In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

DE PROPAGANDA - STRATEGIE van GOEBBELS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE PROPAGANDA - STRATEGIE van GOEBBELS

Een stenografisch verslag gevonden in de Wartburg

13 minuten leestijd

Bij werkzaamheden in de Wartburg ontdekten wij, verscholen achter een plank, een stenografisch verslag van de inzichten, hoe het Duitse volk gedurende de oorlog „voorgelicht" zou moeten worden (De Wartburg was tijdens de oorlog door de Duitsers in beslag genomen). Wij laten hieronder een vertaling van dit dokument volgen. Waarom? In de eerste plaats, omdat het een vondst betreft van „onze" Wartburg. Wij beschouwen de Wartburg een beetje als gezamenlijk bezit van de grote IRS-familie en menen daarom dat het hen wel interesseren zal. Vervolgens ook, omdat we hierdoor even een kijkje krijgen achter de schermen van de propaganda van het destijds machtige Duitse Rijk. De beschouwingen van Goebbels lijken ons zeer de moeite waard, vooral zijn vergelijking tussen het Duitse en het Engelse volk, juist nu wij op 5 mei herdenken dat ons land dertig jaar geleden bevrijd werd. In de derde plaats is het interessant voor ons vanwege Goebbels' opmerking over de r.-k. kerk. Het stuk is niet ondertekend. Vermoedelijk vond de verslaggever dat blijkbaar te gevaarlijk. Hier volgt dan het verslag:

Dr. Goebbels sprak op 23 september 1942 voor ongeveer zestig journalisten in de troonzaal van het ministerie voor propaganda, voor hoofdredakteuren van de Berlijnse pers en voor de leiders van persbureaus elders in het land.

Dr. Goebbels sprak met diepe ernst. (N.B. De in dit stuk vet afgedrukte gedeelten waren in het getypte stuk gespatieerd. H.J.H.)

Men kon het hem aanzien, dat hij lange tijd met deze gedachten geworsteld had. Elke cynische of schimmige opmerking bleef achterwege. Hij sprak voor een toch nog altijd betrekkelijk grote groep en hij vroeg niet nadrukkelijk om geheimhouding. Des te belangrijker waren daarom de strekking en de konklusies uit zijn mededelingen. De meest praktische richtlijn voor de redaktie-arbeid, die hij gaf, was deze: in de toekomst moeten de successen van de Duitse weermacht niet groter voorgesteld worden dan ze verdienen. In geen geval mogen er irreële verwachtingen gewekt worden; veelmeer moet opgeroepen worden tot hardheid, volhouden. Men mag de tegenstander niet onderschatten. Eventuele verlichting in de algemene toestand mag niet opgeblazen worden.

In zijn inleiding wees Goebbels erop, dat hij niet in staat was om ook maar enige definitieve beschouwing te geven over de militaire en politieke situatie van dat ogenblik. De zomer- en herfstkrijgsverrichtingen waren immers nog niet tot afsluiting gekomen en het viel ook nog niet te voorspellen, wanneer die afsluiting zou komen.

In het eerste gedeelte van zijn uiteenzettingen behandelde Goebbels de perspolitiek van de voorbije oorlogsjaren en van het vierde oorlogsjaar. De perspolitiek kan geen rekening houden met de werkelijke militaire en politieke situatie. Zij moet, anders dan in Engeland, uitgaan van de mentaliteit van het Duitse volk.

Het Duitse volk beschikt niet over zulk een incasseringsvermogen als de Britten. Engeland kan er gemakkelijk op wijzen dat het nog nooit een oorlog verloren heeft en dat enkele nederlagen de definitieve uitkomst van een oorlog niet kunnen bepalen. Duitsland heeft wél oorlogen verloren; het is zeer gevoelig geworden, omdat alle geestelijke stromingen van de Europese geschiedenis hun sporen hebben achtergelaten in het Duitse volk. Wij zijn een verarmde natie, wij hebben geen imperium-tradities. Daarom moeten wij voorzichtig te werk gaan.

Het Duitse volk draagt de belasting mee van november 1918. Die datum ligt als een bezinksel op de bodem van de Duitse ziel. Wij moeten de zonde van november 1918 nu betalen met een lange oorlog. Wellicht zou het tot een vredesverdrag gekomen zijn na de ineenstorting van Frankrijk in juni 1940, indien Engeland, in het bewustzijn van november 1918, niet had geloofd Duitsland toch nog op de lange duur psychisch murw te kunnen krijgen.

