PRIESTER SMEEKT om LEKTUUR
Hoe is het mogelijk! Die verzuchting slaakten wij, toen wij onderstaande brief ontvingen van een Spaans-sprekende priester-kloosterling, ergens ter wereld (Uit de inhoud begrijpt u dat het veiliger is noch de stad en zelfs niet het land te noemen, waar hij woont). Hoe is zulk een geestelijke slavernij nog mogelijk in deze tijd! Hieruit proef je wel heel duidelijk iets van de geweldige macht van de r.-k. kerk, vooral van de middeleeuwen, toen ook zij gebruik kon maken van de wereldlijke macht om haar diktatuur over de zielen uit te oefenen. Hier volgt dan (vertaald) de brief:
Enige dagen geleden ontving ik een blad, dat door u wordt uitgegeven en dat diepe indruk op mij gemaakt heeft. Ik ben rooms-katholiek priester, maar kan me niet goed verenigen met de leerstellingen van onze kerk en wel om verschillende redenen, maar vanwege mijn eed van trouw aan de kerk moet ik gehoorzamen…
Het tijdschrift heb ik gekregen met mijn naam en adres vermeld. Ik weet niet wie het heeft verzonden, maar het poststempel vermeldde de naam van onze stad (N.B. We vonden het beter de naam van die stad hier niet te vermelden, Redaktie). En dat zal ook wel de reden zijn geweest, waarom mijn oversten het blad niet hebben onderschept.
De naam van het blad is „En la Calle Recta" (onze Spaanse editie) en het betrof de januari-maart uitgave 1975. Het artikel dat mij het meest boeide, was getiteld: „Stemmen van gene zijde van het graf." Wonderbaar! Dat had ik nu juist nodig…! Zo te spreken, zo te schrijven!
Hartelijk dank voor dat tijdschrift. Wat jammer dat ik niet meer boeken en lektuur van dit soort kan krijgen. Ik heb ze zo nodig voor mijn ziel. Kunt u niet wat lektuur bv. vroegere nummers van En la Calle Recta naar mij zenden via uw kontaktadres in deze stad? Ik zou u daar heel erg dankbaar voor zijn, maar ik kan u niet betalen. Als monniken beschikken wij niet over geld en zeker niet om daarmee verboden boeken aan te schaffen. Ja, verboden boeken, zo noemen ze hier deze lektuur, maar hoe kan ik ertoe komen om de boodschap van de Heere God verboden lektuur te noemen?
Dan nog iets. Ik kan u niet mijn adres geven. De oversten gaan al gauw achterdochtig worden en de lektuur, die u mij zoudt toezenden, vernietigen en dan zou ik ervoor gestraft worden. Niet dat ik bang ben voor die straf, want ik wil dat er graag voor over hebben, want ik verlang naar de vrede van onze Heere. Schrijf daarom aan uw correspondent in onze stad, dat hij a.u.b. moet doorgaan met het zenden van deze heerlijke lektuur. Maar dan moet hij in het rood op de envelop zetten: „privé". Dan denken mijn oversten dat het hier mensen betreft, die bij mij gebiecht hebben en die daarover willen napraten. Dan valt het onder het biechtgeheim ziet u?
Dat is alles wat ik u voor het ogenblik te zeggen heb. Ik weet niet of deze brief u bereikt. Maar als deze brief u bereikt, dan hoop ik zeer dat u aan mijn verzoek wilt voldoen. Ik neem afscheid van u in de liefde van onze eeuwige God.
ONS KOMMENTAAR:
1. Allereerst een dringend verzoek om gebed voor deze priester. Wat zijn wij bevoorrecht dat wij nog steeds vrij Gods Woord, en lektuur daarover, kunnen lezen! Beseffen wij wel voldoende dat voorrecht?
2. Deze brief heeft mij persoonlijk zeer ontroerd, want onwillekeurig dacht ik terug aan mijn eigen moeilijkheden vóór mijn uittreden uit het klooster, die bijna geheel dezelfde waren. Daarom laat ik hierna een gedeelte uit „Mijn weg naar het Licht" (uitverkocht) volgen. U bemerkt daarin dat ook ik werkte met brieven met als opschrift „biechtgeheim".
„Het werd nu stilaan tijd, dat ik mijn uittreden uit het klooster ging voorbereiden. Daarbij moesten echter heel wat moeilijkheden worden overwonnen.
Daar was allereerst de moeilijkheid van de correspondentie. Alle brieven, die het klooster binnenkomen, moeten door de overste geopend worden en eventueel nagelezen, of er niets onbehoorlijks in staat. Maar „als aan onze biechtvaders brieven gezonden worden met het opschrift: Gewetenszaken, dan mag de overste ze niet openen, of hij moest op zeer goede gronden iets zeer onpassends vermoeden", Const. 313. Van deze uitzondering heb ik dan ook gebruik gemaakt om het contact te onderhouden met Ds. Adriel en Ds. Nocetti. Toch zat ik altijd nog in angst als ik een brief van hen kon verwachten. De overste kon hem immers per ongeluk openen, en dan zou mijn geheim zo maar uitlekken. Maar alles is goed gegaan.
Het was ook een hele opgaaf voor mij om aan de nodige postzegels te komen. Als kloosterling bezaten wij geen geld. Als we op reis gingen, kregen we zoveel mee als nodig was. Als er iets overbleef, moesten we dat bij onze thuiskomst weer afgeven. Ik moest mijn brieven aan de predikanten buiten het klooster posten. Want een brief van mij aan een dominee zou de overste zeker controleren, ook al zou ik er met nog zulke dikke letters „Gewetenszaken" op zetten.
Reeds in Floresta had ik meerdere malen, als ik in Juiz de Fora moest Mis lezen, wat penningen uitgespaard door niet met de tram, maar te voet naar het klooster te gaan. Ook heb ik wel eens in het klooster wat postzegels weggenomen, als ik er de kans toe zag. Diefstal?"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juli 1975
In de Rechte Straat | 40 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juli 1975
In de Rechte Straat | 40 Pagina's
