CHRISTEN DEMOCRATISCH APPEL
Tijdens spreekbeurten krijg ik nogal eens de vraag voorgelegd: Wat denkt u van het C.D.A., het samengaan van de protestantse partijen ARP en CHU met de KVP.
Mijn antwoord luidde dan steeds: In Nederland heeft geen enkele partij de absolute meerderheid. Het land zou dus onbestuurbaar worden, wanneer meerdere partijen niet tot een vergelijk komen op basis van hun program. Daarbij zal geen van deze partijen ten volle zijn eigen program kunnen verwezenlijken en wordt het dus een spel van geven en nemen, waarbij een principiële partij natuurlijk niet kan toelaten, dat er een compromis wordt gemaakt over zaken, die zijn diepste gewetensovertuiging raken.
Wanneer ARP en CHU en misschien andere protestantse partijen van oordeel zijn dat hun program dicht bij dat van de KVP ligt en men komt op basis van hun PROGRAM tot een samenwerking om het land bestuurbaar te maken, dan kan men daar geen bezwaar tegen maken.
Maar wanneer de CDA het voorstelt, alsof het hier gaat over partijen die uitgaan van eenzelfde beginsel, dan is dat onjuist, want het rooms-katholicisme en het protestantisme gaan uit van heel andere beginselen.
Neem maar eens de normen, die beiden opstellen voor het politieke beleid aangaande kwesties als homofilie, abortus, euthanasie enz. Een gelovig protestant gaat daarbij uit van Gods Woord, zoals dat op onfeilbare wijze is vastgelegd in de Schrift; een rooms-katholiek heeft daarbij als uitgangspunt het onfeilbare gezag van de kerk en de gehoorzaamheid aan het gewone leergezag, vooral van de pausen.
Nu kán het gebeuren dat ze beiden tot dezelfde konklusies komen; maar dat is dan min of meer toevallig, maar niet een zaak van hetzelfde uitgangspunt.
Daarom was ik zeer verbaasd in „Anti-revolutionaire Staatkunde", april—mei 74, dat mij werd toegezonden, het volgende te lezen:
„De ARP, CHU en KVP hebben zich daarbij op het standpunt gesteld dat wij tegenwoordig meer dan ooit behoefte hebben aan een beginselpartij, die in de ondoorzichtige en overweldigende situatie, waarin wij ons bevinden, haar weg door de problemen zoekt op het kompas van het Evangelie" (p. 147).
Hier wordt het dus blijkbaar tóch voorgesteld alsof de KVP en de ARP van eenzelfde beginsel uitgaan. Wij vroegen de redaktie van dat blad op grond waarvan zij menen dat zij met de KVP uitgaan van eenzelfde beginsel.
Het antwoord luidde:
1. De ARP is nooit een kerkelijke partij geweest, maar van het begin af een partij die haar identiteit vond in staatkundige beginselen en een staatkundig program. Daardoor was het mogelijk, dat in de ARP personen werden verenigd, die kerkelijk grote meningsverschillen hadden („dolerenden" en hervormden), maar die in de politiek zich toch eensgeestes wisten.
2. De ARP heeft zich vanaf haar ontstaan op het standpunt gesteld, dat er niet alleen een programmatische verwantschap is met de CHU en KVP, maar wel degelijk ook een principiële (stoelen op dezelfde wortel des geloofs).
Dat leidde in een vorige parlementair-historische fase tot het vormen van de welbekende „coalitie". Nu wordt een federatieve vorm van samenwerking in CDA-verband nagestreefd, met een uitzicht op het toegroeien naar één partij.
3. Er is de laatste jaren uitvoerig en diepgaand overleg geweest over de principiële en praktische politieke positiebepaling van de drie partijen. Uit de stukken die daaruit zijn voortgekomen blijkt de grote mate van principiële gelijkgezindheid.
4. De kerkelijke tegenstellingen in Nederland tussen de katholieke kerk en de protestantse kerken blijken — gelukkig — een gemeenschappelijke visie op onze politieke taak niet in de weg te staan.
