In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

OP EEN OOR NA GEVILD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OP EEN OOR NA GEVILD

4 minuten leestijd

De hier gepubliceerde tekst werd toegestuurd door ds. D. Groeneboer uit Haarlem. Hij werd door hem gemaakt voor een liturgie „De wijsheid in pacht", naar aanleiding van Psalm 111. De dienst waarin de gedachtenis-tekst werd uitgesproken, was een gemeenschappelijke dienst voor hervormden en gereformeerden in Haarlem-Oost:

„Was het wel wijs wat Ulrike Meinhof gedaan heeft? Wees ze een uitweg met wat ze heeft ontketend?

Misschien was zij het die eens in de Olijvenhof een oor afsloeg van één dergenen die een gerechtigheidsverbod ten uitvoer kwamen leggen. En daarom: op een oor na de wijsheid van Gods rijk!

Ook niet méér dan een oor verschil. Zelfs wie moeite hebben met de methode die zij heeft toegepast zullen niet kunnen ontkennen dat de machten waartegen ze vocht duizendmaal duizend meervoudig een spoor van bloed hebben getrokken.

Zij kende liefde voor mensen. Zij was beangst voor de wereld die wij de kinderen na zullen laten. Zij heeft gegrepen naar het zwaard, maar het was wel het zwaard der gerechtigheid.

Misschien op een oor na wijs geweest. Meer wijs in elk geval dan al degenen die haar dood hebben gewild en bewerkt.

Dáárom is ze gevild. Want zó mag het heten wat ze hebben gedaan. Zelf heeft ze gezegd over haar isolatie: het is „het gevoel dat je huid wordt afgestroopt."

Was het een uitweg, op het laatst, Ulrike — als je tenminste ten einde raad de weg gekozen hebt die men je toeschrijft? — .

Je bent — hoe dan ook — gehangen in de buurt van Jezus. Op gehoorsafstand. En wat het dan ook moge betekenen, misschien heb je misschien heb je gehoord: „Heden met mij in het paradijs"?

Al hebben we wat moeite met het oor, en al willen we je niet per se annexeren als één van ons, we willen proberen bij jóu te horen, zoals we zijn van Jezus. En we willen leren nog eenmaal wijs te zijn.

Bij God, de „wijsheid der wijzen" zal vergaan! Het ziet er nog niet naar uit, maar we houden het in Godsnaam vol: het karwei is op een oor na gevild!"

Aldus het r.-k. blad „De Bazuin"

Naar aanleiding daarvan enkele vragen:

1. Ulrike Meinhof heeft inderdaad „naar het zwaard gegrepen" en is daarom terecht door de Duitse rechters veroordeeld. Hoe kan ds. Groeneboer dan zeggen dat zij het „zwaard van de gerechtigheid" heeft gehanteerd? Hoe heel anders schrijft Paulus over de overheid: „Zij is Gods dienares, u ten goede. Maar indien gij kwaad doet, zo vrees; want zij draagt het zwaard niet tevergeefs; want zij is Gods dienares, een wreekster tot straf voor degene, die kwaad doet" (Rom. 13:4). Op deze manier preekt ds. G. anarchie en revolutie.

2. Ulrike Meinhof heeft in de gevangenis zelfmoord gepleegd. Hoe kan ds. G. dan schrijven: „Wij willen proberen bij jóu te horen, zoals we zijn van Jezus"? Hoe is het mogelijk iemand, die op gewelddadige wijze zich van het leven beroofde, te stellen naast Christus, die gedood werd en Zichzelf gaf als offer en losprijs voor hen, die in hem geloven? Hoe kan een dienaar des Woords ons oproepen om „bij Ulrike te behoren zoals we van Jezus zijn"?

3. Ds. G. trekt de zelfmoord van Ulrike M. blijkbaar in twijfel: „als je tenminste ten einde raad de weg gekozen hebt, die men je toeschrijft?" Dat betekent dus dat hij de waarachtigheid van de Duitse overheid in twijfel trekt en dat hij suggereert dat Ulrike in de gevangenis zou zijn vermoord. Mag je zo maar de goede naam van de overheid, Gods dienares, aantasten?

4. Hoe kun je de prachtige psalm 111 aldus misbruiken tot verheerlijking van iemand, aan wier handen bloed van medemensen kleeft en die de hand aan zichzelf heeft geslagen? Die psalm eindigt aldus: „De vreze des Heeren is het beginsel der wijsheid". Maar iedereen weet dat er bij Ulrike Meinhof geen sprake was van vreze des Heeren.

5. Is het juist dat ambtsdragers, die geroepen (?) zijn om de herdenking van de offerdood van Christus bij het Heilig Avondmaal te leiden, aldus in een gemeenschappelijke dienst de dood van een zelfmoordenares gedenken?

6. Kan een predikant aan een r.-k. blad niet wat beters sturen ter plaatsing? Is dit het Evangelie dat wij aan de rooms-katholieken hebben aan te bieden?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1976

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

OP EEN OOR NA GEVILD

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1976

In de Rechte Straat | 32 Pagina's