De familie Thottil terug naar India
Intussen is de familie Thottil na een verblijf van een week op de Wartburg weer teruggekeerd naar India. Ze hebben beiden hun tijd goed besteed in Edinburg. Br. Thottil kreeg een getuigschrift mee, ondertekend door de secretaris van de senaat, prof. Collins, dat hij met goed gevolg de speciale cursus, die voor hem was uitgestippeld, had bestudeerd. En zr. Thottil kreeg een getuigschrift mee van de Royal Blind School in Edinburg, waarin verzekerd werd dat zij zich vertrouwd heeft gemaakt met de methoden van de opvang en begeleiding van blinden en van het Braille-schrift. Zr. Thottil had die cursus op ons aanraden gevolgd, omdat het probleem van de blinden in India zo groot is. Daar woont één vijfde van alle blinden ter wereld, n.l. vijf miljoen. Vóór hun vertrek hadden we een informele samenkomst gearrangeerd, waarbij de leden van het Dagelijks Bestuur van IRS en ons kantoorpersoneel aanwezig waren. Daarbij hield eerst ds. Hegger de volgende toespraak:
Broeder en zuster Thottil:
Zaterdag vertrekt u naar India. Daar wacht u een grootse taak. Daar ligt veel land braak. Daar moogt u het zaad van het Woord Gods op de akkers strooien. U gaat daar heen om getuige te zijn van Christus, om Gods oneindige barmhartigheid te verkondigen aan een wereld, verstrikt in duisternissen. U zult daar een strijd te voeren hebben, niet tegen mensen, maar tegen een heel leger van boze machten. In Ef. 6:12 wordt dat leger beschreven. En als u dat leest, dan zoudt u daar zeker bang door worden, wanneer u niet in datzelfde verband leest dat de Heere u wil meegeven het zwaard des Geestes, dat is het Woord van God (vs. 17).
Wanneer je met een karabijn ten strijde zou moeten trekken tegen een tank, dan weet je van te voren dat je die strijd moet verliezen. Maar u trekt naar India, niet met een menselijke wapenrusting, maar door God uitgerust ten strijde, met het enige echte zwaard, het Woord Gods.
Laat u leiden door het Woord
Dat is dan ook het eerste wat wij u op het hart willen binden. Vertrouw op dat zwaard alleen. Vertrouw niet op uw menselijke gedachten, op vrome mystieke ervaringen, hoe mooi die ook mogen schijnen. Vertrouw ook niet op allerlei konklusies die u door allerlei redeneringen uit de Bijbel meent te kunnen halen.
Blijf zo dicht mogelijk bij dat Woord. Zoek steeds weer de direkte straling die van dat Woord uitgaat. Laat het licht van dat Woord schijnen over uw leven, schijnen ook over uw hart. Dat hebben wij nodig, want altijd weer probeert ons arglistige hart eigen wegen op te gaan. Laat u steeds weer door dat Woord ontdekken aan uzelf.
Vraag het voortdurend in ootmoed met de dichter van psalm 139: „Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart; beproef mij en ken mijn gedachten. En zie, of bij mij een schadelijke weg zij; en leid mij op de eeuwige weg."
Bidt in de Geest
Nadat Paulus de Efeziërs heeft gewezen op het machtige zwaard van de Geest, het Woord Gods, roept hij ze vervolgens op om te allen tijde te bidden in de Geest (vs. 18). Dat spreekt vanzelf, want het zwaard van de Geest kun je alleen in de kracht van de Geest hanteren.
Daarom zijn wij dan ook deze avond bij elkaar gekomen om u die kracht van de Heilige Geest toe te bidden.
Daartoe heb ik u ook dat mooie gedeelte uit Hand. 12:24-13:12 voorgelezen. Daarin wordt beschreven, hoe Paulus en Barnabas vanuit Antiocië worden uitgezonden naar de heiden-wereld.
Het is niet een gemeente, die u deze avond uitzendt. Ook het bestuur van de Stichting In de Rechte Straat kan u niet uitzenden. Wij zijn hier slechts bij elkaar als broeders en zusters, enkele bestuursleden van IRS en het kantoorpersoneel.
En we willen samen met u bidden in de Geest, zoals Paulus ons daartoe oproept.
Uitgezonden door de Heilige Geest
Wat moet dat voor Paulus en Barnabas een enorme vertroosting zijn geweest, dat de Heilige Geest in hoogst eigen Persoon hen met name had aangewezen: „Zondert Mij af beiden Barnabas en Saulus tot het werk, waartoe Ik hen geroepen heb." Dat heeft hen kracht gegeven bij alle lijden, dat zij vanwege de verkondiging van het Evangelie in de toekomst moesten doorstaan. Daarom kon Paulus met Silas zingen in de gevangenis van Philippi.
Moogt ook u weten dat de Heilige Geest u zo persoonlijk geroepen heeft?
Niemand van ons kan zeggen dat hij een direkte openbaring van de Heilige Geest gekregen heeft, die tot ons zou gezegd hebben: „Zondert mij br. en zr. Thottil af tot het werk in India, waar Ik hen toe geroepen hebt."
