Aardse Messiasverwachting
Ook Maasbach heeft gereageerd op onze artikelen in het augustusnummer van zijn blad „Nieuw leven", dat ons door iemand werd toegestuurd.
Zijn wij jaloers?
We menen dat het niet juist is, dat Maasbach reageert door onze integriteit aan te tasten.
Hij schrijft dat wij „de geest van de schriftgeleerden in de dagen van Jezus" hebben, een geest „die zich nog altijd openbaart tegen alles wat van Christus is". Het is „dezelfde geest als de schriftgeleerden die valse getuigen huurden om Stephanus te beschuldigen en hem doodgooiden met stenen (Hand. 6:12). De reden was dezelfde als nu. Jaloezie. Ze waren niet bij machte de wijsheid en de geest, waardoor hij sprak, te wederstaan (vs. 10)". Aldus Maasbach.
Het is ook niet juist om een medemens, die vanuit de Bijbel bezwaren naar voren brengt, te bestrijden door hem iets in de mond te leggen, wat hij beslist niet leert. Zo schrijft M.: „Zelf geloven ze niet meer in wonderen en om dat te kamoufleren, zijn de voorgangers die er nog wel in geloven, uit de duivel". Ik geloof beslist in wonderen. Meerdere keren heb ik in ons blad betoogd, dat volgens mij de gaven van de Heilige Geest, ook die van de gezondmaking, niet slechts bestemd waren voor het begin van het christendom, maar voor alle tijden.
Verdienen wij welvaart en succes?
Het grondverschil tussen Maasbach - Osborn en ons ligt in de aard van de messiaanse verwachting. Het is de vraag, die de discipelen stelden vlak voor de hemelvaart: „Heere, zult Gij in deze tijd aan Israël het Koninkrijk wederoprichten?" (Hand. 1:6).
M. citeert allerlei beloften uit het Oude Testament, dat het ons ook stoffelijk wel zal gaan, wanneer wij de Heere dienen en Zijn wil volbrengen.
Wij zijn het daarin met hem eens. Maar… nooit heeft Israël zó de Heere gediend, dat ze op grond van hun volbrengen van de geboden de vervulling van de beloften mochten verwachten.
Dat is nu juist het hele betoog van het Nieuwe Testament, met name van de brieven van Paulus o.a.: „Allen zijn zij afgeweken, tesamen zijn zij onnut geworden; er is niemand die goed doet, er is er ook niet tot één toe" (Rom. 3:12). En Paulus betrekt in die beschuldiging niet alleen de Griek (de heiden), maar ook de Jood.
Paulus stelt de vraag: „Waartoe is dan de wet?" en hij antwoordt: „Zij is om der overtredingen wil daarbij gesteld" (Gal. 3:19).
Allen verdienen wij dus de vervloeking, die God heeft uitgesproken over hen, die Zijn geboden niet vervullen en als wij dan tóch nog mogen genieten van aardse goederen, dan is dat louter een genadegeschenk van God en niet een gevolg van onze vervulling van Gods geboden.
Gij zoekt Mij vanwege de broden
M. en O. proberen de juistheid van hun boodschap te bewijzen o.a. doordat zovelen — „vele duizenden" — door hun bediening tot Christus zouden zijn gekomen.
Onze vraag is dan meteen: tot welke Christus? Toen Christus de wonderbare broodvermenigvuldiging had verricht, was de massa ook geestdriftig en wilde Hem koning maken. Maar Jezus zei: „Gij zoekt Mij, niet omdat gij tekenen hebt gezien, maar omdat gij van de broden gegeten hebt en verzadigd zijt" (Joh. 6:26).
Ook wij geloven in wonderen, door de Heere verricht, ook nu nog. Maar wonderen zijn slechts een teken d.w.z. ze wijzen heen naar iets anders nl. naar het messiaanse Rijk dat komen gaat en dat God Zelf zal vestigen, wanneer Christus wederkomt. Dan pas zal voor goed in vervulling gaan: „En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn; noch rouw noch gekrijt noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn weggegaan" (Openb. 21:4).
Dat hebben de Joden niet begrepen (niet willen begrijpen). Ze dachten dat dat aardse Messiaanse rijk reeds nú zou aanbreken. Ze wilden van geen heenwijzing naar de toekomst meer weten.
Christus echter ontvouwde hen het geheim van Gods heilsorde. Hij zou eerst het „brood des levens" moeten worden voor hen, die in Hem zouden geloven en die aldus het eeuwige leven zouden verwerven.
