GESPREKEN MET HINDOES
Naar schatting zitten wij (br. Pulikunnel en ik) in de boot naar Elephanta met een twintig jongelui. De meisjes beginnen naar elkaar en naar de jongens met water te gooien. Dat verwondert mij, zulk een vrijheid van de overigens zozeer aan strenge regels gebonden Indiase vrouwen en meisjes verwachtte ik niet. Het bleken echter universiteitsstudenten te zijn.
Ze deelden stukjes uit van een zure vrucht. Dat hielp tegen de dorst. Op de terugreis deelden wij stukjes sinaasappelen uit, die we in Elephanta gekocht hadden. Dat bracht blijkbaar de nodige verbroedering en verzustering.
Eén van hen — ze bleek lerares economie te zijn — vroeg of ze mij enkele vragen mocht stellen. Haar naam: mej. dr. Krishnaveni. Ze wilden van alles weten over Europa en Nederland in het bijzonder: over het onderwijs, de staatsinrichting, de zeden enz.
Ze stelde ook deze vraag: „Wat denkt u van het leven?".
Ik probeerde onze geloofsovertuiging aan hen over te brengen. Ik vertelde dat wij allen zondaars zijn en onszelf nooit uit die toestand van gebondenheid aan de zonde kunnen verlossen.
Krishnaveni: „Wat is zonde?".
H.: „Elke vorm van onrecht, allereerst aan God aangedaan, en verder aan andere mensen. Zonde is de zelfzucht in de mens, zijn gebrek aan liefde of zijn koude liefdeloosheid. Wij maken ons daar allemaal schuldig aan. Niemand van ons heeft de medemens werkelijk lief als onszelf. Daarom liggen wij allen onder het oordeel Gods. Maar God heeft Zijn eniggeboren Zoon gezonden om mens te worden en onze zonde te dragen en ons zo met God te verzoenen. Dat wonder van de verzoening en de schuldvergeving ervaart iedereen, wanneer hij tot geloof in Jezus Christus komt".
Krishnaveni: „Gods Zoon….? Ik heb gehoord, dat de christenen geloven in een Drieënige God. Wat bedoelt u daarmee?".
Ik probeerde dat voor haar wat duidelijk te maken en vervolgde: „Christus is voor mij echter niet in de eerste plaats een leer of een dogma, maar een levende Persoon, met Wie ik dagelijks gemeenschap heb door het gebed".
Ik merkte dat ze daar een ogenblik over moest nadenken. Ze had wellicht zulk een antwoord niet verwacht vanuit het westen, omdat ze in India vaak menen dat het westen dóór en dóór rationalistisch is, terwijl India doordrenkt is van mystiek.
Ik vroeg nu naar haar levensovertuiging. Ze antwoordde:
„Ik ben hindoe, maar ik geloof niet in al die goden en godjes van onze hindoehemel. Ik geloof wel in een hoogste Macht, maar bv. niet in de zielsverhuizing".
H.: „Waar denkt u naar toe te gaan na uw dood?"
Krishnaveni: „Ik weet het niet. Ik zal het moeten afwachten".
H.: „Wij, gelovige christenen, zien uit naar de wederkomst van Jezus Christus. Hij heeft Zichzelf aan het kruis geofferd voor ons, maar is opgestaan uit de doden en ten hemel opgevaren. Maar aan het einde der tijden zal Hij terugkeren. En dan zal Hij Zijn Koninkrijk vestigen, het Koninkrijk van vrede en gerechtigheid. Dat Koninkrijk kunnen wij niet met onze menselijke inspanning bouwen. Het zal als een genadegeschenk, als een nieuwe hemel, een nieuw paradijs, neerdalen op deze aarde".
De dertiende dag na de dood
Wellicht is het interessant om nu meteen te vertellen van een ander gesprek, dat ik had met een Indiaas meisje, dat zo pas haar kandidaatsexamen had gedaan in de economisch-politieke wetenschappen, en die met haar moeder naast mij kwam zitten in het vliegtuig terug naar huis. Zij was nl. een praktiserende hindoe. Haar naam: mej. C. L. Chawla.
Chawla: „Iedere dinsdag — zoals de christenen de zondag vieren — gaan de hindoes naar de tempel om God te aanbidden. Dan offeren ze wat voedsel, meestal wat zoetigheid, dat later onder de armen verdeeld wordt.
„De beste tijd om tot God te naderen is 's morgens vroeg, nadat je eerst een bad hebt genomen. Om dan God te ontmoeten, is het nodig dat je volkomen rustig bent en alles rondom je vergeet. Ga daarom op een stille plaats zitten, waar niemand je kan storen. Sluit dan je ogen en probeer aan God te denken. Dan zal Zijn beeld in je hart komen en dan kun je met Hem spreken. Dan kun je ook alles aan Hem vragen.
