In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Reakties

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Reakties

8 minuten leestijd

Op ons vorige nummer kregen we enkele felle reakties, waaruit wij enkele stukken hieronder overnemen, voorzien van ons kommentaar. Wij zouden echter met klem willen aanraden om eerst ons artikel te lezen: „Wij willen een koning", want tegen de achtergrond van de bijbelse gedachte, die we daarin ontvouwd hebben, schrijven we onze reakties.

U hebt God gelasterd!

Wij ontvingen IRS van onze abonnee G.J.P. te IJ. terug met het bijschrift; „Retour afzender — ben niet van Gods laster gediend".

ONS KOMMENTAAR:

1. Is het godslasterlijk, wanneer wij de uitlatingen en praktijken van een mens toetsen aan de Schrift?

2. Is Maasbach gelijk te stellen met God, zodat iemand die iets tegen hem zegt of schrijft, daarmee automatisch zich tegen God Zelf keert?

3. Wat voor verschil is er dan met de r.-k. kerk? Die heeft in haar kerkelijk wetboek bv. deze bepaling: „Wie tegen de akten, dekreten, beslissingen en uitspraken van de Paus, een kardinaal, een pauselijk gezant, de romeinse Congregaties, de rechtbanken van de Heilige Stoel en haar beambten, de eigen bisschop een vijandige stemming of verzet verwekt, moet ertoe gedwongen worden voldoening te geven. Bovendien kunnen de delinquent nog andere straffen en boeten worden opgelegd" (Can. 2344).

4. Is dit een getuigenis voor de postbode te IJ. en te Velp, die dit fraais konden lezen?

Raak Gods gezalfden niet aan!

„U moogt de broeders Osborn en Maasbach niet veroordelen. Dat is al een grote zonde op zichzelf, want het zijn twee gezalfde Dienstknechten des Heeren. En er staat geschreven in Gods Woord: Raak Mijn gezalfden niet aan.

Moge de Heere uw blinde ogen openen, zodat u herstelt wat u de broeders hebt aangedaan. Het is mijn innige bede dat u zich diep voor het aangezicht des Heeren zult verootmoedigen.

U hebt laster in uw blad over deze broeders verspreid. Daarom wil ik uw blad dat ik al jarenlang lees, niet meer ontvangen".

ONS KOMMENTAAR:

1. Vreselijk is het dat Osborn en Maasbach hun volgelingen blijkbaar al zozeer met verblindheid hebben geslagen, dat deze geloven dat zij „Gezalfde Dienst de paus het klaargespeeld dat het eerste Vatikaanse concilie (herhaald in het tweede Vat. C.) uitsprak, dat iemand, die met een beroep op de Schrift zich keert tegen een officiële leeruitspraak van de paus, vervloekt is.

Hoe kan men van iemand zeggen, die probeert zijn oog alleen te richten op Jezus Christus, „de overste Leidsman en Voleinder des geloofs" (Hebr. 12:2), blind is, omdat hij niet onvoorwaardelijk vertrouwt in mensen zoals O. en M.?

3. Deze abonnee heeft al jaren lang gezien, hoe wij de r-k. kerkleiders en hun uitspraken toetsen aan de Schrift. Ze heeft dat blijkbaar goedgevonden, ook al beweren die kerkleiders, met name de pausen, dat zij Gezalfde Dienstknechten des Heeren en zelfs Plaatsbekleders van Christus op aarde zijn.

Waarom mag je wel r.-k. kerkleiders plaatsen onder het gezag van Gods Woord, maar niet de eigen geliefde protestantse religieuze leiders?

„Waarom vervolgt gij Mij?"

Vanwege uw achtergrond heb ik begrip voor uw reaktie, daar u dit kennelijk als een soort aflaatsysteem ziet. Maar is het niet mogelijk dat we juist hierdoor het gevaar lopen de Heere Zelf tegen te komen in onze Rechte Straat en Hem te horen zeggen: Waarom vervolgt gij Mij?"

ONS KOMMENTAAR:

Niet alleen dit citaat, maar de gehele brief ademt een geest van liefde. Daarom spijt het mij zeer op grond van de Schrift haar te moeten antwoorden:

1. Wie behoren tot hen die van Christus zijn? Zij die Zijn Woord trachten te bewaren en dan toch zeker niet boos zijn, wanneer anderen op grond van de Schrift bezwaren inbrengen over hun praktijken. „Jezus antwoordde en zeide tot hem: Zo iemand Mij liefheeft, die zal Mijn Woord bewaren; en Mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en woning bij hem maken" (Joh. 14:23).

2. We moeten allemaal oppassen voor onze achtergrond. Daarin hebt u gelijk. We lopen allen het gevaar om de Bijbel te verklaren vanuit onze eigen ervaringen, vooral van vroeger. Ik moet dus steeds oppassen voor reakties vanuit mijn roomse achtergrond. Daar ben ik mij heel goed van bewust. En het is dan ook voortdurend mijn bede, dat de Heere mij daarvoor moge vrijwaren.

Maar van de andere kant kan zulk een verleden ook een voordeel zijn. Ik heb in de r.-k. kerk, met name in het klooster, aan den lijve ondervonden, wat het zeggen wil onder de wet te staan en onder menselijke leiders, die je niet ter verantwoording mag roepen vanuit de Schrift en die je daarom kunnen tyranniseren en je geweten geweld kunnen aandoen, zoveel als ze willen. Het is dan toch ook mogelijk dat ik het daardoor gemakkelijker en sneller aanvoel, wanneer dergelijke tendenzen ook in het protestantisme zich openbaren, en dat ik daardoor ook een roeping heb om daarvoor te waarschuwen". (Zie ook het artikel: „Gesprekken met een Spaanse abonnee").

