DE VROUW IN HET AMBT
We kregen daarover enkele vragen naar aanleiding van onze opmerking op p. 24 van ons meinummer. We moeten daarover kort zijn, want dit onderwerp past niet erg in het kader van ons blad. Immers die vraag van de vrouw in het ambt wordt wel eens in de r.-k. bladen opgeworpen, maar heeft daar geen schijn van kans.
Laat ik meteen zeggen, dat mijn opmerking op geen enkele wijze ook maar enige geringschatting inhield voor de vrouw. Het verbaasde mij dat iemand dat erin gelezen had.
De vrouw is ANDERS, niet minder dan de man
De vrouw heeft volkomen eigen hoedanigheden, die een man mist. En de verwording van de r.-k. kerk is, naar mijn overtuiging, voor een belangrijk deel te wijten aan het celibaat, waardoor men de invloed van de vrouw onmogelijk heeft gemaakt.
Wie zijn hart te luisteren legt op de Bijbel, zal ook daarin bemerken, hoe op de achtergrond vele en vrome vrouwen staan, die hun gelovige warmte uitstralen over hun omgeving; vrouwen (zoals Debora en Jaël) die de mannen soms beschaamd maken door hun heldinnenmoed; vrouwen die als profetessen bezield zijn door de Heilige Geest (Hand. 21:9).
En wat een inspiratie gaat er niet uit van de bruid van het Hooglied? Wellicht is de beschaving door de eeuwen heen het sterkste gestimuleerd door de vrouw. Immers krachtens haar eigen aard beleeft de vrouw het huwelijk sterk psychisch en heeft daardoor in zich het vermogen om ook de man te brengen tot grotere beheersing, tot geestelijke eenheid, tot waarachtige liefde; en beheersing is steeds de bron geweest van alle beschaving.
Onze prestatiemaatschappij
Het is heel erg jammer, wanneer de vrouw zich door het voorbeeld van de man laat meeslepen in deze prestatiemaatschappij als zijn concurrente. Juist in deze tijd hebben we meer dan ooit behoefte aan de vrouw, die ons, mannen, laat zien, hoe dwaas het is om je te laten opzwepen tot steeds hogere verrichtingen. Het zou beter zijn als we naar de wijze spreuk van Prediker luisterden: „Geniet het leven met de vrouw, die gij liefhebt, al de dagen uws ijdelen levens, welke God u gegeven heeft onder de zon" (Pred. 9:9). Hoeveel mannen moeten er altijd maar weer op uit en zijn avond aan avond weg van hun gezin. Ze lopen van gewicht naast hun schoenen. Het lijkt erop alsof zij het vergaan van de wereld moeten tegenhouden. Gods Woord zegt tegen hen: „Geniet het leven met de vrouw, die ge liefhebt".
Dolle Mina's verheerlijken de man
De Dolle Mina's brengen een dwaze verheerlijking toe aan de man, doordat ze zich op zijn terrein begeven om met hem te concurreren. Dat is erg jammer, want zo drijven ze de prestatiezucht nog hoger op en maken onze maatschappij nog holler. En vervolgens maken ze zich tot een partner, die gemakkelijk door de man kan worden overwonnen. Immers zoals de vrouw haar eigen capaciteiten heeft, waartegenover de man haar mindere is, zo heeft ook de man zijn eigen capaciteiten. Wanneer een buldog een wedstrijd houdt in hard lopen met een hazewind, verliest hij het; maar wanneer hij gespannen wordt voor een hondekar, dan blijkt hij veel sterker te zijn dan de hazewind. Laat daarom ieder blijven op het terrein dat God heeft aangewezen.
En zo is het uit de Bijbel duidelijk dat het niet in Gods bedoeling ligt, dat de vrouw voorgangster is in de gemeente, zodat de brief aan de Hebreeën de gemeente zou aansporen: „Zijt uw voorgangsters gehoorzaam en zijt hun onderdanig" (Hebr. 13:17). Dat staat er niet. Kuitert heeft daarom volkomen gelijk, wanneer hij zegt dat een kerk, die de vrouw in het ambt aanvaardt, in dit punt heel duidelijk tegen de Bijbel ingaat. En hij kan dan de kerken terecht vragen: Als jullie zelf het voorbeeld geven in zulk een duidelijk konkreet geval van ingaan tegen het gezag van de Bijbel (van Paulus), waarom maken jullie er dan zo'n herrie over, wanneer ik ook in andere punten van mening ben dat de bijbelse uitspraken tijdgebonden zijn, zodat wij in die zaken het beter weten dan de Bijbelschrijvers?
Bijbelse bediening van de vrouw
Volledigheidshalve moet ik eraan toevoegen, dat het alleen gaat over het regeerambt in de kerk. (Overigens moeten we niet vergeten dat het woord „ambt" in het Nieuwe Testament nergens voorkomt. U vindt het niet in de konkordans op het N.T. In onze vertaling vinden we wel de combinatie: „opzienersambt", 1 Tim. 3:1, maar men mag daar geen speciale betekenis aan het woord „ambt" toekennen, omdat er in het Grieks staat: „episcopè" en dus slechts één woord is, zodat het beter zou kunnen vertaald worden met „opzienerschap").
Er is in de Bijbel echter een bediening binnen de gemeente, die aan de vrouw wordt toegeschreven — of men dat een ambt noemt ja of nee, lijkt mij, gezien bovenstaande opmerking over het niet voorkomen van het woord „ambt" in het N.T., van minder belang. Daarover kunnen we lezen in 1 Tim. 5:2-16. Die bediening wordt daar in het bijzonder toegeschreven aan weduwen, en dat onder bepaalde voorwaarden bv. dat ze minstens zestig jaar zijn. Maar dan lezen we in vs. 9 dat zulk een vrouw voor die bediening in de gemeente „gekozen" wordt. Ze krijgt dus een soort aanstelling door de gemeente.
Gehoorzaamheid aan Christus
Uit het bovenstaande is dus ook duidelijk dat de regel dat de vrouw geen regeer ambt in de gemeente mag hebben, alleen steunt op een beslissing van Christus. Als Hij had opgedragen, dat de vrouw de leiding zou hebben in de gemeente, dan zouden wij, mannen, ons daar even goed aan moeten onderwerpen. Niet wij hebben het recht om uit te maken, hoe de orde in de gemeente moet zijn; dat recht komt uitsluitend toe aan Hem, die het Hoofd is van Zijn lichaam. Het gaat dus niet om gehoorzaamheid aan mannen, maar om gehoorzaamheid aan Christus.
P.S. Intussen hebt ook u wellicht in de pers gelezen, dat de pauselijke Bijbelcommissie in meerderheid van mening is, dat de uitspraken van Paulus over de vrouw in het ambt tijdgebonden zijn en daarom niet bindend zijn voor onze tijd. Voorlopig zet ik een vraagteken achter deze berichten, daar volgens Trouw de paus op 18 april nog uitdrukkelijk zich tegen de vrouw in het ambt zou hebben uitgesproken — ik kan echter van zulk een recente uitspraak in L'Osservatore Romano niets terugvinden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1976
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1976
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
