In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

VERZEKERD GELOOF

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VERZEKERD GELOOF

10 minuten leestijd

Naar aanleiding van de gevoerde correspondentie inzake een verzekerd geloof en een zogenaamd redeneergeloof, zou ik graag een enkele opmerking willen maken.

Het is natuurlijk een ietwat vreemde benaming, en ik zou het ook zo niet willen noemen, maar het geloof redeneert wel. Het overlegt en concludeert. Het gaat niet buiten ons verstand om, maar juist het verlichte verstand is altijd bezig in de dingen des Heeren. Ik lees van Abraham dat hij overlegde bij zichzelf dat God machtig was zijn zoon uit de dood op te wekken, nadat hij hem op Gods bevel geofferd zou hebben. De verloren zoon overlegde dat de huurlingen zijns vaders het veel beter hadden dan hij in de vreemde.

Is het worstelend geloof niet voortdurend bezig op deze wijze? Is het niet een gedurige dialoog met de Heere?

Dit noemt br. v. O. een redeneergeloof. Anderen noemen het een toevluchtsnemend geloof, wat toch wel bij benadering het karakter van dit geloof weergeeft, hoewel ook het verzekerd geloof altijd toevluchtnemend is en blijft.

Ik ben het met br. v.O. eens dat er velen zijn die aan deze kant van het graf niet aan het bewust beleven van het kindschap Gods toekomen, maar Hij zal de rokende vlaswiek niet uitblussen en het gekrookte riet niet verbreken.

En dan zal het waar zijn dat er ook in deze niets buiten het bestel Gods omgaat, maar we mogen toch ook weer niet de middelen voorbijzien, waardoor God de zijnen tot zekerheid leidt. Daarmee is toch iedere zielzorger bezig en hij doet niets liever dan een zoekende ziel tot een hand en een voet te zijn, om hem, kan het zijn, tot de ware zekerheid des heils te leiden.

Echter kan ik mij niet aan de gedachte onttrekken dat er op dit terrein veel fouten gemaakt worden, doordat men of teveel uit eigen ervaring put om anderen te onderwijzen, of teveel de dingen die Gods Woord en belijdenis daarvan zegt, over het hoofd zien.

Ik lees de ontboezeming in uw blad dat er in de kerken maar zo weinig zijn die mogen zeggen: ik weet en ben verzekerd in de Heere. En dan haalt u zondag 1 aan. Maar er staat meer in zondag 1 dan daar geciteerd wordt. Daar belijdt de gelovige o.a. dat de Heere hem door de Heilige Geest van het eeuwige leven verzekert. De gelovige belijdt daar wat zijn enige troost is in leven en in sterven, en dan is het onuitsprekelijk rijk wat hij daar zegt. Maar dan volgt in ons leerboek in vraag en antwoordvorm de weg waarlangs hij tot die zekerheid is gekomen. Zonder in een methodisch systeem te willen vervallen, meen ik toch te mogen zeggen dat hier in grote lijnen de weg getekend wordt waarlangs nog steeds iedere ware gelovige is of wordt geleid. Door velen wordt, dacht ik, de fout gemaakt, dat onmisbare schakels worden overgeslagen.

Calvijn zegt ergens: we zullen ons nooit genoeg aan Hem (Christus) optrekken, als we niet eerst nedergevallen zijn. Willen we waarlijk gered worden, dan zullen we moeten weten wat verlorenheid is. Hoevelen die werkelijk zoekende zijn geworden vanuit hun Godsgemis, kunnen zich bij alle strijd en moeite, toch nog altijd op de been houden.

