In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Uit de levensbeschrijving van mr. M'Cheine

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de levensbeschrijving van mr. M'Cheine

5 minuten leestijd

Bij een volgende gelegenheid, toen hij sprak over Hooglied 6:3: „Mijn liefste is mijn" en vervolgens: „Mijn liefste is afgegaan in Zijn hof", zei hij: „Dit is het verzekerd geloof — een volkomen, vrijmoedige aanneming van Christus als mijn gerechtigheid, mijn sterkte, mijn alles. Een zeer algemeen verkeerd begrip is, dat men meent voor deze heldere overtuiging, dat Christus de mijne is, een hoge trap van geestelijk leven bereikt te moeten hebben, en dat zij ontstaat uit de kentekenen, die ik in mijn hart bespeur. Als ik in mijzelf een nieuw schepsel zie, Christus op de troon in mijn hart en liefde voor de broeders in mij bevind, meent men menigmaal, dat ik mag beginnen te zeggen: „Mijn liefste is mijn". Hoe verschillend daarvan is deze plaats. Op hetzelfde ogenblik dat Jezus in Zijn hof naar de specerijen afgaat, zodra Hij Zich aan haar openbaart, roept de ziel uit: „Mijn liefste is mijn!" Zo ook Thomas in Johannes 20:27, 28. Op het ogenblik dat Jezus binnenkwam en hem Zijn wonden toonde, riep Thomas uit: „Mijn Heere en mijn God!" Hij onderzocht niet of hij geloofde, of liefde en ootmoed in hem heersten, maar al wat hij zag, het enige waaraan hij dacht, was Jezus en Die gekruisigd, en Die opgestaan".

Toen hij eens preekte over Mattheus 11:28: „Komt herwaarts tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven", zei hij: „Ik houd het voor bijna onmogelijk, uit te leggen wat het is tot Jezus te komen, het is zo eenvoudig. Als ge iemand, die van een ziekte hersteld was, zou vragen, wat is het genezen te worden, geloof ik, dat hij u dit moeilijk zou kunnen zeggen. Voor zover de Heere mij licht in deze zaak gegeven heeft, en ziende op hetgeen mijn eigen hart in dergelijke omstandigheden doet, gevoel ik niet dat het komen tot Jezus iets anders is dan alleen te geloven, dat alles waarheid is wat God getuigt van Zijn Zoon. Ik geloof dat vele mensen zelf de oorzaak zijn, dat zij in de duisternis blijven door iets meer te verwachten dan dit. Sommigen van u vragen misschien: „Maar is er dan geen toeëigening van Christus?" „Is er geen uitstrekken van de hand des geloofs?" „Geen aanraken van de zoom van Zijn kleed?" Ik stem volkomen toe, mijn geliefden, dat er iets dergelijks is, maar ik geloof, dat het onafscheidelijk is van het aannemen van het getuigenis Gods. Als de Heere u overtuigt van de heerlijkheid en de macht van Immanuel, ben ik ervan verzekerd, dat gij niet anders kunt dan Hem tot uw deel te kiezen. Het is alsof men de vensters van een donkere kamer opent, dadelijk schijnt het zonlicht in het gehele vertrek. Zo ontvangt ook de ziel, Christus, op hetzelfde ogenblik dat de ogen voor het licht geopend worden".

Mr. M'Cheine was er voor zichzelf van overtuigd, dat bij iedere getrouwe Evangelieverkondiging de vrucht van de prediking regel is, het gemis daarvan uitzondering, naar 1 Tim. 4:16: „Dat doende zult gij en uzelf behouden, en die u behoren". Zo verwachtte hij zegen op zijn prediking en de Heere vervulde overvloedig al zijn verwachtingen. Niet alleen legde mr. M'Cheine veel bezoeken af bij zijn gemeenteleden, maar deze kwamen ook tot hem aan de pastorie. Het was in die tijd lang geen gewone zaak voor bekommerde zielen zich tot hun leraar om raad te wenden. Maar spoedig ging er geen week voorbij, waarin niet één of meer personen aan de pastorie kwamen om raad. Onder hen, die tot hem kwamen, waren mensen die tegen de waarheid gestreden hadden, mensen, die gewend waren zich te verwijderen, zodra er in de Bijbel gelezen werd, en een traktaatje wegwierpen, wanneer de Naam des Heeren er in voorkwam. Er waren er ook bij die, na de zondag in ijdel vermaak te hebben doorgebracht, zich zo spoedig mogelijk ter ruste begaven, om door de slaap de vrees te verbannen van in de hel geworpen te worden. Velen waren er onder, die hun gehele leven belijdende mensen waren geweest en ook enkelen die openlijk de zonden hadden gediend. In één woord, de Heere verheerlijkte Zich door de verscheidenheid van mensen, die door Zijn genade tot Zijn dienst werden bekeerd. De één deelde aan Mr. M'Cheine mede, dat het voorlezen van het één of ander hoofdstuk uit de Heilige Schrift, met de daarbij gevoegde toepasselijke opmerkingen, het ogenblik van zijn ontdekking was geweest. Een ander werd verslagen in het hart door een op zondagmorgen in het gebed gebruikte uitdrukking. Maar de meesten waren gewonnen door de prediking des Woords."

„LAUSANNE"

Er is een comité gevormd tot voortzetting van „Lausanne", waarin 25 „Evangelicals" uit allerlei landen zitting hebben. Tot onze grote vreugde is ook de bekende prof. Beyerhaus benoemd. U weet wellicht dat Beyerhaus zich uitdrukkelijk gekeerd heeft tegen de huidige koers van de Wereldraad van Kerken en zelfs heeft uitgesproken, dat, naar zijn mening, de W.v.K. niet meer van die koers kan terugkeren. Beyerhaus heeft die benoeming aanvaard en zal zeker alles op alles zetten om te voorkomen dat de „Evangelicals" de W.v.K. zouden worden binnengeloodst.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1975

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Uit de levensbeschrijving van mr. M'Cheine

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1975

In de Rechte Straat | 32 Pagina's