In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

verzoening met het lijden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

verzoening met het lijden

8 minuten leestijd

Dat is de titel van het nieuwste boek van dr. H. Wiersinga (uitg. Ten Have, Baarn ƒ 10,—). Daar wij in dit nummer het vraagstuk van het lijden behandelen, besteden we vanzelfsprekend nogal wat aandacht aan dit boek.

In de inleiding vertelt ds. Wiersinga dat drie redenen hem tot het schrijven van zijn boek brachten.

„De eerste reden ligt in een direkte konfrontatie met ongeneeslijke ziekte en overlijden in mijn naaste omgeving. Daarbij werk ik dagelijks binnen een gemeenschap aan de rand (?) van de kerk, die uiterst geVoelig reageert op het onrechtvaardige lijden in de wereld".

We weten iets meer van die konfrontatie. Een van de kinderen van dr. Wiersinga is vrij spoedig na de geboorte overleden. Welk een diep verdriet dat betekent, hebben ook wij ondervonden. Ons dochtertje stierf, toen ze twintig maanden oud was. We kunnen dus heel intens met hem en met zijn vrouw meevoelen. En juist daarom valt het niet mee, als we tóch het antwoord dat dr. Wiersinga meent te moeten geven op het vraagstuk van het lijden, met alle beslistheid moeten afwijzen als in strijd met de fundamentele boodschap van de Bijbel.

Nogmaals, als mens kunnen we volkomen met hem mee voelen. Wat een verslagenheid, wanneer zo'n jong leventje van je vandaan wordt gerukt. Zo maar, plotseling. Eigenlijk zwijg je dan maar liever en probeer je alles in stilte voor Gods aangezicht te doorworstelen en te doorlijden.

Maar dr. Wiersinga hééft niet gezwegen. Hij meent een oplossing te hebben gevonden, die bevrijdend en vernieuwend zou werken. Die oplossing verdedigt hij met sterke bewogenheid en met alle beslistheid in zijn boek.

Maar volgens ons werkt zijn oplossing juist verstikkend. Ze ontneemt aan de gelovige, wanneer hij de visie van dr. Wiersinga zou overnemen, de enige troost in leven en sterven. Ze plaatst de mens in een machteloosheid tegenover het lijden, die tot fatalisme moet lijden. Ze predikt immers dat God Zelf machteloos tegenover het lijden staat.

Wél verkondigt dr. Wiersinga heel sterk de liefde Gods, ook in de uiterste barm hartigheid. Maar hoe benauwend moet heel de existentie niet worden, wanneer die liefdevolle God begrensd is in Zijn macht? Hij schrijft:

„Door het maken van mensen, vrij als Hijzelf, wijkt Hij echter werkelijk terug om ruimte voor hem te maken. Een partner vraagt ruimte, en met het geven van ruimte staat God macht af, neemt risico's en wordt meer of minder afhankelijk" (p. 58).

Hier zien we meteen al, wat volgens mij de grondfout is van heel Wiersinga's visie. Hij ziet God veel te veel in het verlengde van de mens liggen. Hij verwaarloost allerlei bijbelse gegevens, waarin gezegd wordt dat wij God nooit kunnen doorgronden, dat God totaal anders is dan wij zijn. Juist in het antwoord dat de Heere aan Job geeft, komt naar voren, dat Hij niet te vergelijken is met de mens.

Als Wiersinga dat gezien had, zou hij zeker niet gesproken hebben over een God, die afhankelijk wordt, doordat hij een vrije mens heeft geschapen. Dan zou hij ook nooit de vrijheid van de mens op één lijn hebben gesteld met de vrijheid van God.

Maar zoals ik al zei, dit is een kwestie van visie. Met je redeneervermogen kun je dat nooit rijmen. Dan moet je inderdaad konkluderen: God staat ruimte af aan een partner, dus staat Hij daardoor macht af. Slechts met je gelovige hart dat heel andere dingen schouwen kan dan onze rede, kun je aanvoelen dat deze almachtige en onafhankelijke God tóch kan samengaan met een mens, die Hij soeverein tot Zijn bondgenoot heeft gemaakt.

Bidden wordt dan zinloos

Het is te verstaan dat deze visie van Wiersinga alles op zijn kop zet. Heel de levenshouding van een christen moet grondig gewijzigd worden, wanneer hij Wiersinga in diens beschouwingen wil volgen.

Dat is meteen al het geval bij het bidden. Je kunt niet meer alles voor God neerleggen. Je kunt niet meer als een kind je hart voor Hem uitstorten in het vertrouwen in een Vader, die alles overziet en alles regeert:

„Wij bidden niet tot een almachtige". „We zullen Hem niet moeten belasten met een verwachtingenpakket, dat Hij niet waar kan maken".

Dat betekent echter ook niet dat wij bij ons bidden ons moeten afvragen: Wat kan God wél doen en wat kan ik Hem dus redelijkerwijs verzoeken? Er zijn wel grenzen aan de macht van God, maar:

„Waar precies de grenzen van Gods macht hier-en-nu liggen, durf ik niet aan te geven" (p. 105-106).

Deze theorie lijkt mij het einde van het gebed, althans zoals de Bijbel het bedoelt. Dan kan er hoogstens nog een bidden overblijven als psychische ontlasting van je zorgen, als een ingebeelde verdijving van je eenzaamheid.

