Recente theologische ontwikkelingen van Latijns Amerika binnen de rooms-katholieke kerk
In de theologie is de laatste tien jaar een toenemende aandacht voor de problematiek van de zgn. „derde wereld" te constateren. De dekolonisatie heeft zich voltrokken en in deze nieuwe landen wordt de kerk geconfronteerd met geheel nieuwe ontwikkelingen: in veel gevallen kwamen deze kerken losser te staan van de moederkerken uit de westerse wereld en kon zich een geheel eigen theologie ontwikkelen.
In de tweede helft van de zestiger jaren nemen wij waar, hoe tal van theologische ontwikkelingen en denkrichtingen in de derde wereld met kracht baan beginnen te breken in de oecumenische beweging. Die invloeden waren al eerder duidelijk merkbaar, doch nog niet in die mate en met die kracht. Een complex geheel van factoren heeft hiertoe bijgedragen; ook factoren die in de wereld van het Westen een rol hebben gespeeld, zoals het studentenverzet, het neo-marxisme, new left, de onvrede over de oorlog in Vietnam, later de toenemende bewustwording inzake de Club van Rome-problematiek, etc.
Theologie van de revolutie
De belangrijkste theologische ontwikkelingen in de tweede helft der zestiger jaren vinden echter hun wortels in de derde wereld. De zgn. „theologie van de revolutie" is ontstaan in de Latijnsamerikaanse context waar het schema uitbuiters en uitgebuiten een steeds terugkerende rol speelt.
Richard Shaull, de vader van deze theologie (hij introduceerde haar op de conferentie inzake kerk en maatschappij van de Wereldraad van Kerken in 1966 in de westers oecumenische kringen), is tot een dergelijke theologie geinspireerd in Latijs Amerika.
De zwarte theologie van James Cone vindt in belangrijke mate haar oorsprong in de Verenigde Staten, maar heeft verder belangrijke wortels in Zuidelijk Afrika.
Verder is er een, iets minder politiek gerichte, theologie van de interreligieuze dialoog, waarvan de wortels hoofdzakelijk moeten worden gezocht in India, bij theologen en denkers als Paul David Devanandan, Stanley J. Samartha, M. M. Thomas (die zich echter weer meer op het politiek-linkse vlak begeeft) en tal van anderen. In de Wereldraad van Kerken komt het tot een „antiracisme"-programma, eveneens geïnspireerd vanuit de derde wereld (zwarte theologie/theologie van de revolutie ).
De meest recente derde wereld-theologie is de zgn. „theologie van de bevrijding", ontstaan tegen het eind der jaren '60-begin jaren '70. Deze theologie is van Latijns Amerikaanse origine, maar heeft ook wortels elders (Zuidelijk Afrika).
Politiek geladen theologie
Wij zullen hier verder geen situering geven van de complexe theologische situatie in de zestiger jaren. Hiertoe kan men onder andere bij Lekkerkerker (Nieuwe Theologie, Den Haag, 1968), de gebroeders Velema (Nieuwe Wegen, Oude Sporen, Apeldoorn, 1968) en bij Sperna Weiland (Oriëntatie en: Voortgezette Oriëntatie (Baarn, respectievelijk 1966, 1971) terecht.
Heel algemeen kan worden opgemerkt dat de „theologieën" van de zestiger jaren heel sterk politiek geladen zijn. Er is zelfs een theologie (in Europa) die zich aandient als „politieke theologie" (Metz, Sölle, e.a.).
Berkhof heeft recentelijk in Kerk en Theologie (april 1975) gepoogd in een notendop iets over die zestiger jaren te zeggen. Hij spreekt, treffend, over „het onweer dat zich over ons theologisch leven ontlaadde" (periode 1963-1966).
De Europese theologieën (Moltmann, Theologie van de Hoop, Metz, Sölle, Altizer, e.a.) worden echter in de derde wereld met enige reserves bekeken. Men meent dat deze té theoretisch zijn.