Deze dwangvoorstellingen drukken op de ziel van het Duitse volk en de tegenstander maakt daar een handig gebruik van. De laatste winter was daarom dan ook zo moeilijk voor onze propaganda, omdat meteen de herinnering aan het Napoleontische avontuur naar boven kwam.

De labiliteit (wankelheid, onstandvastigheid) van het Duitse volk dwingt de persleiding van het Rijk er toe om heel voorzichtig te zijn met de publikaties. In Duitsland kan er in het openbaar slechts sprake zijn van één standpunt, één opinie. Wanneer er twee verschillende opvattingen zouden worden toegelaten, dan zou het Duitse volk meteen die opvatting aanhangen, die niet prettig is voor de regering; dat komt, omdat de Duitsers politiek niet rijp zijn.

In Engeland hoeft men zulk een voorzichtigheid niet in acht te nemen. Daar regeert het volk op de wijze van een eiland („insular"), dat sinds de Cromwellrevolutie rust in zichzelf. De Engelse grondleuze: „Right or wrong, my country" (juist of niet juist, mijn vaderland) kun je in Duitsland niet lanceren. Het Duitse volk lijdt aan een zucht naar gerechtigheid en aan een objektiviteits-waanzin. De Duitsers zoeken zelfs in een tegenstander nog iets wat ze in hem kunnen waarderen. Een voorbeeld van die objektiviteitsmanie is het respekt dat Churchill nog altijd bij het Duitse volk geniet. Een ander voorbeeld is de uitspraak van Goering aan het begin van de oorlog, dat geen enkel vijandelijk vliegtuig ongehinderd Duitsland zou kunnen binnenvliegen en de negatieve weerklank, die deze bewering van Goering nog altijd heeft bij het Duitse volk. Bij elke vijandige luchtaanval wordt dit Goering-gezegde aangehaald. Op dat moment dat Goering dat zei, was dat inderdaad juist. De Duitse luchtmacht was de anderen verre de baas. Maar intussen gaat dat Goering-gezegde wat de zaak betreft, niet meer op. Vanwege de ontwikkeling sindsdien is het nu niet meer waar. Deze ene onjuistheid blijft bij het Duitse volk zitten.

Bij de Engelsen blijft zelfs een hele serie van stommiteiten en onwaarheden van Churchill niets zitten. Engeland zegt dan: Hij zal het toch wel klaar spelen.

Met zulk een volk als het Duitse kan de regering geen openlijke politiek voeren - misschien kan dat wel over 150 jaar, als we intussen rijk zijn geworden en over de tradities van een imperium, een wereldrijk, beschikken, wanneer dan de Duitse jeugd in Kiew studeert of in Brussel, wanneer iedere Duitser dan zulk een sterk zelfbewustzijn heeft, dat de vijandelijke propaganda hem niets meer doet en wij daar immuun voor zijn. We moeten daarom de gevoeligheid van het Duitse volk ontzien. De huid van de Britten is dik geworden sinds de dagen van Cromwell. Je kunt er niet gemakkelijk in doordringen. De huid van de Duitsers is sinds de negen jaar van de nationaal-socialistische revolutie nog steeds zo dun als een vliesje. Als ze maar even open gereten wordt, dan breken meteen alle wonden los. Dat moet vermeden worden. Daarom houdt de regering en de persleiding veel voor zich en gaat pas dan over tot een openlijke behandeling van brandende problemen, wanneer we er onmogelijk langer over zwijgen kunnen.

Dat is de zin van alle verboden en beperkingen, die door de perspolitiek worden opgelegd. Men kan begrijpen dat daardoor bij veel redakties een gevoel van lusteloosheid en gelatenheid heerst. Er is bij hen een tekort aan personeel. De papierlawine is schrikbarend. De weinige mensen op de redaktie moeten karrevrachten werk verzetten. Er is eenvoudigweg niet voldoende personeel beschikbaar.

De moeilijkheid is echter vooral dat de journalist bewust zwijgen moet over zaken, die algemeen besproken worden, juist vanwege de gevoeligheid van het Duitse volk. De Duitse journalist moet een zeer ondankbaar werk verrichten, dat hem door de regering wordt opgedragen.

Het is echter van wezenlijk belang dat dit zwijgen in acht wordt genomen, niet alleen vanwege de buitenlandse spionnen, maar ook vanwege de joden. Allerlei onderzoekingen hebben dat voldoende aangetoond.

Die houding van de joden is te begrijpen. In Berlijn zijn er nog 48000 joden. Ze weten met dodelijke zekerheid dat ze in de loop van de oorlog naar het oosten zullen worden getransporteerd, waar ze overgeleverd worden aan een moordend noodlot. Ze voelen reeds nu aan, dat hen een onvermijdelijke totale vernietiging wacht, en daarom proberen ze, zolang ze nog in leven zijn, het Rijk, waar dat maar mogelijk is, schade toe te brengen.

