In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

DE MIS EEN AANTASTING VAN ONZE ENIGE TROOST

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE MIS EEN AANTASTING VAN ONZE ENIGE TROOST

13 minuten leestijd

De Heidelbergse Katechismus opent zo prachtig met de ontroerende vraag: „Wat is uw enige troost in leven en sterven?" en met het aangrijpende antwoord op die vraag. Over die troost handelt eigenlijk het hele boek, dat als een moeder de kinderen Gods steeds weer opbeuren wil. Als we dat voor ogen houden, kunnen we ook begrijpen dat deze moeder, deze Heidelbergse Katechismus, diep verontwaardigd is, wanneer in vraag 80 de leer van de r.-k. mis behandeld wordt, die deze enige troost in leven en sterven ondergraaft.

Diezelfde verontwaardiging proeven we ook in de preek, die ds. J. M. G. Sytsma, gereformeerd (syn.) predikant voorheen te Balkbrug, thans in Dieren, hield. We zijn blij dat hij toestemming gaf die preek in dit nummer af te drukken. Vooraf laten we echter eerst de tekst van vraag en antwoord 80 volgen.

Wat onderscheid is er tussen het Avondmaal des Heeren en de Paapse Mis?

Antw. Het Avondmaal des Heeren betuigt ons, dat wij volkomen vergeving van al onze zonden hebben door de enige offerande van Jezus Christus, die Hijzelf eenmaal aan het kruis volbracht heeft (a), en dat wij door den Heiligen Geest Christus worden ingelijfd (b), die nu naar zijn menselijke natuur niet op de aarde, maar in de hemel is, ter rechterhand Gods zijns Vaders (c), en daar van ons wil aangebeden zijn (d). Maar de Mis leert, dat de levenden en de doden niet door het lijden van Christus vergeving der zonden hebben, tenzij dat Christus nog dagelijks voor hen van de Mispriesters geofferd worde, en dat Christus lichamelijk onder de gestalte des broods en wijns is, en daarom ook daarin moet aangebeden worden; en alzo is de Mis in de grond anders niet, dan een verloochening der enige offerande en des lijdens van Jezus Christus, en een vervloekte afgoderij (e).

a. Hebr. 10:10, 12 en 7:26, 27 en 9: 12, 25. Joh. 19:30. Matth. 26:28. Luk. 22:19.

b. 1 Kor. 10:16, 17 en 6:17. c. Joh 20:17. Kol. 3:1. Hebr. 1:3 en 8:1. d. Matth. 6:20, 21. Joh. 4:21. Luk 24:52. Hand. 7:55. Kol. 3:1. Filipp. 3:20. 1 Thess. 1:10.

e. Hebr. 9:26 en 10:12, 14.

Daar zijn we dan in de behandeling aangekomen bij een der bekendste zondagen uit de Heidelbergse Catechismus. We gaan spreken over de „Paapse mis".

Dadelijk dient gezegd, dat dit woord destijds niet als een scheldwoord was bedoeld. Paapse mis betekende toen: Mis van de paap, van de Papa, van de Paus. Het betekent dus gewoon „Pauselijke Mis".

Eén der bekendste zondagen, zo zei ik, want de meesten weten wel dat die paapse mis in het antwoord betiteld wordt als „een vervloekte afgoderij". Dat klinkt nu niet bepaald positief. Daar is geen woord Frans bij.

Liefdeloos?

Maar is die Heidelberger dan niet verouderd? … Is het, in een tijd waarin we op vele plaatsen als rooms-katholieke, hervormde- en gereformeerde christenen samen aan het avondmaal gaan, … is het in een tijd, waarin de oecumene hoogtij viert … is het in een tijd waarin gemengde huwelijken aan de orde van de dag zijn, — nog wel gewenst dat we zo, in de zin van de Catechismus, op zulk een keiharde manier, onze eigen bijbelse visie op het belijden en beleven van het Heilig Avondmaal verdedigen? … Kan dat nog wel? … Werkt dat niet afstotend … Klinkt dat niet liefdeloos?