Als we de weg van de catechismus volgen, dan zien we dat de belijder volmondig toegeeft dat hij niet alleen diep zondig is, maar ook diep schuldig. En dat hij het recht Gods billijkt, als die hem veroordeelt als kind van Adam. En zo alleen komt er plaats in zijn en ons leven voor de Verlosser. Het gaat er maar niet alleen om dat we behouden worden. Het gaat er om dat we Hem kennen, en met een levende band aan Hem verbonden worden. Niemand komt tot de Vader dan door Mij. Die levende band aan Christus komt er, als we door ontsluiting ingeleid worden in Zijn sterven en opstanding. Wat wordt Hij dan dierbaar en gepast en ook noodzakelijk voor zo'n schuldig mens. Al was "er dan geen hemel tot beloning en geen hel tot straf, dan nog wordt Hij voor ons de schoonste der mensenkinderen, met wien we willen leven en sterven.

Maar zoals een oud en reeds blind predikant tegen mij zei: Als je de eerste Adam niet hebt ontdekt, dan zul je ook de tweede Adam niet leren kennen.

Hier valt alle eigen doen weg en worden we verzekerd en verzegeld, ja als een goddeloze gerechtvaardigd. En wanneer u dan schrijft dat we de hinderpalen moeten opruimen, dan ben ik dat volkomen met u eens, maar niet om tot zekerheid des heils te komen, maar om bij de voortgang onze roeping en verkiezing vast te maken. Zoals ook het slot van antwoord 1 schrijft: „En Hem voortaan te leven van harte willig en bereid maakt". Zal de geheiligde werkelijk heilig (Rom. 6) leven, dan moet ernst gemaakt worden met de zovele vermaningen van de apostelen in deze, en als de heiligmaking geen levende zaak is, zal ook de blijdschap over de rechtvaardigmaking (verklaring) niet gesmaakt worden. Maar nooit zal men in deze weg verzekerd worden van de vergeving zijner zonden. Die ligt alleen in Christus: zondag 21.

Wel kunnen we in deze weg van de echtheid van ons geloof verzekerd worden, maar dat is heel wat anders. Zekerheid van de verzoening mijner zonden is er alleen in zoverre ik zulk een weldaad met een gelovig hart aanneem, en het geloof is een vaste grond der dingen die men hoopt en een bewijs der zaken die men niet ziet. Later kan echter onder veel bestrijding de vraag geboren worden: „Heb ik me niet vergist? was het geen zinsbegoocheling toen ik Hem heb omhelst met heel mijn hart, en ik in die eerste liefde heb gezongen van Hem als de schoonste der mensenkinderen, was de blijdschap der bevrijding misschien een zaak van voorbijgaande aard? (zie de gelijkenis van de zaaier)?" Als we om deze dingen door satan worden aangevallen, dan moeten we uit de vruchten van de echtheid van ons geloof verzekerd worden. Mag ik u wijzen op het schone voorbeeld van de christen uit het boek van Bunyan? De ware vrijmaking van ons geweten ontstaat daar, waar Christus persoonlijk de onze wordt door het geloof. Er wordt veel gedokterd aan de zielen. Er wordt veel gesproken over genade en gunst des Heeren, maar ik vrees dat het veelal zo los staat van de persoonlijke kennis van Hem die gezegd heeft: „Die Mij vindt, vindt leven en trekt een welgevallen van de Heere".

Als we nu nogmaals de vraag stellen: Waarom komen er zo weinigen tot werkelijke vrijheid, en zekerheid des geloofs? is het dan niet, omdat (zoals de profeet zegt) men vermoeid raakt door alles wat men onderneemt tot zelfverlossing, zonder dat men ooit leert zeggen: „Het is buiten hopen"? Hoe weinig wordt van harte beleden wat we toch onderstrepen in vraag en antwoord 5 t.m. 11 van de Heidelberger Catechismus.

Terecht wordt op blz. 26 gesteld, dat de reformatoren altijd hebben volgehouden tegenover Rome dat een mens zeker kan en moet zijn van zijn zaligheid zonder een openbaring, maar vergeet u niet dat de reformatoren (en vooral Calvijn( heel sterk de nadruk hebben gelegd op het getuigenis en de verzegeling van de Heilige Geest in het hart.

