SEMPER REFORMADA
De eenmaal hervormde kerk moet altijd weer opnieuw hervormd worden. Dat is een diepe en ootmoedige belijdenis, die uit de Reformatie stamt.
Nee, ze hebben toen niet gedacht: nu is de tijd van een altijddurende reinheid van de kerk aangebroken. Nu zal altijd het Evangelie van de pure genade gepredikt worden. Nu zal de lofzang op de heerlijkheid van Christus als enige en volkomen Zaligmaker nooit meer verstommen in het midden der gemeenten. Nu zal de gemeente voortaan zijn een huis Gods, een tempel van de Heilige Geest, doorstraald van aanbidding, ootmoed en dankbaarheid.
Ze wisten ook toen reeds: straks zal de menselijke zondigheid het toch weer winnen. Straks zal die zondigheid zich opnieuw gaan vastzetten in kerkstrukturen en leerstellingen, die de vrije doorbraak van Gods Geest zullen belemmeren. Straks zal de aanvankelijke gloed weer wegebben. Straks zullen dwalingen weer binnen sijpelen en vele gelovigen verleiden. Straks zal toch weer de mens zichzelf in het middelpunt stellen, aanvankelijk onder vrome woorden, later openlijk en brutaal. Daarom: de eenmaal hervormde kerk moet altijd weer opnieuw hervormd worden. We leven nu in een tijd, waarin het christendom een minstens even diepe krisis doormaakt als in de tijd vlak vóór de Reformatie. Er is een ontstellend zedelijk verval. En in tegenstelling met de tijd vóór de Reformatie wordt die zedeloosheid nu openlijk tentoongespreid en door theologen verdedigd. Binnen de kerk worden predikanten niet van de kansel geweerd, die geslachtelijk verkeer buiten het huwelijk, homosexueel samenleven, moord op het ongeboren kind als geoorloofd en soms als volkomen normaal voorstellen.
En ook nu weer is er de neiging, ook bij kerken die nog volkomen rechtzinnig zijn, om te rusten in de hervorming, die de kerk eenmaal, eeuwen geleden, heeft ondergaan. Het is zo gemakkelijk om met de vinger naar de ander te wijzen, maar uitermate moeilijk om de hand in eigen boezem te steken. Bent u wel eens een kerk tegengekomen, waar ze zich allemaal verootmoedigden voor de Heere, waar ze als Daniël beleden: „Heere, wij hebben gezondigd, wij en onze vaderen! Heere, het is volkomen mis gegaan bij ons. We waren zo zelfvoldaan. Daarom hebben we de zoekenden rondom ons afgestoten. Daarom zagen de tobbers en wanhopigen bij ons geen oase van mildheid en liefde, waar ze zouden kunnen uitrusten. Daarom was het bij ons allemaal zo koud en zo hard. O Heere, vergeef. O Heere, kom weer en wek opnieuw Uw profeten op. Roep Uw hervormers in deze tijd opnieuw naar voren. Heere, wij, de eenmaal hervormde kerk, moeten opnieuw hervormd worden. Doe het Heere om Uws groten Naams wille!".
Ja, en die hervorming moet beginnen met mij, met u, met ieder van ons persoonlijk. Hervorming en opwekking is: Gods vinger wijst naar mij, naar MIJ, naar MIJ! De eenmaal hervormde kerk, én de eenmaal hervormde kerkleden moeten altijd weer hervormd worden, NU !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 november 1975
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 november 1975
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
