In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

GESPREK * met * PEDRO ARANA

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GESPREK * met * PEDRO ARANA

8 minuten leestijd

HJH: Wat is eigenlijk uw werk?

A.: De IFES heeft tot doel de universiteitsstudenten in de verschillende landen onder bereik van het Evangelie te brengen. Dat moet gebeuren door evangelische studenten. Zij hebben de toegang tot hun mede-studenten als geen ander.

Maar het moet daarom ook een beweging zijn, die geheel en al ingebed is in het klimaat, de denkwijze en de gewoonten van het eigen land. Het mag op geen enkele wijze de indruk wekken van import te zijn uit het buitenland. Dat betekent ook dat elke beweging van IFES in de verschillende landen ook financieel zo veel mogelijk selfsupporting moet zijn.

Daarom moet ik nogal eens naar die verschillende landen om met de landelijke afdelingen allerlei zaken door te praten, om hen te bemoedigen en samen de beste wegen te zoeken om het Evangelie ingang te doen vinden in de universiteitswereld. Dit werk is uitermate belangrijk, want de universiteitsstudenten zijn de toekomstige leiders van het land.

Het hoofdbureau voor Latijns Amerika is in Buenos Aires en staat onder leiding van dr. Renee Padilla. We hebben ook een eigen blad, getiteld „Certeza" (= Zekerheid).

HJH: Dan moet u ook zelf student zijn geweest om u te kunnen invoelen in die aparte wereld. In welke tak hebt u zich gespecialiseerd?

A.: Ik heb gestudeerd aan de universiteit van San Marco in Lima (Peru). Ik heb de ingenieurstitel behaald voor chemie. Later heb ik nog een jaar de cursus „opvoeding" gevolgd aan dezelfde universiteit. Nadat ik enige tijd arbeid verricht had op internationaal niveau, ben ik theologie gaan studeren in Schotland aan het seminarie van de Free Church of Scotland.

HJH: U bent rooms-katholiek geweest. Wanneer en waarom bent u naar de reformatie overgegaan?

Ik ben geboren in een traditioneel rooms-katholieke familie. Als kind volgde ik dus de katechismuslessen, leerde het Onze Vader en het Weesgegroet bidden en ik nam ook met veel geestdrift deel aan allerlei godsdienstige plechtigheden en ik meen dat ik op deze manier een primitief stuk christendom heb meegekregen.

Toen ik negen jaar was, ging ik naar een presbyteriaanse lagere school. Dat betekende voor mij een diepe verandering in mijn houding ten opzichte van de godsdienst. Daar hoorde ik over Jezus spreken op een heel andere manier dan ik gewend was in de r.-k. kerk.

Ik hoorde niet een non, maar een gewone onderwijzeres uit de Bijbel vertellen. Zo maakte haar uitlegging van de gelijkenis van de zaaier diepe indruk op mij.

Geregeld ging ik ook de zondagsschool bezoeken, die aan de lagere school was verbonden en leerde daar nog meer de Bijbel onderzoeken.

Toen ik vijftien was, heb ik alles wat met godsdienst te maken had, de rug toegekeerd. Ik meende dat religie iets was voor vrouwen en voor grijsaards, maar niet voor jonge mannen in de kracht van hun leven. Maar de eigenlijke reden voor dit vaarwel zeggen van de godsdienst was niet van intellektuele aard, maar was mijn verlangen om zoveel mogelijk van het leven te genieten.

Mijn eerste intellektuele smoes om mij van de godsdienst te ontdoen, werd mij aangeboden door een leraar in de klas, een rooms-katholiek, die over de leer van Calvijn sprak. Hij verklaarde de leer van Calvijn zó: „God heeft willekeurig enkelen bestemd voor de zaligheid en anderen even willekeurig voor de verdoemenis". Ik redeneerde toen: „Als dat zo is, dan kan ik er zelf toch niets toe bijdragen. Het staat dan allang vast of ik behouden zal zijn of verloren. Laat ik dan maar verstandig zijn en zoveel mogelijk hier op aarde genieten. Kom ik in de hemel, dan heb ik die genieting er nog bij gehad; ga ik naar de hel, dan heb ik hier tenminste nog wat kunnen plukken van het plezier".

Ik deed wel niet mee aan de ontsporingen en de losbandigheid van andere studenten. Ik wilde gewoon vrij zijn. Ik ging niet meer naar de zondagsschool en naar de kerk.

Toch was ik niet rustig. Ik voelde dat ik verkeerd handelde. Maar als dergelijke herinneringen aan het Evangelie dat ik gehoord had, bij mij boven kwamen, probeerde ik mij voor te houden dat dat jeugdsentimenten waren, een gevolg van de suggesties op de presbyteriaanse school. Het was een strijd, die twee jaar duurde. Ik had een zwak en dat is voor de wedren met paarden. Elke zondag ging ik daar naar toe. En de duivel had blijkbaar nogal wat belang in mij als zijn prooi, want hij liet mij altijd winnen bij het wedden. Nooit heb ik verloren en zodoende nam mijn hartstocht voor die weddenschappen nog meer toe.

Tijdens een kerstnacht besloot ik zonder enige reden zo maar naar de evangelische kerk te gaan. Ik kan me niet alles meer van de preek herinneren, maar wel dit, dat de dominee sprak over Judas en Petrus. Beiden hadden de Heere verloochend, maar er was dit verschil, dat Petrus tot echt berouw en bekering kwam en Judas niet. Die ging heen en verhing zich, terwijl Petrus zich heenkeerde naar Jezus.

