrond mijn hart

Als je dat bedenkt, dan kun je slechts in ootmoed en geloof bidden: „Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart; beproef mij en ken mijn gedachten" (Ps. 139:23). De psalmist uit die bede, nadat hij eerst zijn haat heeft uitgesproken tegen hen, die God haten. Het is alsof hij daar zelf van terugschrikt en aan zijn arglistige hart denkt, dat iets gauw haat van Godswege noemt, terwijl het misschien alleen maar haat is tegen de ander, omdat die mij in mijn overtuiginkje en in mijn vrome gevoel heeft aangetast.

Laten wij door deze bede steeds ons hart openstellen voor de Heere. We moeten Hem ons hart aanbieden en niets voor Hem willen verbergen. Als we in die houding leven, dan zal de Heere het ons ook zeker laten zien, wanneer wij eigen gekozen wegen dreigen te gaan. „Zie, of bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg" (vs. 24).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1976

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

DE SCHRIFT IS GENOEG VOOR ONS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1976

In de Rechte Straat | 32 Pagina's