In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Godsdienst is geen handeltje met God

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Godsdienst is geen handeltje met God

10 minuten leestijd

We hebben wél de neiging om dat ervan te maken. Dat komt van onze egoïstische natuur. We willen God gebruiken om er zelf beter van te worden. Maar dat is in strijd met het wezen van de godsdienst. Godsdienst is dienst aan God, en niet een (verkapte) dienst aan de mens. Godsdienstige leiders vallen gemakkelijk in de verleiding om hun 'godsdienst' te verkopen aan de massa door te spekuleren op de zelfzuchtige neigingen van de mens. Dat kan op grove manier gebeuren, maar ook meer geraffineerd.

De grove manier kennen we o.a. uit de r.-k. kerkgeschiedenis. De aflaathandel is een duidelijk voorbeeld. De r.-k. kerk van destijds heeft o.a. de machtige Sint Pieter van Rome gebouwd met de gelden van de aflaathandel. En die aflaathandel speculeerde op de angst voor het vagevuur, die de mensen werd aangepraat door de aflaatpredikers. De dominikaan Tetzel formuleerde het zo: „Sobald das Geld im Kasten klingt, die Seele aus dem Fegfeuer springt" (Zodra het geld in de offerblok klinkt, springt de ziel uit het vagevuur).

Een nieuw „Sobald…"

In wezen precies hetzelfde gebeurt door de Osborn-N.V. in Duitsland. Regelmatig ontvang ik hun verzoeken om geld. We drukken hieronder af:

Dat was een verzoek om een eerstelingengave van 1976 te besteden voor (het werk van) Osborn. Vertaling: „Zodra je 'eerstelingengave' in de brievenbus rolt, treedt het 'Verbond' Gods, dat al je behoeften dekt, in werking".

Verder kreeg ik o.a. toegezonden een „zegen-paspoort 1976". Aan de buitenkant stond te lezen: „Succes, vreugde en welvaart met God" en „Gods verbond van de volheid". Binnenin zijn dan verschillende checks afgedrukt, waarop je je naam en adres kunt invullen, alsmede het bedrag dat je aan de Osborn-religieuze-vennootschap wilt zenden.

Je wordt verzocht elke maand, „voordat je je rekeningen betaalt, eerst de eerstelingengave van de maand over te schrijven op „de Osborn N.V.". Aan de ommezijde van de check kun je dan neerschrijven wat je graag van God wilt krijgen en dan zal Osborn daarvoor bidden; en dan zul je het zeker ontvangen, zo wordt beweerd. En die beweringen „staaft" men dan met allerlei teksten uit het Oude Testament, die dan weer van een handig kommentaartje zijn voorzien. Zo wordt Deut. 30:8-9 aldus uitgelegd: „Dit is Gods Verbond van de volheid met jou. God schiep de rijkdom van de aarde niet om in monopolie door de agenten van de duivel te worden gebruikt, maar voor de financiële welvaart van Zijn kinderen".

Trawanten van de satan

Dit is een volkomen ander Evangelie, een andere Christus en een andere geest, die hier verkondigd wordt (2 Kor. 11:4). Paulus heeft voortdurend dergelijke „valse apostelen, bedrieglijke arbeiders" (vs. 13) moeten ontmaskeren. Hij beschrijft hun zelfzuchtige bedoelingen in vs. 20. Hij laat zien, hoe zij de Korinthiërs opnieuw tot geestelijke slavernij brachten, hoe zij die gemeente probeerden uit te zuigen, hen een rib uit het lijf trokken (zij eten u op) en hen beledigden met hun grootspraak en aanmatiging.

Paulus is heel hard tegenover hen en noemt hen trawanten van de duivel. En hij schrijft dat het niet te verwonderen is, dat zij met die schijn-vroomheid optreden, „want de satan zelf verandert zich in een engel des lichts". En zo ligt het ook in het verlengde van de strategie van de satan, wanneer deze handlangers van de machten der duisternis zich voordoen als „dienaars der gerechtigheid" (vs. 15).

Tegenover de glans van de Griekse kultuur

Tegenover hen stelt Paulus zijn prediking van de gekruisigde Christus. Tegenover hen gaat hij roemen, maar dan in zijn zwakheid, waardoor hij alles vermag in Christus. Hij beschrijft zijn eigen leven vol spanningen, lijden, teleurstellingen, gevaren, vervolgingen door joden en heidenen en door valse broeders binnen de gemeente, de handenarbeid, waarmee hij in zijn levensonderhoud voorzag, en die door de kulturele wereld van het Griekenland van toen als zeer vernederend werd beschouwd, enzovoort.