Dat wilden ze niet en daarom morden ze, gelijk ze zo vaak in de woestijn gemord hadden. En zelfs „velen van Zijn discipelen, dit horende, zeiden: Deze rede is hard, wie kan ze aanhoren?" „Van toen af gingen velen Zijner discipelen terug en wandelden niet meer met Hem". Jezus week echter geen stap terug en gaf niet toe aan welke vorm van compromis ook. „Jezus dan zeide tot de twaalven: Wilt gij ook niet weggaan?" En dan komt het juiste antwoord van Petrus: „Heere, tot wie zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens" (Joh. 6:68).
Zonen of bastaards?
Is er niet alle kans dat de duizenden, die als gevolg van de prediking van M. en O. Jezus zijn gaan volgen, dit hebben gedaan vanwege „het brood", dat hen werd voorgespiegeld: welvaart, succes, gezondheid enz.?
Laat M. en O. eens gaan prediken: „Want die de Heere liefheeft, kastijdt Hij en Hij geselt iedere zoon, die Hij aanneemt". „Maar indien gij zonder kastijding zijt, welke allen deelachtig zijn geworden, zo zijt gij dan bastaarden en niet zonen" (Hebr. 12: 6,8). Dan zullen velen van hun huidige volgelingen ook zeggen: „Deze rede is hard."
Zúlk een Christus, die het kruisdragen predikt, willen ze niet.
Zij willen geen wonderen als tekenen, die heenwijzen naar het Rijk van de volledige sjaloom, d.i. met volle hemelse én aardse zegeningen (de nieuwe hemel op de nieuwe aarde), dat nog komen moet. Ze willen dat Rijk nú reeds.
Maar daarom zijn het bastaards, slaven, maar geen zonen, die zich geheel vereenzelvigen met de wil van hun Vader of althans dat in het geloof voortdurend proberen. Ze zijn opstandig tegen deze heilsorde, die door God werd ingesteld. Ten diepste menen ze ook dat ze daar recht op hebben. Ze missen het besef van hun totale bederf en van hun schuld en verlorenheid.
Een ander evangelie
Wonderen moeten tekenen zijn van het komende Rijk der volkomenheid, anders zijn ze uit de duivel. Ook de Egyptische tovenaars veranderden stokken in levende slangen (Ex. 6:11). Hebben M. en O. zo iets ook al eens gedaan?
En Christus zei: „Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd en in Uw Naam duivelen uitgeworpen en in
Uw Naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik hen openlijk aanzeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij die de ongerechtigheid werkt" (Mat. 7: 22-23).
M. en O. verkondigen dus een ander evangelie dan Christus en dan de apostelen. Zij lokken de mensen met de belofte van „brood", d.i. met de voorspiegeling van allerlei welvaart en succes. Zonder enige vorm van armoede, gebrek of ziekte. Zij wijzen de kastijding van God af en vormen zo bastaards in plaats van zonen van God. Daarom moeten wij ernstig tegen hen waarschuwen. Zij zijn misleiders.
En tóch een harde leer
In wezen is hun leer toch ook weer hard. Want de konsekwentie van hun leer is, dat degenen die niet genezen en in armoede leven, dat te wijten hebben aan hun verkeerde leven of aan hun gebrek aan geloof. Die leer is hard, omdat ze aan de luisteraars en lezers een andere Christus voorstellen dan de Christus der Schriften. Ze is ook hard, omdat hun volgelingen in deze welvaartsstaat opgezweept worden om nog meer welvaart na te jagen. Maasbach schrijft: „Het is maar net wat iemand welvaart noemt. Men zegt gauw dat iets luxe is, wanneer men misschien weinig gewend is."
Inderdaad. Een voorbeeld: Sinds drie jaar heb ik mijn rijbewijs en rijd ik in een Dafje. Ik geniet er nog altijd van, dat ik nu niet meer zo gebonden ben aan trein en bus. Maar moet ik nu gaan bidden om een Mercedes of om een slee van een wagen van ƒ 50.000,— of ƒ 100.000,—? En is het een bewijs van mijn brave leven of van mijn groot geloof, wanneer ik die dan zou krijgen? Ik geloof het niet. Wee hen, die deze kleinen, de eenvoudige gelovigen, misleiden en hen achter zich aan zien te krijgen, achter de „Johan Maasbach Wereldzending", tot lof en eer van hun grote naam, op grond van voorspiegelingen, die geen grond in de Bijbel vinden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1976
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1976
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
