ONTWAAK O GEMEENTE VAN CHRISTUS!
Wanneer wij deze oproep van een moderne Debora horen: „Ontwaak, o Israël! Keer weer tot uw God!", dan kán het niet anders of zulk een oproep moet ook tot ons doorklinken en dan aldus vertaald: „Ontwaak, o Gemeente van Christus! Keer weer tot uw God; zie op naar uw Hoofd, Jezus Christus!"
Nee, we hebben zulk een opwekking door de Heere niet verdiend. Deze morgen lazen we Ez. 36, waar de Heere het toekomstige herstel van Israël belooft. Dan lezen we: „Daarom zeg tot het huis Israëls: Zo zegt de Heere HEERE: Ik doe het niet om uwentwil, gij, huis Israëls, maar om Mijn Heilige Naam, die gij ontheiligd hebt onder de heidenen, waarheen gij gekomen zijt" (vs. 22).
Verootmoediging
Laten wij dan ook pleiten op die Heilige Naam Gods. Laten wij ons verootmoedigen en belijden: „Heere, wij hebben Uw Naam te schande gemaakt temidden van allerlei moderne heidenen. Wij hebben wél getracht Uw gebod te volbrengen om ons af te scheiden van de wereld en van hen die zich christenen noemen, maar het niet zijn. Maar we hebben Uw andere gebod met voeten getreden, het gebod dat Uw kinderen één moeten zijn in U. We hebben elkaar bestreden, verdacht gemaakt. We hebben kinderen van U geweerd van onze Avondmaalstafels, alsof wij de gastheer zouden zijn, terwijl Christus die Gastheer is, die de viering van het Heilig Avondmaal voor ons verdiend heeft door Zijn sterven. Wij hebben scheiding aangebracht tussen Uw kinderen, tussen verlosten door het bloed van Uw Zoon; wij, wij hebben dat gedaan op grond van allerlei redeneringen, die wij meenden te mogen trekken uit Uw Woord. Onze eigen menselijke redenering en dus niet Uw Woord is de eigenlijke reden geweest, waarom wij tot zulk een vreselijke scheiding tussen broeders en zusters meenden te mogen besluiten (en misleid door de boze geest zelfs meenden te móeten besluiten) en hartebloed hebben vergoten".
Of laten we die verootmoediging uitspreken met de woorden van Daniël: „Om onzer zonden wil en om onzer vaderen ongerechtigheden zijn Jeruzalem en Uw volk tot versmaadheid bij allen, die rondom ons zijn. Neig Uw oor, o God, en hoor! Want wij werpen onze smekingen voor Uw aangezicht niet neder op (grond van) onze gerechtigheden, maar op (grond van) Uw barmhartigheden, die groot zijn. O Heere, hoor! o Heere, vergeef! o Heere, merk op en doe het, vertraag het niet! Om Uws zelfs wil, o Mijn God! want Uw stad en Uw volk is naar Uw Naam genoemd" (Daniël 9:16, 18-19).
Rebbetzin Jungreis sprak de Israëli's ook nog aldus toe: „Kinderen van Israël, kom naar huis, neem uw erfdeel in bezit! Vergeel het mij, mijn vrienden, wat ik u nu zeggen ga, maar het is de waarheid. De gelovigen onder u zijn de grootste zondaars, en zij zullen het meest om vergeving moeten vragen, wanneer zij staan voor de rechterstoel van God. Wat zullen zij Hem antwoorden, wanneer Hij hen zal vragen: Wat hebt gij gedaan, toen de kinderen van Israël afdwaalden?".
Hoe ontroerend klinkt niet die aanklacht! Maar moeten ook wij, gelovigen uit de heidenen, die door Gods genade nog steeds bewaard zijn in de trouw aan „het geloof, dat eenmaal de heiligen is overgeleverd" (Judas3), ons dat niet afvragen? wij, die zo haarfijn weten aan te geven, waarin onze linkse theologen fout zijn? Wat hebben wij gedaan met deze rijke erfenis van dat allerheiligste geloof? Hebben we dat talent in onze eigen tuin of in de grond, waarop ons kerkgebouw staat, begraven?
Wij zingen altijd: „Een vaste burcht is onze God, een toevlucht voor de Zijnen"; maar is het in de praktijk niet vaak: „Een vaste burcht is onze kerk, een toevlucht voor de Onzen", ja we hebben zoveel eerbied voor ons eigen groepje, dat we bijna vanzelf „Onzen" met een hoofdletter schrijven.
O, we hebben allerlei subtiele redeneringen opgebouwd om die kerkelijke hoogmoed goed te praten. We proberen ze te stutten met Bijbelteksten, de een nog mooier dan de ander.
We zingen: „Niet ons, o Heer, niet ons, Uw Naam alleen zij, om Uw trouw en goedertierenheên, all' eer en roem gegeven" (Ps. 115). Maar in feite is er nauwelijks echte vreugde in ons hart te bespeuren, wanneer wij horen van mensen uit de wereld, die oprecht tot bekering kwamen, maar zich niet voegden bij Onze Kerk of Onze Kring. Maar als er een opzienbarende bekering plaats grijpt en de kranen schrijven erover en deze bekeerling is lid geworden van Onze Kerk of Onze Kring, dan kent onze jubel geen grenzen meer.
Hoe kunnen we zegen van de Heere verwachten, wanneer zo onze levenshouding s? De Heere peilt de diepten van ons hart. Hij kent onze eigenlijke beweegredenen. Moge Hij die aan ieder van ons openbaren.
Dat kan hard en pijnlijk zijn. We lezen daarover: „Dan zult gij gedenken aan uw boze wegen en uw handelingen die niet goed waren; en gij zult een walging van uzelf hebben over uw ongerechtigheden en uw gruwelen" (Ez. 36:31). Pijnlijk is dat, wanneer je een walging aan jezelf krijgt, maar het is wel heel heilzaam, wan dan kan ook deze belofte in vervulling gaan: „Dan zal Ik rein water op u sprengen en gij zult rein worden . . . . En Ik zal u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen en zal u een hart van vlees geven. En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u" (Ez. 36:25-27).
O moge die tijd weldra aanbreken, dat we gaan walgen van onze vrome praatjes, waarmee we onze persoonlijke en kerkelijke ongerechtigheden hebben goedgepraat, walgen van onze scheinheiligheid. Dan zullen we heensnellen naar onze broeder en zuster en vergeving vragen om wat wij hen hebben aangedaan. Dan zullen we ons één weten met allen, die kinderen Gods zijn en geleid worden door die éne Geest van Jezus Christus. Dan zullen we rein worden door het levende Woord van God. Dan…. o wat een zaligheid, wat een kracht staat ons dán te wachten. En vooral: Hoe zal Gods Naam dán alle eer ontvangen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1975
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1975
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