Ja, gemeente, het is de tragiek van deze tijd dat op deze vragende manier helaas maar al te vaak met de Waarheid, de Goddelijke Waarheid, wordt omgesprongen. Het is vandaag helaas zo gesteld, dat men niet alleen buiten, maar ook binnen de kerk liever en meer eer geeft aan mensen dan aan God. Satan is ook nu, buiten en binnen de kerk, zijn ogenschijnlijke overwinningstocht aan het voorbereiden, de finale slag, waarin hij denkt te winnen. Want het zal de satan toch een zorg zijn, hoe we verloren gaan. Hij vindt het uitstekend dat we vroom zijn, dat we intens over God praten, … het laat hem verder Syberisch of we goddeloos zijn, met of zonder religie. Hij weet, dat ondanks de schijn van het tegendeel hele volksstammen verloren gaan; kerkmensen niets weten van persoonlijk gebed, intense belijdenis van schuld, persoonlijke bekering, strijd, ommekeer.

Ook vanavond is hij onder ons, de tegenstander van den beginne, de mensenmoordenaar, de dief en de rover. Satan is zijn naam, dat is zijn wezen. Hij viert zijn triomfen bij duizenden, grote en kleine.

Satan lacht

Hij lacht in satanische blijdschap als de kinderen in Hongarije elkaar op straat begroeten, met opgestoken vuistjes uitroepend: „God bestaat niet". Maar hij geniet in duivels genoegen evenveel als christenmensen een valse leer verkondigen, als dwalingen het lichaam des Heeren binnensluipen en van binnenuit hun lugubere werk gaan doen van ogenschijnlijke opleving, van onbijbelse extatische belevingen. En hij verheugt zich, zeer intens, als zijn dienaren in de kerk geen tijd meer hebben om zich te verdiepen in Gods Woord, … als valse leringen openlijk geleerd en beleden worden, als het hart van het geloof, het levend geloof, in de enige offerande van Jezus Christus aan het kruis, niet meer beleden wordt. Welnu, wij weten, dat satan onder ons leeft en werkt, uiterst actief.

Duizenden, tienduizenden verslaat hij. Openlijk wordt vandaag in de kerk beleden, dat Christus uitsluitend een goed mens geweest is, een voortreffelijk voorbeeld dat aller navolging verdient. En de objectieve waarde van Christus' offer wordt vervormd tot een subjectieve waarde, dat wil zeggen, de verzoening door Hem tot stand gebracht, wordt voorgesteld als te zijn geschied voor alle mensen, zonder dat hieraan de eis tot een waarachtig geloof in die verzoening wordt toegevoegd.

Satan leeft en werkt onder ons … zeer zeker. Hij heeft dat eeuwen lang al gedaan. Ook in de middeleeuwen, toen onze verre voorouders, toen nog alleen de rooms-katholieke kerk er was, zo ver van de oorspronkelijke belijdenis waren afgeweken, dat men eigenlijk nauwelijks meer van een christelijke religie, een christelijk geloof, kon spreken. De kerk was vals in haar leer, en dus vals in haar beleven, geworden.

De wissel omgezet

Juist nu, nu we vandaag opnieuw gevaarlijk snel dreigen af te glijden, waarheden die eeuwenlang beleden en beleefd zijn, menen over boord te moeten zetten, juist nu, nu we denken dat de trein der verzoening ons naar het eindstation bij God voert, maar velen niet gemerkt hebben dat de satan een belangrijke wissel heeft omgezet, zodat velen in de kerk verloren dreigen te gaan omdat de trein op het verkeerde spoor voortjakkert, juist nu is het een zegen en dus een voorrecht om samen stil te staan bij deze zondag; deze zondag, waarin de controverse, het verschil met Rome in de Avondmaalsopvatting zo duidelijk naar voren komt. In deze zondag 30 van de Heidelbergse Catechismus willen we bezien, onthouden, beleven en meedragen, wat het verschil is tussen het Avondmaal des Heeren en de mis van de Paus. Dat staat er eigenlijk in de vraag. En direkt ziet u al één verschil, u hoort het ook … Het avondmaal des Heeren, … Jezus Christus, Gods Zoon en God Zelf, … en de Pauselijke mis, … de vergadering, het bijeenzijngekomen, in naam van een mens, de Paus van Rome, … accoord, maar toch een mens.