5. In de ontwerp-statuten voor het CDA luidt het grondslagartikel: „het Christen- Democratisch Appèl aanvaardt het Evangelie als richtsnoer voor het politieke handelen".
ONS KOMMENTAAR:
1. Deze opmerking doet niet ter zake. Mijn bezwaar richt zich niet tegen het feit dat in de ARP leden zitten van verschillende kerken.
2. De kern van deze diskussie cirkelt rond dat bekende gezegde van Abraham Kuyper: „Wij stoelen met de rooms-katholieken op één wortel des geloofs". Laten wij die leuze eens toetsen aan de werkelijkheid.
Wat wordt bedoeld met die ene „wortel des geloofs"? De Bijbel? Maar ook de vrijzinnigen hebben de Bijbel. Bij hen heerst het gezag van het menselijk verstand over de Bijbel; bij de rooms-katholieken het gezag van een machtige menselijke organisatie, de r.-k. kerk, met name van het hoofd van die kerk, de paus. Dat is dus een heel andere wortel des geloofs dan de reformatorische christenen aanvaarden nl. het gezag van de Bijbel alleen. Als we dan een heel andere kernbron (wortel) voor het geloof hebben dan de rooms-katholieken, waarom kunnen we dan wél met hen en niet met de vrijzinnigen samenwerken?
Wordt met „dezelfde wortel des geloofs" misschien de inhoud van ons beider geloof bedoeld? Dat kan niet, want Rome heeft de kern van het reformatorische belijden onder vervloeking afgewezen op de zesde zitting van het concilie van Trente; en dit concilie van Trente is zowel door Joannes XXIII (zie IRS juni 74 p. 13) als door Paulus VI herhaalde malen verheerlijkt. Er is dus geen principiële gelijkheid, maar juist een principiële tegenstelling tussen hen die met overtuiging de leer van Rome of de leer van de Reformatie aanhangen. Iemand die het anders beweert, is in strijd met de waarheid.
Ik heb de indruk dat bij Abraham Kuyper de politieke wens de vader is geweest van deze onjuiste gedachte (die tot politieke leuze is geworden): „Wij stoelen met Rome op één wortel des geloofs". Hoewel Kuyper een geweldig man was, wordt het toch hoogtijd, dat wij in onze tijd die leuze niet zo maar napraten, maar de inhoud ervan toetsen aan de werkelijkheid.
3. Uit de stukken kan een grote mate van gelijkheid in het program blijken (zoals dat ook met andere partijen het geval kan zijn), maar als die stukken een gelijkheid van beginsel suggereren, dan zijn ze in strijd met de waarheid.
4. Nogmaals het gaat mij niet om kerkelijke tegenstellingen, maar om het feit dat de overtuigde rooms-katholiek met Trente zal leren dat de mens „het eeuwige leven waarlijk verdient door zijn goede werken" (zesde zitting can. 32), terwijl de overtuigde reformatorische christen met Gal. 3:10 zal staande houden dat de mens die het eeuwige leven verwacht van zijn goede werken, juist verloren gaat en dat wij behouden worden door genade en geloof alleen.
5. In dat geval is het woord „Evangelie" volkomen afgezwakt en heeft een andere inhoud gekregen dan Paulus er aan geeft in Gal. 1:6-11. Wij menen dat het een christen niet geoorloofd is om aan zulke kernwoorden uit de Bijbel zoals „Evangelie" een andere inhoud te geven, die er volkomen vreemd aan is.
N.B. Het zal iedereen duidelijk zijn dat wij in ons blad geen stelling willen nemen tegenover de ARP als POLITIEKE partij. Wij houden ons volkomen buiten de politiek en maken geen propaganda noch voor noch tegen een POLITIEKE partij. Wij namen slechts stelling tegen de bewering dat Rome en Reformatie van eenzelfde geloofsbeginsel zouden uitgaan. Dat is geen politieke, maar een religieuze bewering, die onwaar en daarom levensgevaarlijk is. Het gaat immers bij het geloof om een eeuwige dood of een eeuwig leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1974
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1974
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