Moet u dan vertrekken zonder die zekerheid dat Gods Geest u daartoe geroepen en afgezonderd heeft?
Nee, gelukkig niet. Daar zijn allereerst allerlei uiterlijke tekenen, die duidelijk wijzen in de richting van zulk een roeping. Hoe wonderbaar heeft de Heere uw beider leven geleid! U waart verblind door allerlei dwalingen. U verwachtte alles van uw eigen inspanning. Daarvoor waart u in het klooster getreden. Als roomskatholiek priester en als non, hebt u beiden neergezien op hen die hun zaligheid alleen van genade en geloof verwachtten. U hebt zich overgegeven aan allerlei strenge zelfkastijding en aan de onderhouding van eindeloos veel wetten en wetjes. Maar de Heere heeft u de ogen geopend. En Hij heeft u ook langs onverwachte wegen geleid. Hij heeft u gebracht naar de Wartburg, waar we samen konden doorpraten over dat sublieme Evangelie, over die onuitputtelijke rijkdommen van Gods ontferming over verloren zondaars, die door Hem tot verbreking en geloof zijn gebracht.
De Heere heeft u daarna naar Schotland gevoerd, waar u aan het Bible College van de Free Church of Scotland u systematisch hebt kunnen verdiepen in Gods Woord. Dat zijn zo maar een paar uiterlijke tekenen, waaraan we nog andere zouden kunnen toevoegen.
Trappelend van heilig ongeduld
Maar veel belangrijker dan die uiterlijke tekenen is de innerlijke zekerheid, die de Heilige Geest u gegeven heft. Ik weet het dat uw hart brandt van verlangen om spoedig terug te keren naar India om daar te gaan arbeiden in de wijngaard des Heeren.
Ja, dat heeft ons bijzonder getroffen. U hebt hier de welvaart van Europa gezien en er ook mee van genoten. Overmorgen komt u weer in uw land, waar men worstelt met vele, vele problemen; een land met een prachtige, oude kuituur; een land vol dromen, maar ook een land van tranen. Dan zult u het westerse comfort weer moeten missen.
Maar ik merkte het dat u eigenlijk alleen maar staat te trappelen van heilig ongeduld om aan het werk te mogen gaan. En ik waardeerde ook de zeer nuchtere opmerking van u, br. Thottil: „Na een week zijn we weer aan het vroegere gewend. We merken vanzelf dat die overvloed van hier er niet meer is en dan móet je de buikriem wel aanhalen." Heilig roepingsbesef kan juist zeer goed samengaan met heel gewone nuchterheid.
Wij kunnen u dus niet een persoonlijke openbaring van de Heilige Geest overbrengen. Maar wij kunnen wél samen met u bidden, opdat de Heilige Geest u steeds meer moge versterken in uw roepingsbesef. We willen bidden dat Hij u moge bekwamen en u moge verlichten met Zijn wijsheid, Zijn gave van de onderscheiding der geesten.
In Christus méér dan overwinnaars
In dit voorgelezen gedeelte lezen we ook van de tegenwerking van een zekere Elymas, een tovenaar. Die tegenwerking zult ook u ondervinden in India. U zult die ondervinden van de heiden-wereld, waarin u zich bevindt, waar de toverij zulk een grote rol speelt. U zult die ook ondervinden van de r.-k. kerk, die in u een bedreiging zal zien van haar macht. Want door uw verkondiging van het zuivere Evangelie haalt u de kerkleden vandaan onder de macht van de wet, de macht ook van allerlei heidens bijgeloof in die kerk. Maar u hoeft niet bang te zijn. Wanneer u op geen enkele wijze op uzelf vertrouwt, maar alles alleen van Christus en van Zijn Woord en Geest verwacht, dan zal Hij u sterken met wonderbare krachten en wonderbare inzichten. Om die vervulling met de Heilige Geest gaan we nu bidden.
Na het gebed sprak br. Thottil ons aldus toe:
Sinds drie jaar hebben wij reeds schriftelijk kontakt gehad met het bestuur van de Stichting In de Rechte Straat, maar gedurende de laatste tien maanden is dat kontakt uitgegroeid tot een warme, persoonlijke familieband; en dat niet alleen met het bestuur, maar ook met het kantoorpersoneel en met heel wat broeders en zusters van de plaatselijke comité's in Nederland, die geheel vrijwillig zichzelf helemaal inzetten voor deze prachtige arbeid.
En als ik dan deze avond in mijn herinnering reis langs de mijlpalen van ons beider leven sinds 1968, toen ik uit de r.-k. kerk trad, dan is er maar één woord om onze diepste gevoelens tot uitdrukking te brengen en dat is dit: „O Heere, wij zijn U zo dankbaar!"
Lagere wijdingen
Ik kan mij nog goed herinneren de dag dat ik door de tonsuur (kruinschering) werd ingelijfd in de stand van de r.-k. geestelijken en bovendien de lagere wijdingen ontving. Dat gebeurde door de aartsbisschop van Bangalore.