Nu moet u weten, dat in de eerste druk van de Heidelberger vraag en antwoord 80 niet voorkwamen. In deze zondag dertig werd toen uitsluitend gehandeld over de avondmaals-gangers. Later is deze zondag eigenlijk in twee stukken geknipt; het eerste stuk, vraag en antwoord tachtig, behandelt het verschil tussen het Avondmaal des Heeren en de mis van de paus, terwijl de twee andere vragen en de daarbij behorende antwoorden zich bepalen bij hen, die wel en niet aan het Heilig Avondmaal zullen en mogen deelnemen. Vanavond willen wij ons voornamelijk bezig houden met vraag en antwoord 80, die in definitieve vorm in de derde druk voorkwamen. Hoe dat kwam?

Trente

Wel, door allerlei spanningen en invloeden genoodzaakt zich te bezinnen op het eigenlijke van het geloof, was er een rooms-katholieke vergadering, een concilie, bijeengeroepen in Trente, een bisschoppelijk stadje in Tirol. We tellen het jaar 1545. Het concilie duurde tot 1563, waarbij met verschillende onderbrekingen in Trente en in Bologna werd vergaderd. Maar liefst vier nieuwe pausen werden in deze roerige en opwindende jaren gekozen (Paulus III, 1534—1549; Julius III, 1550—1555; Marcellus II , 1555 .van 9-4 tot 1-5 1555; Paulus IV, 1555—1559; Pius IV, 1559—1565). Keiharde uitspraken werden gedaan, en wie niet gelooft dat deze uitspraken overeenkomstig de wil van de Almachtige God zijn, die is vervloekt, zegt Rome. Zo zegt canon (geloofsregel) 10 (zesde zitting): „Alwie beweert, dat de ongelovige wordt gerechtvaardigd door het geloof alleen, … die zij vervloekt". En canon 11 zegt: „Alwie beweert, dat mensen gerechtvaardigd worden ofwel alleen door de toerekening van de gerechtigheid van Christus, ofwel alleen door de vergeving van zonde … en dat de genade, waardoor wij gerechtvaardigd worden, slechts een gunst van God is … die zij vervloekt".

Voelt u, geliefden, hoe de samenstellers van de Heidelbergse Catechismus gedwongen werden tegen deze valse, duivelse leer de goddelijke bijbelse Waarheid vast te houden, en daarom ook in vraag en antwoord 80 van hun openlijke afwijzing ten opzichte van deze geloofsregels van Rome blijk gaven!?

Keihard

„Indien iemand beweert, dat het geloof, waardoor wij gerechtvaardigd worden, niets anders is dan het vertrouwen op de goddelijke barmhartigheid die ons de zonde vergeeft omwille van Christus, of dat wij alleen door zulk een geloofsvertrouwen gerechtvaardigd worden, … die zij vervloekt" (canon 12, 6e zitting) … zo klonk het keihard. Dat was de Roomse leer.

Ik zou hierover meerdere canones u willen voorlezen, gemeente, maar dat zou te veel tijd vergen. Nu zal het voor een ieder die luistert, wel duidelijk zijn, dat „Trente de Reformatie, en wat erger is: de Bijbel, niet begrepen heeft" (Hegger, Hand in hand met Rome, p. 32). Dwars tegen allerlei duidelijke bijbelse uitspraken in, dwars tegen de Goddelijke genade ingaande, verkondigde Rome haar valse, haar duivelse leer, en trok zodoende velen weg van God. Vele miljoenen, zo niet miljarden, rooms-katholieken hebben de overtuiging aangenomen … zoals Rome die toen heeft vastgesteld. Zij dachten dat ze geloofden zoals God het gesproken had. Arme, arme mensen!