Goebbels gaf één voorbeeld, hoe het onmogelijk is kritiek te leveren op de dingen van alle dag. Een krant in het westen van Duitsland (Nazional Zeitung Essen) had het ernstig tekort in de voorziening van groenten voor West-Duitsland gekonstateerd. Het bericht was op zichzelf juist, maar vanuit propagandistisch standpunt was het onjuist, daar immers de kleine man pas dan verbitterd wordt, wanneer dergelijke dwaze verhoudingen in de kranten staan en dus ook aan de regering bekend moeten zijn. Zolang de dingen niet openlijk worden toegegeven, volstaat hij met een schelden op de plaatselijke middenstand enz. en zegt: Als Hitler dat zou weten..

Voor het aangeven van allerlei maatregelen is de Partij de geëigende instantie, niet de pers. Als we de Partij niet hadden, dan zou dat inderdaad een taak van de pers zijn.

Iedereen uit het gewone volk weet dat de pers van boven af geleid en gekontroleerd wordt. Ieder woordje van kritiek weegt daarom onder deze omstandigheden veel zwaarder dan allerlei artikelen vol bezwaren in vroeger tijd. Die bezwaren kwamen en gingen en waren spoedig weer vergeten.

Een andere reden voor bovengenoemde lusteloosheid is het probleem van de herhaling van altijd weer dezelfde stellingen en dezelfde problematiek. Goebbels verklaarde dat hij zonder meer een uitgesproken voorstander was van dit systeem.

Volgens hem had de Engelse propaganda op dit punt gefaald. Als hij Engelse propagandaminister zou zijn geweest, dan zou hij gedurende deze drie jaren van de oorlog twee stellingen tegen Duitsland in het geweest hebben gebracht. Ten eerste: Engeland voert de oorlog tegen Hitler en niet tegen het Duitse volk en vervolgens: de eeuwige herhaling van de grondstellingen van het Atlantische handvest, totdat iedere Duitser de afzonderlijke punten volkomen uit zijn hoofd zou kennen, zoals eens de 14 punten van Wilson. De Duitse propaganda heeft tegenover het Duitse volk allerlei opvattingen naar voren geschoven, terwijl een enkele leuze een veel indringender werkzaamheid zou hebben gehad.

De Duitse propaganda moet de katholieke kerk als voorbeeld nemen, die in haar geloofsovertuiging een totalitair karakter vertoont en werkt met primitieve argumenten voor alle lagen van de bevolking. De katholieke kerk is demagogisch (demagoog = volksmenner. H.J.H.); wij moeten dat ook zijn voor het welzijn van het volk. Dat is de reden, waarom wij zulke schelle tonen aanslaan en geen enkele twijfel tonen in onze uiteenzettingen.

Voor de Duitse pers is er echter geen reden voor die lusteloosheid. Iedere redakteur moet zich voelen als de geestelijke leider van zijn lezerskring, juist dan, wanneer hij zelf richtlijnen van boven ontvangt. Zijn leiderschap is heel belangrijk; hij moet zich voelen als een medewerker.

Engeland bespeelt, al naar gelang de situatie, meesterlijk het instrument van het op een doel gerichte pessimisme of op een doel gerichte optimisme. Wij hebben geleerd dat wij deze sluwe methode op het Duitse volk niet kunnen toepassen; ze zou bij ons niet doelmatig zijn. Wij kunnen ons nooit permitteren om pessimistisch te zijn, ook al zou dat zijn zin hebben. Wij kunnen evenmin een op een doel gericht optimisme kultiveren — dat hebben drie jaren van oorlog ons wel geleerd — anders is de terugslag des te groter. Het zou waanzin zijn om thans op een of andere manier de indruk te wekken, alsof de Sovjetunie weldra in elkaar zou storten. Wij mogen niet teveel de gedachte aan de vrede naar voren schuiven en we mogen evenmin de verlichting, die aan het Duitse volk zou kunnen gegeven worden, publicistisch overschatten.

Goebbels wilde twee belangrijke stelregels doorgeven. Ten eerste: de oorlog zal niet van vandaag op morgen beslist worden; het Duitse volk moet vertrouwd raken met de gedachte van een lange oorlog; we mogen hen niet voeden met luchtspiegelingen, noch door de tekst zelf, maar evenmin door de opschriften. Het Duitse volk moet weten dat de inzet van de gehele nationale kracht nodig is om deze oorlog te winnen. Het gaat thans om een lang, hard en verbitterd worstelen met een vijand, die uitermate sterk is.