Paulus volgt daarin de roepstem van de Meester, die geen gouden bergen hier op aarde beloofd heeft, wanneer wij Hem zouden volgen. Hij heeft immers gewaarschuwd: „Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis dagelijks op en volge mij" (Luk. 9:23).

Osborn een antichrist

In zijn geschriften stelt Osborn zichzelf voor als een middelaar tussen God en de mensen, als een middelaar van het Verbond Gods.

Hij schrijft immers, dat het Verbond van God in werking treedt, zodra men de brief gepost heeft, waarin men het gebed van Osborn vraagt voor een bepaald onderwerp, en tegelijk zijn eerstelingengave voor (het werk van) Osborn overschrijft.

Daarom noemen wij Osborn een antichrist. U weet waarschijnlijk dat het Griekse woord „anti" oorspronkelijk de betekenis heeft van „in de plaats van". Een antichrist is dus iemand, die zichzelf stelt in de plaats van Christus.

Christus heeft dat voorspeld als een van de tekenen van de eindtijd: „Alsdan, zo iemand tot u zal zeggen: Ziet, hier is de christus of daar; gelooft het niet; want er zullen vele valse Christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, alzo dat zij (indien het mogelijk ware) ook de uitverkorenen zouden verleiden" (Matth. 24:24).

Gelooft het niet!

Hoe droevig is het te zien, dat desondanks velen naar het Capitool van Maasbach drommen, ondanks deze uitdrukkelijke waarschuwing van Christus.

Ze zullen zeggen: „Maar Osborn (en Maasbach?) verricht toch grote wonderen en tekenen!" Maar de Heere heeft juist dat een van de redenen genoemd, waarom er van zulke valse Christussen een grote verleidingskracht uitgaat. Niet het wonder of het teken is beslissend, maar het Woord Gods. Wij wijzen daarom nog eens op Deut. 13:1-5, dat wij reeds in ons mei-nummer aanhaalden. Daar waarschuwt de Heere dat Hijzelf dergelijke leugenprofeten met hun tekenen en wonderen zal toelaten en de reden: „Want de Heere, uw God, verzoekt u om te weten of gij de Heere, uw God, liefhebt met uw ganse hart en met uw ganse ziel". Zo wil de Heere ook u beproeven door de tekenen en wonderen van mensen als Osborn (en Maasbach) om te zien of u Hem alleen maar 'liefhebt' om het succes en de welvaart, die Osborn u belooft, of dat u de Heere waarachtig liefhebt zoals Tob, niet om Zijn gaven, maar om Hemzelf. De Heere wil u dan blijkbaar beproeven om te zien of u Zijn duidelijke Woord in de Schrift méér geloven wilt dan de woorden van een religieuze charlatan (praalhans) als Osborn.

Als u dan toch deze mens wil volgen en uw gave en goed aan hem wilt toevertrouwen en u aldus verloren gaat, omdat u zo nadrukkelijk Gods waarschuwing in de wind slaat: „Vertrouwt niet op des mensen kind, bij wie geen heil is" (ps. 1 4 6 : 3 ) , dan is dat ook volledig uw eigen schuld. Dan wordt u immers gestraft voor de afgoderij, dat is het stellen van uw religieuze vertrouwen in schepselen, die bij u aan het licht is getreden.

Snoeverij

Hoe kan iemand, die geregeld de Bijbel leest, zich toch zo laten misleiden door Osborn? Dat is mij een raadsel.

Wij kennen de r.-k. heiligenverering en wijzen die op grond van de Bijbel af. De r.-k. kerk stelt het daarin immers voor, dat sommige mensen eerder verhoord worden door God, omdat ze zo braaf geleefd hebben, dan anderen die niet zo'n hoog cijfer op hun deugdenrapport kregen; en dat "we hen daarom moeten aanroepen, opdat deze geestelijke krachtpatsers voor ons bij God ten beste zouden spreken.

Wij wijzen dat af, omdat de Heere ons nooit verhoort vanwege ons brave en deugdzame leven, maar enkel vanwege de deugden van Christus, vanwege Zijn heilige leven en sterven, waarop wij in ootmoed en geloof pleiten.

We lezen immers: „En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Zo zal ik dan veel liever roemen in mijn zwakheid, opdat de kracht van Christus in mij wone" (2 Kor. 12:9) . .. „want als ik zwak ben, dan ben ik machtig" (vs. 10).

