GEEN kracht van mensen
Nee, van mensen hoeven we niets te verwachten. Weten wij, christenen, dat nu nog niet?
Vaak lijkt het dat wij menen wijzer te zijn dan Christus, de wijsheid Gods. We zullen dat zo nooit uitspreken, — o nee, daarvoor zijn we veel te orthodox, maar we doen wel alsof Christus Zijn Gemeente onvoldoende verzorgd heeft achtergelaten. We hebben niet genoeg aan de bijbelse regels voor de orde van de gemeente en we gaan er allerlei wetten en wetjes bijmaken. We durven het eigenlijk niet wagen met die „kracht Gods tot zaligheid" alleen. We hebben wel de belofte van Christus: „Ik zal u niet als wezen achterlaten", en af en toe herinneren we elkaar daar aan, maar die belofte funktioneert bij velen niet of nauwelijks. Er is zo weinig stralend besef: „Hij is in ons midden; Hij leidt ons heel persoonlijk, ons, Zijn Gemeente, door Zijn Woord en door Zijn Heilige Geest". Waar is het gevoel van wijding tegenover de gemeente, die toch, volgens Paulus, een tempel van de Heilige Geest is? (N.B. niet de kerkeraad, maar de Gemeente is de tempel van de Heilige Geest). Beleven wij de vreugde vanwege de onuitsprekelijke weldaad Gods, dat wij mogen behoren tot „een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk" (1 Petr. 2:9). Ik bedoel: beleven, want als orthodoxe christenen belijden we dat natuurlijk wel; maar dat belijden kan soms zo vreselijk koud en leeg klinken.
Vroeger was de r.-k. kerk een strakke organisatie in Nederland. Ze presteerde heel wat. Ze bouwde haar eigen universiteit in Nijmegen. Ze zette zich volkomen in voor het bijzondere onderwijs. Ze had haar eigen politieke partij, waarop iedere rooms-katholiek, overeenkomstig de voorschriften van de bisschoppen, stemde. Alles was strak gedisciplineerd.
En alleen al vanwege deze hechte, tot in de uiterste puntjes gereglementeerde eenheid bezat deze kerk een sterke aantrekkingskracht. Er konden toen boeken verschijnen, waarin vooraanstaande protestanten hun „pelgrimstocht naar de Una Sancta" beschreven. Nu is dat voorbij. Je hoort nooit meer van opzienbarende overgangen naar de r.-k. kerk.
Maar ook in protestantse kerken en kringen is er veel op drift geraakt. Waar gaan wij nu onze zekerheid zoeken? Durven we het aan met Christus alleen? met die „kracht Gods tot zaligheid" alleen? met de voorzorgsmaatregelen die Christus heeft genomen en in de Schrift heeft laten optekenen, regels die de overdracht van dat Evangelie door de eeuwen heen garandeerden zonder een voortdurend mirakuleus ingrijpen Gods?
Vanzelfsprekend moeten wij proberen om de stem van het Evangelie, de stem van Christus, ook in ons parlement en in de scholen te laten horen. Met name wat de school betreft, hebben we een enorme verantwoordelijkheid als ouders. En als we zien, wat er tegenwoordig op sommige „christelijke scholen" geleerd wordt, dan lijkt het mij onvermijdelijk dat we ons weer zullen moeten gaan aangorden tot een nieuwe schoolstrijd.
Maar .... laten we nooit op dergelijke organisaties onze verwachting bouwen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1975
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1975
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