„Wij begraven onze doden niet, maar verbranden ze. Daarna werpen we de as in de rivier. De kinderen zijn niet aanwezig bij dit verbranden. Wanneer vader gestorven is, dan steekt de oudste zoon de brandstapel aan, de man doet het bij het lijk van de vrouw en de ouders bij de kinderen.
„De dertiende dag na de dood komen de familieleden bij elkaar, want dan gelooft men dat een mens pas echt dood is. Die dag noemen wij „Kriya Karam".
Dan valt de beslissing. De volkomen rechtvaardige ziel treedt dan het Nirwana, de eeuwige gelukstoestand, binnen en de nog niet volkomen reine mens moet „reïncarneren". Hij moet terugkeren naar de aarde in de gedaante van een ander mensenkind, van een dierenjong, een koe, een vogel enz., overeenkomstig het leven dat hij had geleid vóór zijn dood.
„Vroeger geloofde men dat een vrouw nooit rechtstreeks het Nirwana kon binnengaan, maar éérst in een volgende wedergeboorte man zou moeten worden. De meesten geloven dat tegenwoordig niet meer.
„Vroeger moest ook de weduwe levend met haar gestorven man verbrand worden. Dat gebeurt nu ook niet meer.
„God spreekt tot de reine mensen in de dromen van de nacht".
Tot zover mej. Chawla.
Vliegend over de Nijl
Ik probeerde ook haar het Evangelie uiteen te zetten. Maar het was net of het niet overkwam. Was ze te bang om haar eigen hindoe-geloof te verliezen met alle moeilijkheden daaraan verbonden? In elk geval heb ik zowel van haar als van mej. Krishnaveni het adres, zodat ik hen de heerlijkheid van Christus ook schriftelijk naderbij kan brengen.
Intussen naderden wij Cairo voor een tussenlanding. Het was een prachtig gezicht vanuit het vliegtuig: die groene strook langs de Nijl door een enorme woestijn. Maar wat kan een woestijn vanuit de lucht gezien mooi zijn! Wat een kleurentinten: van donkerbruin naar goudgeel. En dan die grillige vormen van de zandheuvels! We vlogen over twee reusachtige pyramiden.
Toen ik zo die vruchtbare sliert langs de Nijl zag, kon ik wat beter begrijpen de verering van de vruchtbaarheidsgodinnen bij de omliggende volken rondom Israël en helaas ook bij Israël zelf, zoals we daarover in de Bijbel lezen. In Jeremia 7:18; 44:17-19, 25 wordt die vruchtbaarheidsgodin „Koningin des hemels" genoemd, een titel, die de r.-k. kerk ook aan Maria toekent. De rooms-katholieken vereren Maria nl. als „Regina coeli".
Die Egyptenaren moeten het iedere keer als een wonder hebben beleefd, dat elk voorjaar weer de Nijl het leven schenkt aan de gewassen en zo ook aan de mens, een stukje juichend leven, ontrukt aan de barre woestijn, waar de dood heerst. En hoe dankbaar mogen wij zijn, dat God Zelf heeft ingegrepen en ons niet heeft overgeleverd aan een cultus van zulke tot goden verheven natuurkrachten. De Egyptische Hemelkoningin (Isis) stelde de altijd vruchtbare en levenwekkende moederschoot voor, waaruit alle leven ontspringt. Wij mogen echter onze harten naar omhoog heffen, naar de hemel van waaruit wij Christus terug verwachten, Gods Zoon, die voor altijd het leven op de dood heeft bevochten en ook eenmaal zijn triomf over het rijk van de dood voor altijd zal openbaren tot eer van God, die alles is in allen.
Niet alleen echter Egypte, ook India vereert verschillende godin-moeders, beeld van de vruchtbaarheid.
De meest zinnelijke gestalte daarvan is de godin Parvatti, de vrouw van de god Shiva, gelijk te stellen met de Romeinse Venus en de Griekse Aphrodite.
Een meer moederlijke figuur is de godin Laxmi, vrouw van de god Visnu (zie afbeelding hiernaast) gelijk te stellen met de Romeinse Juno, vrouw van Jupiter en met de Griekse Hera, vrouw van Zeus.
De r.-k. kerk in India probeert de hindoes te winnen door Maria in de plaats van Laxmi te stellen.
Bovenstaande tekening stond in het blad van de jezuïeten „De Oogst".
Daarin wordt Maria, evenals Laxmi, voorgesteld staande op de nationale bloem van India, de Lotus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1975
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1975
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