Spreekt uzelf in tongen?

„Wat u schreef over het spreken in tongen, was verblijdend positief. Alleen miste ik het persoonlijk element erin. Ik had graag eens vernomen of uzelf wel eens in tongen gesproken hebt of nog doet".

ONS KOMMENTAAR:

1. Ik laat graag aan de lezers de vraag over, of je op deze existantiële wijze over het bidden in tongen kunt schrijven, zoals ik deed, zonder het zelf te hebben ervaren.

2. Wij moeten erg oppassen met het geven van persoonlijke ervaringen. De hoogmoed ligt meteen op de loer in ons arglistige hart. Het wordt zo gauw een pronken met geestelijke gaven. Paulus schrijft dan ook maar zelden over zijn eigen bevindingen. Hij doet dat alleen, wanneer hij daarmee wil laten zien, dat ook hij slechts mens is zoals wij (Rom. 7) om ons aldus te troosten; ofwel om op grond van dit verhaal over die ervaringen dwalingen te bestrijden en het zuivere Evangelie ingang te doen vinden. Zo bv. 2 Kor. 12:1-10. Het is vooral vanwege deze tweede reden, dat ik in ons vorige nummer zo uitvoerig schreef over het bidden in tongen.

Waarom is uw man onbekeerd?

„Door een zuster in de Heere kreeg ik IRS in handen. Ze sprak mij over de artikelen over O. en M. Ze bekende mij dat ze daardoor was gaan twijfelen of deze predikers wel van de Heere waren. Daarom heb ik dit blad mee naar huis genomen om het zelf eens te lezen.

Ik vind dat alles meer dan walgelijk! en waak ervoor dat mijn onbekeerde man dit blaadje niet in handen krijgt. Hij zou opnieuw uitroepen: Heb ik het niet altijd gezegd! Ze zitten mekaar af te kraken, omdat de één het nog beter weet dan de ander en nog meer wil zijn dan de ander. Hoe kun je daar nu nog achteraan lopen? Ja, en wat moet ik daarop antwoorden? Niets! Alleen denken: en hij heeft nog ergens gelijk ook. Ellendig is dat, allerellendigst!" (slechts een gedeelte uit de brief)

WIJ SCHREVEN HAAR:

U aanvaardt Gods Woord als enige norm. Dat meen ik van u begrepen te hebben. Mag ik u dan verzoeken om ons samen onder het Woord te plaatsen. Zeker, ik kan het onjuist hebben. Dan moet u dat aantonen en als u mij overtuigt, zal ik dat zeer zeker openlijk erkennen. Maar van de andere kant moet ook u de mogelijkheid aanvaarden, dat u in strijd met de Schrift denkt en handelt.

Wat uw man betreft, hebt u zich wel eens afgevraagd of het ook aan u kan liggen dat uw man nog onbekeerd is? U wilt hem brengen tot een aanvaarding van de Schrift als enige norm voor zijn leven, neem ik aan. Maar moet hij niet bemerken dat u de door u geliefde leraars stelt boven de Schrift?

Blijkt dat niet uit uw houding? Ik heb de praktijken van O. en M. proberen te toetsen aan de Schrift. En u slaat dan meteen op mij los door mij ervan te verdenken dat ik dat deed om daardoor meer abonnees te winnen voor ons blad? Zulk een verdenking is toch volkomen in strijd met de liefde. Dacht u dat uw man die verkeerde levenshouding bij u niet aanvoelde?

U beschuldigt mij van volkomen verkeerde bedoelingen: „Als men een hond wil slaan, vindt men licht een stok." Waar haalt u het recht vandaan om mij zo iets toe te schrijven? En dat allemaal, omdat ik het gewaagd heb de praktijken van uw geliefde prediker Maasbach aan de Schrift te toetsen.

Het is jammer dat ik u dat moet schrijven, want nu lijkt het wel of ik tegenover u gelijk wil krijgen. Dat is mijn bedoeling niet. Daarom was het beter, wanneer een ander u daarop zou gewezen hebben.

Maar opnieuw wil ik u vragen: Onderzoek toch eens of het ook niet aan uzelf ligt, dat uw man nog niet bekeerd is. Uit uw brief krijg ik echt niet de indruk dat u een ootmoedig en mild kind van God bent, maar eerder iemand die vervuld is van zichzelf en van eigen gelijk en die er meteen op losslaat en een ander verdacht gaat maken, wanneer die uw opvattinkje aan de Bijbel waagt te toetsen. Hoe kan uw man ooit waardering krijgen voor zulk een geloof? Misschien voelt uw man achter uw poging om hem te bekeren ook een poging om hem aan uw inzichten te onderwerpen. Zijn verzet is dan niet gericht tegen het Evangelie, tegen Christus, maar tegen u, terwijl u uw eigen zondige levenshouding niet ziet (wilt zien) en zelfgenoegzaam u boven hem verheft en hem vijandigheid tegenover God en wie weet wat nog meer toeschrijft, zoals u ook mij van alles toeschrijft in uw brief. Neem eens de mogelijkheid aan dat achter dit schrijven niet een geprikkelde ds. Hegger staat, maar de stem van God Zelf, die u tot zelfinkeer roept en een heel nieuw leven voor u én voor uw man wil openen, wanneer u in ootmoedig geloof naar Hem luisteren wilt. Dat bid ik u toe.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1976

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Reakties

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1976

In de Rechte Straat | 32 Pagina's