Toch hebben deze theologieën (zeker de politieke theologie van Metz) invloed uitgeoefend op de theologie van de bevrijding in Latijns Amerika. Hierover komen wij nu te spreken.
Het voorspel tot een „theologie van de bevrijding"
Alvorens op de eigenlijke theologie van de bevrijding in te gaan, eerst een korte situering. Al jaren bestaat er in Latijns Amerika een groeiend gevoel van onbehagen. Er is een schrille tegenstelling tussen rijk en arm, waaraan de officiële (roomskatholieke) kerk niets heeft gedaan, en die door deze in enkele gevallen zelfs is bevorderd.
Bovendien zijn tal van landen wat betreft hun economie aangewezen op de machtige buur in het Noorden (de Verenigde Staten). De VS heeft een indrukwekkend netwerk van CIA-agenten in de meeste Latijnsamerikaanse landen. Het is bekend dat de regering Allende door een Cl A-operatie ten val is gebracht 1).
Deze instabiele en vooral afhankelijke positie heeft in vele landen van dit continent een toenemend gevoel van onvrede teweeg gebracht. In links-revolutionaire kring wijst men op het zgn. „neo-kolonialisme" van vooral de Verenigde Staten.
De enorme tegenstelling tussen de grootgrondbezitters en de arme boeren heeft bij velen een roep om bevrijding doen ontstaan. De roep om revolutie krijgt (in tegenstelling tot vroeger) een meer ideologische klank. Che Guevara en Fidel Castro worden het model voor de links-radikale ideologie. Men wil worden bevrijd van de Verenigde Staten en zoekt daartoe aansluiting bij een neo-marxistische of zelfs Leninistische ideologie.
Deze nieuwe ideologische beweging gaat vooral in de tweede helft der zestiger jaren ook doorwerken in de rooms-katholieke kerk van Latijns Amerika. Vaticanum II wordt in progressieve zin geïnterpreteerd zodat een min of meer legitieme basis wordt gecreëerd voor het katholieke socialisme. De links-katholieke beweging manifesteert zich aanvankelijk nog onder de priesters die het meeste contact hebben met de arme bevolking.
Drie types
Zo treffen wij in die jaren drie typen katholicisme in Latijns Amerika aan: het traditionele volkskatholicisme (met alle bijgelovige gebruiken en een sterke heiligen en Mariacultus), het katholicisme van de middenklasse (dat het meest overeenkwam met het Europese, meer „verlichte" katholicisme) en tenslotte het opkomende revolutionaire katholicisme dat het reformisme van het middenklasse katholicisme afwijst en dat zich beschouwt als spreekbuis van de onderdrukten, het proletariaat 2). Het laatste katholisme legt alle nadruk op de praxis, de aktie. Het gaat zich in toenemende mate verbinden met een neo-marxistisch denken: gaat er niet om de wereld te interpreteren, maar haar te veranderen." 3). „Het
In Brazilië ontstaat er een zgn. „Catholic Left" (katholiek links) terwijl er in Chili soortgelijke maatschappelijke groepen ontstaan. Enkelen gaan zover dat zij de pogingen van geweldloos verzet opgeven en zich geheel en al engageren in de gewapende guerillastrijd, zoals de Columbiaanse priester Camilo Torres 4).
(wordt vervolgd)
1) Joachim Joesten, CIA p. 225 vv (Utrecht/Antwerpen, 1976) en vooral ook: Victor marchetti/John D. Marks, The CIA and the Cult of Intelligence, p. 42, 43 (New York, 1974)
2) Zie J. K. Tuintra, Gustavo Gitiérrez; A Theology of liberation - An Analysis and Appraisal, p. 9, 10 (ongepubliceerde doctoraalscriptie dogmatiek, VU, Amsterdam, 1974).
Karl marx Die Deutsche Ideologie, Thesen uber Feuerbatch (These 11), in: Die Fruhschriften p. 341 (Stuttgart, 1971)
Frederick C. Turner, Catholicism and Politician Development in Latin America, p 144 (Chapel Hill, 1971)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1976
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1976
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
