In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

DE LAATSTE SLAG IS BEGONNEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE LAATSTE SLAG IS BEGONNEN

7 minuten leestijd

Veel kinderen Gods weten dat de eindstrijd tussen Licht en duisternis reeds begonnen is. De engelen Gods volgen aandachtig de troepenbewegingen. Ze hebben reeds de bazuin aan de mond om de wederkomst van Christus aan te kondigen.

Ze weten dat de tijd reeds is aangebroken, waarover Paulus schrijft: „En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, die door de Heere verdaan zal worden door de Geest van Zijn mond en die teniet gedaan zal worden door de verschijning van Zijn toekomst; hem zeg ik, wiens toekomst is naar de werking van de satan, in alle kracht en tekenen en wonderen van de leugen; en in alle verleiding der onrechtvaardigheid in degenen, die verloren gaan; daarom dat zij de liefde der waarheid niet aangenomen hebben om zalig te worden. En daarom zal God hen zenden een kracht der dwaling, dat zij de leugen geloven" (2 Thess. 2:8-11).

De ondergang ingeluid

Ja, dat is duidelijk in vervulling gegaan tijdens deze konferentie van de gereformeerde synode; de kracht van de dwaling heeft hen verblind, zodat zij de leugen geloofden of althans niet met de kracht van het Woord Gods zich ertegen verzet hebben om ze te ontmaskeren. Wat denkt u bv. van deze uitspraak van synodelid Van Oord aan het slot van de konferentie:

„Geen enkele vraag, geen enkele opmerking. Alleen: dank u wel, dat ik als congresganger-synodelid dit heb mogen meemaken. Dank u wel dat wij zo op dit niveau een samenspreking mochten hebben. Ik geloof dat dit absoluut zijn uitwerking zal hebben, ook op toekomstige synodevergaderingen" (51:3).

Ja, dat laatste geloof ik ook, maar in een heel andere zin. Deze konferentie heeft duidelijk de ondergang van de gereformeerde kerken laten zien. Menselijkerwijze gesproken is dit proces niet meer te stuiten. Alleen een wonder kan nog verandering brengen. Maar als het zo doorgaat, dan zijn de gereformeerde kerken binten tien, vijftien, hoogstens vijfentwintig jaar vervallen tot pure vrijzinnigheid. In het jaar 2000 zullen die kerken dan volledig een instrument zijn van de antichrist, nogmaals: wanneer zij niet tot inkeer komen.

Paulus gehoond

Ze hebben immers openlijk toegestaan, dat Paulus gehoond werd als een soort vrouwenhater of in elk geval als iemand die niet voldoende respekt wist op te 26 brengen voor de vrouw, toen hij het ambt van de vrouw verbood (zie p. 24). Zal de Heere dat ongestraft toelaten? Paulus werd immers door de Heere zelf aldus geprezen: „Deze is Mij een uitverkoren vat om Mijn Naam te dragen voor de heidenen en de koningen en de kinderen Israëls, want Ik zal hem tonen, hoeveel hij lijden moet om Mijn Naam" (Hand. 9:15). Zal de Heere het toelaten, dat aldus smaadheid aan Paulus wordt aangedaan door een groepje mensen in Nederland, die beweren in de naam van Christus vergaderd te zijn? Paulus, die het Evangelie naar Europa bracht en het verbreidde onder onnoemelijk veel moeiten, pijn, zorgen en verdriet en die tenslotte zijn moeitevol leven bekroonde met de trouw tot in de marteldood.

Ach, hoe lief!

Van Oord babbelde nog verder: „Wat waren ze geweldig en toch weer puur gereformeerd de broeders Ridderbos, Kuitert, Bakker en Schippers. Nogmaals: een geweldige stap vooruit (inderdaad, naar de afgrond. H.J.H.) en ik verwacht minstens, dat wij dit zullen herhalen. Dat zal vreugde bij de gemeente en waarschijnlijk (gelukkig aarzelt hij een beetje. H.J.H.) ook bij de engelen teweegbrengen".

Mevrouw Groenendijk — daar heb je dan de vrouw in het ambt! — sloot zich bij die onzin aan: „Voorzitter, eerst wil ik mij graag aansluiten bij wat meneer Van Oord heeft gezegd. Dat had ik ook willen zeggen, maar ik kon het lang zo mooi niet" (52:1).

Ach, hoe lief!

Broeder Ridderbos en de heer Kuitert

Was er dan inderdaad niemand, die tegen Kuitert opponeerde? Ja, indirekt wél nl. prof. Herman Ridderbos, in zijn referaat; en later ook direkt bij de beantwoording van vragen.

Vaak stonden de gelovige broeder Ridderbos en de ongelovige heer Kuitert tegenover elkaar. (Men zal meteen mij verwijten: Hoe durft u de heer Kuitert een ongelovige noemen? Ik oordeel niet over zijn hart, maar te oordelen naar zijn uitlatingen, moet ik zeggen: Dat zijn de uitingen van een ongelovige).

