LUCIFER'S GLORIE
Nonkel Lowie heeft een droom — Een verhaal uit „Iets van waarde"
Gewoontegetrouw wandelde ik op 'n herfstavond tot bij nonkel Loewie om diens opinie over het zaakje te horen.
Hij was achter in de tuin in de toenemende schemering wat afgevallen bladeren aan 't verbranden en begroette me met 'n vrolijke grijns. Nee, die griezelfilm had hij niet gezien. Kon zich wel zo ongeveer voorstellen wat de centen-venten ervan gemaakt hadden.
Hij keek me scherp aan en in het flakkerende licht van het vuur zag ik zijn oogjes glinsteren.
„Eigenaardig", zei hij nadenkend. „Heel eigenaardig". Ik vroeg hem wat er dan zo eigenaardig was en hij vertelde me dat hij een droom had gehad, een tijdje geleden, waarin hem een gezicht was verschenen: Lucifer!
„Ha", lachte ik, „en hoe zag hij eruit, de ouwe Satan?"
„Goed", zei nonkel Loewie. „Zeer schoon en zeer vrolijk!" Dat was me een raadsel.
„Hoezo vrolijk?" vroeg ik, „en schoon? Ik heb toch altijd gehoord dat de duivel lelijk is, en bokkepoten heeft, en vloekt?"
„Onzin", zei nonkel Loewie. „Hij leek heel tevreden en vergenoegd!"
„En wat zei hij!" vroeg ik lachend; dit was weer iets voor nonkel Loewie…
Nonkel Loewie keek me misprijzend aan en vertelde:
„Ik droomde dat mij 'n gezicht verscheen, een klassiek-schoon gelaat, met 'n doordringende blik zoals ge die ook bij oude wijsgeren ziet. Soms glimlachte hij, soms schaterde hij, spottend en honend, en op het einde vervaagde het gezicht in 'n bittere grijns. En hij sprak me uitdagend toe:
— Ik ben zéér tevreden. Zéér voldaan over de mensen. Groet mijn vrienden de verdwaasden, groet mijn helpers, de bijbel-kritiek-theologen, groet mijn knechten de show-venten. Ik verheug me om de hulp van legioenen die mij onbewust dienen, mij die ze niet eens herkennen, de ellendige aardwormen. Ik verblijd me, als ik ze zie rondkruipen, die meesters van de wereld, in hun hoogmoed en verwaandheid. Want mij dienen ze. Mij, de Heer en Meester van het licht. Het licht waarmee ik hen verleid tot ongehoorzaamheid aan God. Laat ze verder liegen en bedriegen, komedie spelen, de armzalige wormen, stelen en moorden, de dwaze horden, hun harten sluiten voor Gods woord en naar mij luisteren. O, gij verworpenen, hoor mij, Ik ben uw Meester; nog een kleine tijd, een al te kleine tijd ben ik uw Meester, en die korte tijd zal ik goed gebruiken!
De duivel grijnsde: Uw monsieur Baudelaire had het goed gezien: een van mijn slimste streken was de mensen te doen geloven dat ik niet bestond. Haha.. Maar nu wordt het anders. Tallozen geloven nu in mijn bestaan, in mijn macht, en niet meer in de God die ons allemaal geschapen heeft. Ze dienen mij in orgieën van seks en geweld. Met het bloed van hun slachtoffers schrijven ze mijn naam op de muren. En met vervloekingen op de lippen zullen ze ondergaan, zullen ze Gods wereld verlaten en mijn rijk binnenstormen, huilend en tierend.
En ze zullen niet eens weten wat ze prijs geven. Want de waarheid vrezen de mensen meer dan de dood, zoals Kierkegaard zei, en die afschuw voor Gods waarheid is hun dood en mijn overwinning. Hun ware bestemming zullen ze niet bereiken, zowaar ik Lucifer, de grote verleider, heet.
Hij lachte honend: Dank mijn knechten die zo handig de Schrift uiteen rukken, dank mijn discipelen de verkondigers van menselijke leer, dank de materialisten, de machtswellustelingen, de korrupte leiders: ik zal ze dronken maken van hoogmoed, ze belonen met aardse goederen, ze bedwelmen met de roes van menselijke grootheid.
De mens-als-God. De triomf van wetenschap en filosofie, door mij, Lucifer, gebruikt. Gloriërend in kennis en macht, maar aan mijn voeten knielend, aan mij, Satan, de eer bewijzend.
En ze weten 't niet eens, ze beseffen het niet, die marionetten, dat ze mijn spel spelen. Het laatste spel: Dit wordt een grootse tijd!
Ik zal vechten en verleiden en betalen en belonen, ik zal huilen en jubelen, triomferen, keer op keer, want mijn tijd is haast voorbij..
Voorbij..
Voorbij..
…. En met 'n bittere grijns als 'n onderdrukte snik verdween het gezicht", besloot nonkel Loewie. Hij wakkerde het vuur aan met 'n stuk hout. Hij zweeg. En ik staarde in de gloed.
De kilte van de herfstavond kroop me langs de benen en de rug omhoog.
Ik lachte niet meer..
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1975
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1975
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