Maar de r.-k. kerk verklaart iemand anders heilig; Osborn echter zegt van zichzelf dat zijn gebeden bij God zeer vermogend zijn. De r.-k. kerk verklaart iemand heilig na zijn dood en verheft hem tot „de eer der altaren" d.w.z. dat men openlijk bij de erediensten (de mis) hem mag aanroepen als voorspreker bij God. Osborn stelt zichzelf als zulk een voorspreker voor, terwijl hij nog leeft.

Osborn, middelaar van het Verbond?

In de Bijbel lezen we dat slechts Christus de Middelaar is van het Nieuwe Verbond. Osborn verkondigt dat dit Verbond Gods (dat hij een eigen inhoud geeft nl. een Verbond, waarin aan de mens welvaart en succes wordt beloofd) pas in werking treedt, wanneer de mensen hem als voorspreker bij God inschakelen en dat doet hij alleen, wanneer men tevens een eerstelingengave zendt voor (het werk van) Osborn.

N.B. Wij plaatsen met opzet telkens „het werk van" Osborn tussen haakjes, omdat er geen enkele controle is, waar dat geld uiteindelijk naar toe gaat. Het kan dus inderdaad zijn voor het werk van Osborn in Afrika, zoals hij het voorstelt, maar het kan evengoed voor hemzelf zijn. Ik las in zijn Duitse tijdschrift nooit iets over een accountantscontrole, zoals bv. onze stichting In de Rechte Straat elk jaar publiceert.

Zeg de hele waarheid

De Osborn-beweging in Duitsland is wel erg grof in haar moderne aflaathandel. Het kan ook op meer geraffineerde manier gebeuren.

Dat is het geval, wanneer wij bij evangelisatiesamenkomsten de mensen voorhouden: „Neem Jezus maar aan en dan zul je gelukkig worden". Dat is een half en dus een onwaar Evangelie.

We kunnen immers weten dat deze mensen die nog onbekeerd zijn, het woordje „gelukkig" op hun eigen, vleselijke, puur-menselijke, dus zondige en zelfzuchtige manier verstaan. We zullen hen erop moeten wijzen, dat „zovelen Hem aangenomen hebben", inderdaad van de Heere „de macht" ontvangen „om kinderen Gods te worden" (Joh. 1:12), maar dit kind-van-God-zijn betekent dat we dan ook helemaal gaan leven in dienst van die hemelse Vader en dat die dienst en gehoorzaamheid de vreugde van ons hart wordt. En dat betekent een leven van kruisdragen. Jezus wil immers Zelf niemand als Zijn discipel aanvaarden, die niet bereid is dagelijks zichzelf te verloochenen en in Zijn kracht wil sterven aan de zonde en de zelfzucht.

Brandend voor Gods eer

Dat is ook het geval bij een prediking, waar de eigen eeuwige zaligheid voortdurend in het centrum staat. Dat kan ook een vorm zijn van geestelijke zelfzucht.

Naast en zelfs boven de vraag van Luther: „Hoe vind ik een genadig God?" moet de vraag staan, die Calvijn stelde: „Hoe komt God aan Zijn eer?".

Wilt u weten, hoe onze levenshouding moet zijn? Lees dan eens Lukas 17:7-10. En de konklusie die Christus uit dat voorbeeld trekt: „Alzo ook gij, wanneer gij zult gedaan hebben al hetgeen u bevolen is, zo zegt: Wij zijn onnutte dienstknechten; want wij hebben maar gedaan, hetgeen wij schuldig waren te doen".

Juist dát is de enorme bevrijding, die Christus ons schenkt nl. dat we eindelijk eens loskomen van ons zondige ik, van al dat zoeken van eigen materiële of geestelijke belangen. Dat is het heerlijke, wanneer we na onze bekering bemerken, dat we God waarachtig liefhebben en daarom branden van ijver voor Zijn eer, Zijn Naam, Zijn Koninkrijk.

Alleen zó kunnen we verstaan wat Paulus schreef: „Want ik zou zelf wel wensen verbannen te zijn van Christus, voor mijn broeders … welke Israëlieten zijn" (Rom. 9:3). Hij die Christus zozeer liefhad, kon tóch de eer van God stellen boven zijn eigen zaligheid in de gemeenschap met zijn Meester.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1976

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Godsdienst is geen handeltje met God

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1976

In de Rechte Straat | 32 Pagina's