Grievend vond ik deze vraag, die vanuit een groepsbespreking aan broeder Ridderbos werd gesteld:

„Veroorzaakt prof. Ridderbos geen kortsluiting door zijn lyrisch en romantisch spreken over het heil en zijn enthousiasme over de belijdenis?" De rede van prof. Ridderbos was — dat zijn we van hem gewend — helder, zakelijk en ook wel met enige bewogenheid gepaard. Maar mag je dan niet eens meer vanuit een vaste overtuiging over het heil voor verloren zondaars en over de belijdenis van de kerk spreken?

Lijmen

Weerzinwekkend vond ik de poging om Kuitert en Ridderbos toch nog aan elkaar te lijmen. Allereerst door prof. Bakker:

„Onze persoonlijke belevingswereld ziet er, denk ik, juist zó uit, dat wij zowel in wat door prof. Ridderbos als in dat wat prof. Kuitert naar voren gebracht heeft, iets herkennen van: dat ben ik zelf. Niet de één of de ander, maar de één en de ander. Bij beiden beluister ik iets dat ik ook als theoloog, maar ook in ons kerk-zijn niet kan missen" (32:3).

Nee, dat is niet wáár. Broeder Ridderbos sprak uit geloof, de heer Kuitert uit ongeloof. „En wat deel heeft de gelovige met de ongelovige?" (2 Kor. 6:15). Bakker zei verder dat we niet moeten spreken over een kloof in de gereformeerde kerken, maar over spanning. En daar sloot de voorzitter van deze konferentie, drs. K. A. Schippers, zich bij aan:

„En als het dan over de theologie gaat, in de analyse van prof. Bakker is gebleken, dat er sprake was van grote verschillen, die ik persoonlijk graag onder het woord 'creatieve spanning' breng. Als ik het nu heel voorzichtig zeggen mag: uit de analyse blijkt dat niet zonder meer vaststaat dat er geen verbindingen liggen tussen beide theologieën" (53:2).

Onze opmerking: 1. tussen geloof en ongeloof kan nooit een creatieve spanning liggen; een gemeente die een brug probeert te slaan tussen geloof en ongeloof, is ontrouw aan haar Heere: „Doet gij deze boze uit uw midden weg" (1 Kor. 5:13). „Indien iemand tot u komt en deze leer niet brengt, ontvangt hem niet in huis en zegt niet tot hem: Wees gegroet" (2 Joh. 10). Tussen geloof en ongeloof ligt alleen maar een destruktieve spanning, wanneer het ongeloof in de kerk wordt toegelaten.

2. Hoe kun je beweren dat er alleen maar sprake is van een creatieve spanning, als je niet eens weet of er tussen deze twee theologieën wel verbindingslijnen liggen?

Waarom zo weinig verzet?

Ja, waarom is er tijdens deze synodale konferentie niet meer verzet gerezen tegen de ongeloofstheorieën van Kuitert?

Misschien was het moeilijk om alles meteen te verwerken. Voor ons is het gemakkelijk. Wij kunnen het geheel overzien. Wij kunnen alles lezen en herlezen en met elkaar vergelijken. Dat was ter konferentie niet mogelijk.

Misschien was dát de reden van het geringe verzet. Een andere was misschien dat menigeen dacht: Maar Kuitert kan het toch zo niet bedoelen. En als ik dan een vraag stel in die richting, maak ik mezelf misschien belachelijk.

Ik weet niet wat de reden is. In elk geval wil ik niet aannemen, dat de meerderheid van de synodeleden reeds denkt in de geest van Kuitert. Dan zouden ze toch niet de dwaling van Wiersinga in zulke krachtige termen veroordeeld hebben (ook al hebben ze niet uitgesproken, dat nu ook de bijbelse tucht moet worden toegepast ).

Of is de Heere reeds bezig met het voltrekken van de straf van de verblindheid? „…opdat zij ziende zien en niet bemerken, en horende horen en niet verstaan; opdat zij zich niet te eniger tijd bekeren en hun de zonden vergeven worden" (Mark. 4:12). „Doch indien ons Evangelie bedekt is, zo is het bedekt in degenen die verloren gaan, in wie de god dezer eeuw de zinnen verblind heeft, namelijk der ongelovigen, opdat hen niet bestrale de verlichting van het Evangelie der heerlijkheid van Christus, die het Beeld Gods is" (2 Kor. 4:3-4).

Als dat niet zo is, dan mogen we in elk geval verwachten dat dit verzet tegen het ongeloof, dat door Kuitert gespuid werd, ook openlijk en krachtig bestreden wordt in de kerkelijke pers.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 mei 1976

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

DE LAATSTE SLAG IS BEGONNEN

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 mei 1976

In de Rechte Straat | 32 Pagina's