Van nature ligt evenals bij de joden een deksel op ons hart, maar als dat door Woord en Geest wordt weggenomen, leren we de werkelijkheid der dingen verstaan. Dan weet ik dat er velen zijn die reeds in hun jeugd de Heere leren zoeken en vrezen en met heel hun hart opgaan in de dienst des Heeren. Maar zoals de discipelen de Heiland liefhadden en volgden zonder dat ze nog wisten van het kruis, terwijl het hun toch meerdere keren was gepredikt, zo gaat het doorgaans ook in het leven van dezulken. Er komt, als het goed is, een tijd dat ze met hun godsdienst niets meer kunnen doen, en de schuld die tot nu toe in de ware betekenis voor hen verborgen was, komt openbaar in hun leven, en alleen in deze weg krijgt ook het kruis en de opstanding voor hen betekenis, en zo ook leren ze Christus kennen als hun persoonlijke Borg, en door Hem het kindschap.

Ik weet dat er velen zijn die er over heen leven, maar het is dan ook duidelijk (zoals u toch ook zelf stelt) dat er velen zijn die nooit tot die ware verzekering komen. Dat is de donkerheid van onze tijd. Er ligt een grauwheid over het leven der kerk. En men heeft gemeend dat we in een weg van het bevorderen van een opwekking uit deze nood zouden komen, maar ook hier komt de machteloosheid aan het licht. Persoonlijk ben ik er van overtuigd dat de weg van de catechismus de enige weg is. Altijd wordt getracht aan de klem van de drie stukken te ontkomen, maar laten we niet vergeten dat de Heiland zelf zegt dat Hij is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren is. Als we nooit in waarheid verloren zijn geweest, zijn we ook nog nooit gered.

Het is wel wat langer geworden dan ik bedoeld had, maar dit moest we toch even van het hart.

ONS COMMENTAAR:

Ik ben het van harte eens met dit schrijven. Slechts één opmerking.

Ik heb gemerkt dat het woord „opwekking" bij velen de indruk wekt dat dit steeds betrekking heeft op een luchtige oproep tot blijdschap zonder de prediking van de noodzaak van innerlijke verbrokenheid.

Misschien zijn er veel van dit soort opwekkingen geweest, maar daar hecht ook ik weinig waarde aan, omdat zulk een opwekking weldra vervluchtigt en zelfs mensen kan brengen in een dodelijke schijn-zekerheid.

Maar een opwekking — en dan alleen is ze waarachtig — kan ook brengen tot diepere zondekennis en tot waarachtige verslagenheid onder de eis van Gods wet. De opwekking in Canada, waar we destijds over schreven, had juist dit karakter. Daarbij werd echt onthullend gepreekt. Aan kerkmensen werd de blinddoek van voor hun ogen weggerukt. Ze kregen te zien, hoe lauw en zelfzuchtig hun leven vaak was onder een mom van christelijkheid. Ze werden heilzaam ontmaskerd in hun godsdienstigheid, waarop ze vertrouwden, maar die dan ineens voor hen geen waarde meer had, omdat ze bemerkten dat die voor God niet geldt en integendeel vaak een aanmatigende poging was om zichzelf langs de weg van vleselijke vroomheid voor Hem te handhaven.

Ik hoop en bid dat het de Heere behagen moge toch nog eens zulk een opwekking te geven in Nederland. Dan alleen is er hoop. Nu wordt ons getuigenis zo vaak krachteloos gemaakt, omdat de niet-gelovigen vaak bemerken, hoe wij ten diepste alleen maar praten en schrijven voor eigen standje, voor eigen geestelijke hobby, eigen theologische liefhebberij, eigen kerkje of groepje. Moge dit alles stuk gestoten worden onder de machtige openbaring van de heilige God, zodat we in een enorme verslagenheid gaan uitroepen: „wee mij!" om dan waarachtig te worden verblijd met de verzekering: „En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en zonden" (Ef. 2:1).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1975

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

VERZEKERD GELOOF

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1975

In de Rechte Straat | 32 Pagina's