Maar broeders en zusters, vandaag de dag nog zijn deze uitspraken blijven staan in al hun duivelse kracht en valsheid. Nu nog, anno 1976, zijn ze op geen enkele manier ongedaan gemaakt. Rome mag dan ogenschijnlijk veranderd zijn, niets is minder waar. Ook nu nog, anno 1976, is Trente actueler dan ooit!

De mis een echt verzoeningsoffer

Op haar dertiende zitting sprak het Concilie over o.a. het avondmaal, de eucharistie (11-10-1551); op haar 21ste zitting (16-7-1562) over de kommunie( de gemeenschap, het nuttigen van brood en wijn) onder beide gedaanten en over de kommunie aan kinderen; op haar 22ste zitting (17-9-1562) sprak zij over de mis als offer.

Het zou ondoenlijk zijn u al de canones (geloofsregels) voor te lezen. Ik noem u een paar: „Indien iemand ontkent, dat in het sacrament van de allerheiligste Eucharistie het lichaam en bloed van onze Heere Jezus Christus, tezamen met Zijn ziel en Godheid … en dus de gehele Christus, … waarlijk, werkelijk en wezenlijk tegenwoordig is … die zij vervloekt (canon 1, 13e zitting). Indien iemand de wonderbare en unieke verandering loochent van de gehele substantie ( = kern, datgene wat brood tot brood en wijn tot wijn maakt) van het brood in het lichaam en van de gehele substantie van de wijn in het bloed, terwijl slechts de gedaanten van brood en wijn overblijven … die zij vervloekt (canon 2, 13e zitting). En heel sterk klonk de uitspraak op 17 sept. 1562 (22e zitting): „Indien iemand beweert dat in de mis niet een waar en echt offer aan God wordt gebracht … die zij vervloekt. En indien iemand beweert, dat de mis geen verzoeningsoffer is, … die zij vervloekt". (Hegger, a.w. 123-126).

Door één offer zijn wij gered

Is het een wonder dat de samenstellers van de Heidelbergse Catechismus het hier niet bij konden laten zitten. Nee, zeiden zij, het Avondmaal betuigt ons, als gelovigen, dat aan het kruis van Golgotha Christus hét offer, het enige offer heeft gebracht. Hij heeft toen en daar voor al onze, mijn zonden, volkomen betaald. In Hem, in dat enige offer, zijn al mijn zonden vergeven en weggedaan. De Heilige Geest werkt dat in mijn hart, Hij doet mij groeien in deze unieke daad, dit offer van Chrisus. Daarin, in dat enige offer, dat eenmaal heeft plaats gevonden en dat nooit meer opnieuw tegenwoordig behoeft te worden gesteld, daarin rust mijn heil, mijn heling, mijn vergeving. In Hem, in die Zichzelf opofferende overgave van Christus ligt mijn leven voor eeuwig verankerd. Dat betuigt het Heilig Avondmaal van Christus … dat ligt vast, rotsvast, dank zij Christus' daad op Golgotha.

Wat een tragiek dat de Roomse mis anders leert. Bij Rome is er een tenzij, zoals de Heidelberger het zo treffend formuleert. Dat offer van Christus is een machtig mooi gebeuren. Maar de vergeving van zonden hebben de gelovigen alleen, als de priester dagelijks het misoffer brengt waarin Christus lichamelijk aanwezig is, waardoor Christus ook in de mis aanbeden moet worden.

