HET „IK" MOET VAN DE TROON
Als de mens zijn doodstaat gewaar wordt vanwege het geschonden recht Gods en daarom vervloekt, dan is er in 't hart van Gods kind een hartelijk treuren en wenen zodat zijn wil die eertijds zijn eigen eer en naam op 't oog had, groot wilde worden en de eerste zijn, tenslotte wordt omgebogen, geneigd tot de vreze van Gods Naam. Niet mijn, maar Üw wil geschiede gelijk in de hemel alzo ook op aarde. Het „ik" moet van de troon en dat heeft een taai leven ook na ontvangen genade. Filippenzen 2 vs. 13 wordt waarheid. Werkt uwszelfs zaligheid . . want het is God die in u werkt beide het willen en het werken naar Zijn welbehagen
Schelluinens
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1974
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1974
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