In de tweede plaats: wij moeten onze bondgenoten met takt behandelen en daarbij leren van Engeland. Wij zijn een volk van uitersten; wij kunnen niet rustig een tussenstandpunt innemen. Liefst zouden wij al onze vrienden willen omvormen naar onze „wensdromen".

Wij hebben bepaald geen liefde voor de Italianen, ondanks hun niet onbelangrijke oorlogsprestaties en van de andere kant overschatten we plotseling de Japanners, omdat ze in een zeeslag tegelijk twee slagschepen tot zinken hebben gebracht, terwijl de Duitse luchtmacht daar nog nooit in geslaagd is.

Deze overdrijvingen aan de ene kant en die overschatting aan de andere kant wijzen op een volstrekte politieke onrijpheid.

Deze fout geeft ons heel wat kopzorgen. Wij kunnen het ons niet veroorloven in een wereld zonder buren en vrienden te leven. Wij vinden het erg dat in Rome terecht men van mening is: de stemming onder de Duitsers is anti-Italiaans en pro-Japans. De Duitse pers heeft in deze een gewichtige taak te vervullen. De Italiaanse bondgenoot moet op allerlei wijze gesteund worden. Het Duitse volk moet sympathieker over de Italianen gaan denken.

Het beslissende probleem voor de binnenlandse politiek in de komende maanden zullen de vijandelijke luchtaanvallen op Duitse steden zijn. Dat zal zelfs het beslissende probleem van de Duitse oorlogspolitiek in het algemeen worden.

Het zal niet langer mogelijk zijn met één regeltje in het OKW-bericht te vermelden het feit dat de oude binnenstad van bv. Diisseldorf in puin is gelegd. Daarom zullen PK-compagnieën gevormd worden, die wat er in de nachten van de bombardementen gebeurt, moeten heroïseren ( = in de sfeer van het heldhaftige trekken) en eventueel mythiseren ( = ze overgieten met de sfeer van een krachtig idee), zoals dat ook met de frontberichten gebeurt. De door luchtaanvallen bedreigde gebieden moeten gesterkt en bemoedigd worden en aan hen, die wonen in gebieden, waar geen bombardementen plaats grijpen, moet worden bijgebracht, welk een uitzonderlijke prestatie verricht wordt door de bevolking van gebombardeerde steden.

Het slot van de uiteenzetting van Goebbels was zeer merkwaardig. Hij zei dat het nu gaat om het weerstandsvermogen van het Duitse volk te versterken. In het vierde oorlogsjaar werken de vele verwoestingen en het vele lijden zozeer in op de mensen, dat je die allemaal niet met goedkope argumenten kunt wegwuiven. De oorlog wordt vóór alles als een tragische aangelegenheid ervaren. We moeten het idee kwijt raken van de „frisch fröhlichen Kriegs" ( = de vrolijke en frisse oorlogsvoering) van het eerste en tweede oorlogsjaar. Uitdrukkingen zoals „Stukamassarbeit" zijn niet meer toelaatbaar, want ook boven Duitsland wordt thans vaak zulk een maatwerk verricht.

Hoe langer de oorlog duurt, hoe vermoeider het volk wordt. Daar moet tegenover gesteld worden, dat wij verwachten dat men ook aan de andere zijde steeds vermoeider wordt. We weten niet, wanneer de oorlog eindigen zal, maar iedere oorlog is ooit opgehouden. Vaak beslist een enkel regiment over de veldslag, nadat van te voren hele divisies zich tevergeefs hadden ingezet om een beslissing te forceren. Er is ook toeval en er gebeuren ook wonderen. In de zevenjarige oorlog was het zo en waarom zou het nu niet weer gebeuren? Het toeval en het wonder moeten het Duitse volk voorbereid vinden. Zijn weerstandsvermogen moet in elk geval gesterkt worden, juist in tijden dat de oorlogsgebeurtenissen sterker spreken dan het uitzicht op het einde van de oorlog.

De winter zal streng zijn. Nieuwe troepen zullen moeten opkomen, de schaarste op de arbeidsmarkt zal toenemen. Men zal rekening moeten houden met dwangmaatregelen op gebied van gas en electriciteit, met verdere belangrijke beperking in het reizigersvervoer enz. De Duitsers mogen door al die maatregelen hun hoofd niet verliezen, maar moeten daardoor gesterkt worden in hun beslistheid. En de Duitse pers heeft de opdracht om het volk daartoe te leiden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1975

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

DE PROPAGANDA - STRATEGIE van GOEBBELS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1975

In de Rechte Straat | 32 Pagina's