In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

De lofzang op Gods genade

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De lofzang op Gods genade

6 minuten leestijd

Wij hebben in de laatste nummers van ons blad meerdere keren gesproken over het volstrekte karakter van de genade, die ons in het Evangelie verkondigd wordt. We kunnen het heel populair zeggen: Wanneer wij verlost worden uit de treurige toestand, waarin wij ons bevinden, de toestand van schuld en verdorvenheid, dan ligt de oorzaak van die verlossing op geen enkele wijze in onszelf, maar uitsluitend in God.

Radikaal wijst de Bijbel de gedachte af, dat wij onszelf zouden kunnen verlossen. Daardoor is de boodschap van de Bijbel wezenlijk verschillend van alle andere godsdiensten. Daarom moeten wij allen er met veel liefde over waken, dat we deze wezenlijke trek van het Evangelie nooit laten wegwissen, want dan zouden we het Evangelie zelf verliezen.

Een subtiele dwaling

De Dordtse Leerregels hebben geprobeerd om dat wonder van de volkomen genade onder woorden te brengen. Dat is gebeurd in een tijd, dat een subtiele, maar toch krachtige poging werd ondernomen om het accent van God te verleggen naar de mens. Deze dwaalleraars wilden Christus wel erkennen als Zaligmaker, die door Zijn plaatsbekledend lijden en sterven voor ons de weg tot God weer had ontsloten. Ze leerden ook dat de mens door geloof alleen behouden wordt.

Maar juist in dat zaligmakende geloof zagen ze een kans om de vernedering te ontgaan dat de mens zijn volstrekte afhankelijkheid van de ontfermende God zou moeten belijden. Ze leerden: De mens moet door het geloof zalig worden. Welnu, dat geloof is een wilsdaad van de vrije mens. Dus ligt bij de mens de laatste beslissing. Hij is het tenslotte, die door zijn vrije wilsbeslissing de band met God tot stand brengt en zo, zij het indirekt, zijn eigen verlossing bewerkt. Zij doorzagen misschien zelf niet volledig de konsekwenties van deze leer.

Een onuitsprekelijk geheim

Daartegen zijn de belijders van de Dordtse Leerregels terecht in het geweer gekomen. Ze hebben geprobeerd dat geheim Gods onder woorden te brengen in de zogenaamde leer van de uitverkiezing.

Zij wisten heel goed, dat dit maar een menselijke en daarom feilbare poging is, want over de uitverkiezing Gods kun je eigenlijk alleen maar spreken in een lofzang. Zodra je daar koud-theologisch over gaat redeneren, is het alsof je een stuk leven, een stuk eeuwig leven, probeert te vangen in het netwerk van begrippen en stellingen.

Het gaat hier om een VISIE, om een bepaald inzicht in wat Gods Woord ons ten diepste zeggen wil.

Een belijdenis is een poging om een in wezen onuitsprekelijk geheim toch enigszins te formuleren; niet om het daardoor rationeel doorzichtig te maken, dat is immers onmogelijk; maar wél om aldus een richtlijn te hebben bij de voortdurende overdenking van het wonder en om aldus weer te geven wat de Heilige Geest langs de weg van de gemeenschap der heiligen tot een zekere klaarheid heeft willen brengen („klaaarheid" hier te verstaan als „schittering", glans, afstraling van Gods heerlijkheid!). Ook is de belijdenis bedoeld om bepaalde grenzen te trekken met het oog op opkomende ketterij, als een soort omheining, als een waarschuwing: „Begeef u niet buiten die omheining, want dan loopt u groot gevaar het geheim Gods kwijt te raken".

„Door Uw welbehagen" (Ps. 89:18)

Dat de Dordtse Leerregels hebben geprobeerd tóch in de stijl van de lofzang dit onuitsprekelijke geheim weer te geven, is op vele plaatsen duidelijk. Slechts één voorbeeld: de werking van God in de wedergeboorte wordt erin genoemd: „een gans bovennatuurlijke, een zeer krachtige en tevens zeer zoete, wonderbare, verborgen en onuitsprekelijke werking".

Ik wil nu zelf weer eens, met eigen woorden, proberen om dat bepaalde aspekt van Gods openbaring, dit hart van het Evangelie, te bezingen.

In heel de Bijbel beluisteren we de verwondering van de gelovige mens, dat God niet met hem heeft willen afrekenen overeenkomstig wat hij verdiend had. Ik stond vijandig tegenover God (Rom. 5:7-10). Ik wilde niets met Hem te maken hebben. „Wij dwaalden allen als schapen; wij keerden ons eenieder naar zijn weg" (Jes. 53:6).

Maar dan volgt daarop onmiddellijk de verbazing: „Doch de Heere heeft ons aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen". „De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem".

Of zoals Paulus het uitdrukt: „Wij waren van nature kinderen des toorns . . maar God, die rijk is in barmhartigheid, heeft door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons heeft liefgehad, ook toen wij dood waren door de misdaden, ons levend gemaakt met Christus (uit genade zijt gij zalig geworden)" (Ef. 2:3-5).

Datzelfde geheim van Gods ondoorgrondelijke liefde drukt Paulus in Ef. 1 uit in de bewoordingen van de uitverkiezing: „Hij heeft ons uitverkoren in Hem vóór de grondleging der wereld", „Die ons tevoren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen, door Jezus Christus, in Zichzelf, naar het welbehagen van Zijn wil".

Door U, door U alleen

De eigenlijke verwondering gaat over het feit, dat niet ik God heb uitgekozen, maar dat God mij heeft uitgekozen (vergelijk Joh. 15:16). Hij, niet ik, nam het liefdesinitiatief. Hij — o wat een vernedering voor mij — kwam over de brug, niet ik. De oorzaak dat ik nu niet de eeuwige dood zal ingaan, die ik verdiend heb, ligt niet in mij, maar in Hem, in Hem alleen.

Daarom zie ik in het gebed voortdurend naar deze God en zoek in Hem naar de reden van Zijn liefde voor mij. En steeds weer moet ik dan ootmoedig, maar ook met onuitsprekelijke dankbaarheid erkennen: De reden ligt alleen in Hem, ondoorgrondelijk. En dan kan ik alleen maar instemmen met de lofzang van Zacharias over „de innerlijke bewegingen der barmhartigheid van onze God" (Luk. 2:78) of met de engelen boven Bethlehem: „vrede op aarde, in de mensen een welbehagen", waarin reeds het grondthema van het Evangelie wordt verkondigd: de vrede die aan de zondige mens geschonken wordt, is een vrucht van het goddelijke welbehagen, en niet van menselijke inspanning. Het is gewoon omdat God er behagen, plezier, in had, daarom en daarom alleen zijn wij overladen met Zijn weldaden, de vergeving der zonden, de verzoening met Hem, het eeuwige leven, de Heilige Geest die in ons woont, enz. enz.

Geloofd zij God

Lezer, luister dus niet naar hen, die een karikatuur van de bijbelse uitverkiezingsleer maken, die er een oorzaak van ontzetting en angst in zien, terwijl de Bijbel het juist als een oorzaak van immense blijdschap, dankbaarheid en vertroosting aan ons voorhoudt. Zij misvormen de God van Abraham, Izaak en Jakob, de God van de „innerlijke barmhartigheid", tot een willekeurige despoot en stellen Hem zelfs, zonder dat ze het wellicht zelf beseffen, voor als iemand, die er juist plezier in heeft om te verdoemen en te verderven. Maar: „geloofd zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren tot een levende hoop" (1 Petr. 1:3).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1975

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

De lofzang op Gods genade

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1975

In de Rechte Straat | 32 Pagina's