God staat buiten het lijden

Al zegt Wiersinga, dat hij niet precies de grenzen van Gods macht weet, toch is er één grens aan Gods macht, die door Wiersinga wél duidelijk wordt aangegeven. Die grens is het lijden. God staat helemaal buiten het lijden. Het lijden komt op geen enkele wijze van God, noch als straf noch als geneesmiddel, noch als vergelding voor wat wij verkeerd deden en evenmin als een kastijding om Zijn kinderen van boze wegen terug te roepen en hen meer los te maken van de zonde.

Degenen die leren, dat God op een of andere manier het lijden zou beschikken, „kompromitteren" (p. 51) God en „leggen een verdenking" (p. 95) op Hem. Hij citeert daarbij, blijkbaar met instemming en in elk geval zonder haar tegen te spreken, Dorothee Sölle, die „dit beeld van God kwalificeert als sadistisch" (p. 19). (Sadisme is de ziekelijke neiging om door het aandoen van lijden voornamelijk sexuele lust bij zichzelf op te wekken).

Onuitsprekelijke troost of sadisme?

Het is wel zéér bedroevend, dat een predikant aldus het beeld van God, zoals dat door de kerk der eeuwen beleden is en in onze confessies is terug te vinden, betitelt. Als hij dat werkelijk meent, dan had hij daar toch veel dieper op in moeten gaan. Dan had hij een breedvoerige psychologische uiteenzetting moeten geven over de redenen, waarom hij ervan overtuigd is dat het beeld van God, zoals onze belijdenisgeschriften dat hebben opgediept uit de Bijbel (en zoals de Bijbel ons God ook inderdaad toont), voortkomt uit de uitdijing van de agressieve gevoelens van woede, haat en wraaklust naar de sexualiteit en hoe dat dan overgebracht wordt op God. Nu het daar zo kort staat, móét het wel overkomen als een scheldwoord aan het adres van de christenen.

Wij belijden echter met grote vreugde en vrede met art. 13 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, „dat in deze wereld niets geschiedt zonder Zijn ordonnantie", en eveneens: „hoewel nochtans God noch auteur is, noch schuld heeft van de zonde, die er geschiedt".

Wij belijden evenzeer dat het hier raadsels en geheimen betreft, die „boven het begrip des menselijken verstands" gaan. Desondanks stemmen wij in met art. 13: „Deze lering geeft ons een onuitsprekelijke troost".

Onze leer komt voort uit zelfzuchtige berekening

U weet wellicht dat Wiersinga het plaatsbekledende lijden en sterven van Christus met alle beslistheid ontkent. Het is uit zijn nieuwe boek volkomen duidelijk, waarom hij dat doet. Wanneer God nooit lijden beschikt noch als straf noch als geneesmiddel, dan zal Hij zeker niet willen dat Zijn eigen Zoon lijdt en sterft als vergelding van de straf, die wij hebben verdiend.

Hij zegt dat de leer van het plaatsbekledende lijden en sterven, zoals we die vinden in onze belijdenisgeschriften, voortkomt uit zelfzuchtige berekeningen. „Zo'n rekensom past bij mensen, die zelf de dans denken te ontspringen, die verstandig aan hun belang en hun plaats denken" (p. 80).

Maar, zo zouden we hem willen vragen, denkt u werkelijk dat de martelaren van de Gemeente van Christus die verschrikkelijke folteringen hebben doorstaan vanuit een geraffineerd eigenbelang. Ze hebben helemaal niet „de dans willen ontspringen". Ze gaven zich voor de Heere volkomen met lichaam en ziel, in leven en sterven.

Wiersinga klaagt de kerk der eeuwen aan vanwege deze leer over het plaatsbekledende lijden en sterven. Hij zegt dat de kerk daardoor oorzaak is dat de mensen het zicht op Gods liefde kwijt raken (p. 45). Deze leer heeft allerlei misdaad ten gevolge: „Speciaal denk ik echter aan het effekt dat het strategische schema 'één voor allen' gehad heeft en nog heeft. Als God één slachtoffer (bedoeld is Zijn Zoon, Jezus Christus. H.J.H.) in een strategische berekening ingekalkuleerd zou hebben, zijn wij dan niet gerechtigd slachtoffers in te kalkuleren in oorlogssituaties, in bouwprojekten of ter wille van de bedreigde westerse economie?" (p. 90). Wiersinga keert zich ook met name tegen de leer van de erfzonde en beweert dat daardoor het persoonlijke „schuldbesef uitgehold wordt" (p. 37).

Twee vragen

die bij iedereen zullen opkomen. Allereerst: hoe kan een kerk iemand als herder en leraar handhaven, die het Woord en de Sakramenten bedienen mag, en niet slechts de kern van het belijden van die kerk radikaal bestrijdt, maar tevens met klem beweert dat die leer funest is en de misdadigheid in de hand werkt? En vervolgens: we weten dat de r.-k. kerk van Nederland in de N.K. eveneens het plaatsbekledend lijden en sterven van Christus loochent en de leer van de erfzonde ontkent vanuit eenzelfde achtergrond als dr. Wiersinga. Hoe kunnen kerken dan één Raad van Kerken vormen, waarvan ook de r.-k. kerk lid is?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1976

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

verzoening met het lijden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1976

In de Rechte Straat | 32 Pagina's