Toen ik thuis kwam, ging de familie naar de nachtmis in de roomse kerk. Ik bleef alleen thuis. Het was duidelijk dat de Heere met mij spreken wilde, heel konkreet en heel intens.

Die nacht ging ik door de diepte heen van twee heel verschillende ervaringen en gevoelens. Ik voelde mij staan in de tegenwoordigheid van een heilige en toornende God, die ik beledigd had, van Wie ik was weggedwaald, tegenover Wie ik ontrouw was geweest. Kortom, ik voelde mij door en door een zondaar; een hevig gevoel van verlorenheid trok door mij heen.

Van de andere kant kreeg ik tegelijkertijd een zicht op de oneindige barmhartigheid Gods in Jezus Christus, die Zich voor mij had gegeven in de kruisdood, die was opgestaan tot heerlijkheid en die nu bereid was om mij in genade te aanvaarden, precies zoals ik was.

Die nacht had er dan ook een grondige verandering plaats in heel mijn houding tegenover de levende God.

HJH: Hebt u toen meteen de r.-k. kerk verlaten?

Nee, dat niet. Natuurlijk kon ik als gevolg van mijn bekering niet meer meedoen met bepaalde godsdienstige praktijken. Maar het was voor mij nog niet duidelijk of ik ook helemaal met mijn kerk moest breken.

In het begin ging ik wel 's zondags om negen uur naar de presbyteriaanse zondagsschool, maar dan was ik al om acht uur de mis gaan bijwonen.

Toch heeft het ook niet erg lang geduurd, voordat ik begreep dat ik op grond van de tegenspraak van mijn kerk met de leer van Christus ermee moest breken. Mijn overtuiging van de volstrekte genade was niet meer te verenigen met het aanhoren van een prediking, waarin wij werden opgeroepen om met onze goede werken het eeuwig leven te verdienen en waarin zelfs het geloof een verdienstelijke daad werd genoemd. Ik moest zo ook wel in verzet komen tegen een kerk, die onderwerping aan haar eigen gezag vergde en niet de Bijbel als hoogste en enige norm wilde aanvaarden.

HJH Wanneer had dat alles plaats?

A.: Ik kwam tot bekering in december 1954. Mijn verandering was zo grondig, dat dit zelfs op het terrein van mijn studies zichtbaar werd. Ik had altijd in de wiskundelessen er met de pet naar gegooid, omdat ik een tegenzin had in dat vak. Maar nu begreep ik dat ik de Heere moest gehoorzamen in alles. Daarom stond ik vroeg op om mij te verdiepen in de studie van de wiskunde. En u begrijpt dat zulk een toeleg ook merkbaar werd in de punten, die ik kreeg.

HJH: Kunt u iets vertellen over de vruchten van IFES?

A.: Wij houden geen statistieken van bekeringen bij. We hebben nogal wat bezwaren tegen zulk een systeem. Ik kan u wel wat voorbeelden noemen. (Uit de verschillende voorbeelden, die Pedro Arana vertelde, laat ik hier slechts een paar volgen. HJH).

We zijn tien jaar bezig, maar wat ons meerdere keren is opgevallen, dat is de eigen werkzaamheid van het Woord Gods. Zeker, we weten dat het Woord verkondigd moet worden d.i. mondeling moet worden overgebracht. En het is ook de regel dat door die verkondiging van of het getuigenis aangaande Gods Woord de bekeringen bewerkt worden. Toch maakten wij bv. in Venezuela mee, dat jongelui die aan drugs verslaafd waren, puur door het lezen van een gedeelte uit de Bijbel totaal veranderden.

In Valencia, een stad in Venezuela, waren op een nacht van de groep verslaafde hippies er twee bij elkaar, die een te grote hoeveelheid LSD hadden ingenomen. Ze hadden in hun kamer allerlei boeken over yoga, magie, occultisme, maar ook een Bijbel liggen. De overdosering van LSD bracht hen in een vreselijke krisis. Ze dachten dat ze dood zouden gaan. Ze waren ontzettend bang en grepen toen naar de Bijbel. Ze vonden daar het Onze Vader en gingen dat bidden, voor het eerst van hun leven. Ze baden dat gebed meerdere malen en toen kwam er een vreemd gevoel van Gods tegenwoordigheid over hen, waarvoor ze geen verklaring wisten. Ieder reageerde op zijn manier. De een huilde, de ander had een heilig gevoel, maar beiden waren overtuigd dat ze nooit door welke drugs ook zulk een vrede-gevoel hadden als ze op dat moment ervoeren. Ze zijn daarna naar de dokter gegaan en deze verklaarde hen volkomen genezen. Ze hebben ook op geen enkele manier last gehad van een trauma, een verwonding in hun hersenen, zoals zo vaak gebeurt bij ex-verslaafden.

Het merkwaardige was dat ongeveer in dezelfde tijd meerderen in de stad eenzelfde ervaring hadden gekregen. Zij komen nu geregeld samen voor Bijbelstudie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 november 1975

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

GESPREK * met * PEDRO ARANA

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 november 1975

In de Rechte Straat | 32 Pagina's