In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Lentegeur of verrottingsstank

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Lentegeur of verrottingsstank

6 minuten leestijd

Aldus prof. dr. J. Verkuyl in Gereformeerd Weekblad van 28 maart, in een artikel: „De opstanding van Christus, een meeslepend gebeuren".

Laat ik tegenover deze lyrische uitroep eerst enkele harde feiten vermelden uit het boek van J. A. E. Vermaat: „Signalen van de eindtijd".

„De bom die op Hiroshima werd afgeworpen, had een explosieve kracht van 20.000 ton T.N.T. De grootste bommen, die in de Tweede Wereldoorlog werden gebruikt, hadden een kracht van 15 ton T.N.T. In 1961 lieten de Russen op Nova Zembla de grootste tot nu toe geëxplodeerde bom tot ontploffing brengen; deze had een kracht van liefst 57 miljoen ton T.N.T.".

Zo ziet u dus dat de vernietigingskracht van een bom in amper 20 jaar is toegenomen yan 15 naar 20.000 tot 57 miljoen ton T.N.T. Is dat lentegeur over de aarde? En hoe staat het op het ogenblik? „Het totale vernietigingspotentieel is in staat de aarde en de gehele mensheid vijftigmaal te vernietigen" (p. 23). Lentegeur?

„In 1971 wordt een rapport uitgebracht van enkele geleerden (o.a. prof. Jay W. Forrester en prof. Donella H. Meadows), dat sindsdien bekend staat als „het rapport van de Club van Rome". (N.B. Het woord „Rome" heeft hier niets te maken met de r.-k. kerk). Die Club komt tot de slotkonklusie dat het einde van het mensdom in zicht is, als er niets verandert. In elk geval zal dan het mensdom het jaar 2.100 niet meer halen. Die konklusie is gebaseerd op het onderzoek van vijf met elkaar samenhangende faktoren nl.: 1. De omvang van de wereldbevolking; 2. de grootte van de industriële produktie; 3. de voorraad onvervangbare natuurlijke grondstoffen; 4. de beschikbare hoeveelheid voedsel; 5. het niveau van de wereldvervuiling.

„Hoe men het ook wendt of keert, welke optimale (meest gunstige) omstandigheden men ook invoert, in het model van Meadows en de zijnen is de komende wereldramp onafwendbaar" (p. 42).

Lentegeur over de aarde of verrottingsstank?

„De Club van Rome heeft natuurlijk naarstig gezocht naar een oplossing ten einde de komende ramp te voorkomen of althans uit te stellen". Ziehier enkele voorstellen:

1. Er moet op zo uitgebreid mogelijke schaal en op de meest indringende wijze bekendheid gegeven worden „aan het verband tussen bevolkingsaantal, voedselvoorziening, kwaliteit van het bestaan, welvaart, uitputting van de hulpbronnen enz., en op de noodzaak van het hebben van niet meer dan twee kinderen per gezin.

2 . „gratis voorlichting op plaatselijk en nationaal niveau over anticonceptie (voorbehoedsmiddelen) en over de mogelijkheid van sterilisatie ( = het onvruchtbaar maken van man of vrouw) en abortus.

3. „Het verlenen van gezinshulp, het gratis verschaffen van anticonceptiemiddelen en het op verzoek gratis uitvoeren van sterilisatie en abortus" (p. 43).

Paul J. Ehrlich stelt voor „een huwelijksprijs toe te kennen aan echtparen, waarvan beide partners bij het sluiten van het huwelijk ouder zijn dan 25 jaar". Hij droomt verder:

„Verantwoordelijkheidsprijzen zouden kunnen worden toegekend voor elke vijf jaar dat een echtpaar kinderloos blijft of aan mannen die bereid zijn zich blijvend te laten steriliseren, voordat zij meer dan twee kinderen hebben. Men zou een soort loterij kunnen uitschrijven, waarvan alleen kinderloze echtparen loten kunnen verkrijgen" (p. 44).

Lentegeur of verrottingsstank?

„Oktober 1974 verschijnt het tweede rapport van de Club van Rome. Dat is echter nog somberder over de toekomst van de mensheid. Bovendien is het wetenschappelijk betrouwbaarder gemaakt, doordat rekening wordt gehouden met regionale verschillen. Het rapport heet „De mensheid op een keerpunt" en voorspelt dat tussen nu en het jaar 2000 bijna 1 miljard mensen zullen omkomen van…. honger" (p. 49).

Lentegeur of verrottingsstank?

Vermaat voegt eraan toe: „Waren vroeger de crises en de rampen nog regionaal, nu zijn ze globaal (wereldwijd) geworden. Een hongersnood ergens in Azië blijkt nu ons allen te treffen, want de wereld-graanschuren zijn leeg en de voedselprijzen stijgen voortdurend. Het tijdsbeeld van nu èn morgen is apokalyptisch ( = heeft de kentekenen van de in de Bijbel geschilderde eindtijd. H.J.H.) en het is onbegrijpelijk dat sommige christenen daarvoor de ogen sluiten in een extreem kerkistisch denken volgens hetwelk „deze dingen er altijd al geweest zijn". Maar als wij het niet willen geloven, zal de wereld het ons wel duidelijk maken" (p. 49).

Ziet Verkuyl die ontbindingsverschijnselen dan niet? Zeer zeker, en hij spreekt er ook over in zijn artikel. Hij citeert: „Ik ben de opstanding en het leven" (Joh. 11:25) en vervolgt dan: „Dit woord is gesproken aan ons aller graf en temidden van de ontbindingsverschijnselen van ons aller leven en samenleven".

Hij schrijft zeer mooi over het geloof in de opstanding van Christus als onderpand van onze eigen persoonlijke opstanding uit de doden. Maar hij trekt dat dan door op het vlak van de geschiedenis van de volkeren: „Het is niet waar dat het laatste woord is aan de collectieve zelfmoord, waarmee het atomaire tijdperk ons bedreigt, aan de verbrande dorpen in Indo-China, aan de honger en ellende van Bangladesh. Daar waar de aansluiting gezocht wordt aan het meeslepend Paasgebeuren verschijnen de signalen van de vernieuwing".

Ik dacht dat hier de ontsporing in het artikel van Verkuyl zichtbaar wordt. Hier had hij duidelijk met de Bijbel moeten beleiden, dat er, naarmate wij het einde naderen en de geschiedenis vordert, niet de signalen van de vernieuwing, maar de signalen van de ontbinding en ondergang zullen toenemen. Hier had hij moeten wijzen op de bijbelse profetie zoals: „Maar de dag des Heeren zal komen als een dief in de nacht, waarin de hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan, en de elementen branden zullen en vergaan, en de aarde en de werken die daarin zijn, zullen verbranden" (2 Petr. 3:10). Nu zweept hij de mensen op tot een irreëel optimisme, waarvoor de Bijbel geen grond geeft; een optimisme dat bovendien door de al te harde feiten van de wetenschapsmensen zoals bv. de Club van Rome, weersproken wordt.

Over heel de wereld verspreidt zich steeds meer de stank van de verrotting, en dan bedoel ik daar niet eens in de eerste plaats mee: de ontbinding door dood, ziekte, honger, oorlog, maar vooral de zedelijke ontbindingsverschijnselen in de wetteloosheid, die steeds meer zichtbaar wordt.

Maar „Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde was voorbijgegaan" (Openb. 21:1).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1975

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Lentegeur of verrottingsstank

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1975

In de Rechte Straat | 32 Pagina's