Geen wonder dat in sommige streken en landen gelovige rooms-katholieken de hoed even afnemen als zij de Kerk passeren. Dat doen zij als groet aan de Heere Jezus Christus. Die is immers nog lichamelijk tegenwoordig in het altaarkastje, waar het brood bewaard wordt, dat is overgebleven van de eucharistie. En Trente leert: (Hegger, a.w. 111): ,.Indien iemand beweert, dat in de hostie of in de gekonsacreerde partikels (stukjes brood) die na de kommunie bewaard worden of zijn overgebleven, het ware lichaam van de Heer niet tegenwoordig blijft, … die zij vervloekt" (canon 4).

„Ik (een mens) offer…"

Vreselijke praktijken, geliefden. Godslasterlijke praktijken. Hoe diep kwetst het ons als wij in de roomse missaal (misgebed) deze woorden lezen, die de priester uitspreekt: „Neem nu, Heilige Vader, deze onbevlekte offerande aan, welke ik U, mijn God, offer, voor al mijn ontelbare zonden, maar ook voor alle levende en overleden gelovige christenen, om verlossing van hun ziel, en hoop op hun zaligheid te verwerven". Godslasterlijk, omdat hier niet Christus' enige offerande maar het door mensen gebrachte offer de verlossing van de ziel en de hoop op de zaligheid moet verwerven. Godslasterlijk, omdat hier inderdaad de mis een verloochening is van het lijden en sterven, het Gode welgevallige offer van Jezus Christus. Godslasterlijk, omdat inderdaad hier sprake is van vervloekte afgoderij.

Liever is mij de betuiging van het Heilig Avondmaal dan de lering van de pauselijke mis. Oneindig lief is mij dit Heilig Avondmaal, waarin ik mag afzien van mijzelf en mijn, helaas, dagelijkse zondeschuld. Niet het uitwendige, dat wat zichtbaar is, maar het inwendige, dat wat de Geest werkt, sterkt, bouwt in mijn hart, dat is bovenal de waarde voor de zondaar, maar tegelijk de gerechtvaardigde, die de uitnodiging verstaat van Hem, die ons uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht (vgl. 1 Petr. 2:9). Dat is gebeurd, dat heeft Christus gedaan.

Gode zij dank!

Goddank, ik ben gered, ik arme zondaar, ik ben rijk door en in Hem, Christus alleen, dat enige offer, die daad van totale overgave. Goddank!

Geliefden, laat satan maar woeden, laat hem menen dat hij overwint. Laat Rome maar blijven leven in de ban van deze duivelse visie en leer. Wij, wij willen ons neerbuigen voor de Almachtige. Wij willen Hem vragen, of Hij ons behoeden en bewaren wil in de strijd tegen het kwade, ook in de kerk. Of Hij ons bouwen wil in de dienst aan Hem. Of Hij ons de kracht wil geven om zó ook t.o.v. onze r.-k. medemens te getuigen over de zaak die ons aan het hart gaat: Het enige offer van Christus. Of Hij ons in die strijd, in het getuigen, Zijn Heilige Geest wil geven, opdat Die werkt in ons hart. We willen Hem bidden, of Hij onze dank wil aanvaarden voor deze rijke genade, ons in Christus Jezus bewezen: ik ben gered, in Hem.

Lof zij u Christus, nu en tot in eeuwigheid.

Geraadpleegde litteratuur:

De nieuwe Katechismus — Aanvulling bij de Nieuwe Katechismus — Interview met de Nieuwe Katechismus, door dr. Velema, dr. Arntzen en drs. Exalto — Rondgang door de r.-k. kerk, door dr. van Doornik — Hand in hand met Rome? door ds. Hegger — Rome en de vrije Bijbel, door dr. Sevenster. Geschiedenis der pausen, door Hans Kühner — De leer van het eerste Vatikaanse Concilie, door Heinrich Ott.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1976

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

DE MIS EEN AANTASTING VAN ONZE ENIGE TROOST

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1976

In de Rechte Straat | 32 Pagina's