Wij, de wijdelingen, zaten vol angst, totdat die ceremonie voorbij was. Deze bisschop was fors gebouwd en zijn prachtige kleding en zijn bisschopsstaf moesten ons de indruk geven, dat God Zelf in hem aan ons verscheen. Hij maakte ons allen nerveus door zijn scrupuleuze aandringen op de nauwkeurige naleving van alle voorgeschreven riten en ceremonies. Hij zat telkens nerveus te vitten met degenen die hem bij de wijding bijstonden.
We moesten languit op de grond liggen onder het zingen van de litanie van alle heiligen. En ik ging toen een vergelijking maken tussen deze man in zijn mooie bisschopskleding, deze man die vroeger allerlei wijdingen had ondergaan, en de Heere God, die hij vertegenwoordigde. En innerlijk voelde ik toen reeds vaag aan, dat daartussen een tegenstelling was. Tegen de achtergrond van mijn ziel rezen vragen omhoog, of deze God die wij moesten zien te bereiken langs de weg van de volbrenging van Zijn geboden en van de nauwgezette vervulling van allerlei ceremonies, inderdaad de levende God van de Bijbel was.
Werk uit dankbaarheid
Vooral in deze tien maanden ben ik mij steeds meer gaan realiseren, dat wij wél moeten werken voor Gods Koninkrijk, maar dat dit werk moet voortkomen uit dankbaarheid. En dit geeft ons een gevoel van rust en ontspanning, ook bij het werk dat we te doen hebben. En vanaf het moment dat ik dat zo ben gaan zien, ben ik des te meer in mij het verlangen gaan voelen om aan de slag te gaan in) India, ook al weten wij dat zware lasten op onze schouders zullen worden gelegd en dat wij veel tegenkantingen en vijandschap en lijden tegemoet gaan. Maar alles is nu heel anders. Op de bodem van dit arbeidsverlangen ligt nu de rust en de ontspanning, omdat we dat werk niet gaan doen om er iets voor God mee te verdienen, maar om onze dankbaarheid tot uitdrukking te brengen voor zulk een grote verlossing.
Omschakeling
En het tweede wat ik wilde opmerken, is dit. Twaalf lange jaren van voorbereiding op het priesterschap in het klein- en grootseminarie zijn niet in staat geweest mij klaar te maken voor het kontakt met het gewone leven. Maar in deze tien maanden heb ik een verandering doorgemaakt van het ene systeem van leven, van waarden en van gedrag naar een totaal ander systeem. Maar juist deze totale innerlijke en uiterlijke omschakeling heeft ons geschikt gemaakt om ons, ondanks al de zondigheid die ons blijft aankleven, in te zetten voor Zijn Zaak. Wij danken iedereen, die heeft meegeholpen om ons deze gelegenheid te geven deze algehele omschakeling te ondergaan.
Een rest
En het derde wat ik wilde zeggen, is dit:
Wat wij in India lazen in de kranten, tijdschriften en boeken over de westerse wereld, komt niet overeen met de werkelijkheid. Wij hadden het idee dat de westerse mens puur materialistisch was geworden, dat het christendom er volstrekt dood zou zijn of enkel nog een kwestie van wat tradities of zinloze hobbies.
Maar ik heb mogen opmerken dat er in het westen nog steeds dat overblijfsel is, „die rest die behouden wordt", oprechte christenen die in ootmoed, maar ook met kracht van overtuiging getuigen van Jezus Christus, de opgestane Heere en de Zaligmaker van verloren zondaars. En dit besef dat de Heere nog steeds werkt door Zijn Woord en Geest en de Zijnen rondom Zich vergadert in oost en in west, is een grote bemoedinging voor ons.
Een leger van bidders
En nu staan we dan op het punt om naar India terug te keren. Wat is alles intussen veranderd! Toen wij het vorig jaar in augustus hier aankwamen, voelden wij ons onzeker. We zaten vol spanning: Hoe zou men ons in die geheel andere wereld van het westen opvangen? Onze toekomst zagen we ook nog niet zo duidelijk voor ons liggen.
Maar nu we terug gaan, is er al een heel plan voor ons uitgestippeld. En achter ons staat een hele gemeenschap van biddende christenen, hier in Nederland, in Schotland en ook in andere landen. Want in deze tijd hebben we allerlei banden van geestelijke gemeenschap mogen leggen.
En als we in de toekomst toch nog zouden dreigen terug te vallen in dat steunen op eigen kracht of in het tegenovergestelde, de moedeloosheid, dan mogen we weten dat er een internationaal leger is van bidders, die ons steunen in onze strijd. En dat besef roept in ons een groter gevoel van verantwoordelijkheid op.
En wij beloven, in zo verre wij, zondige mensen, iets beloven kunnen, en dat kunnen we alleen maar, steunend op de bijstand van de Heilige Geest, die ons tot nog toe geleid heeft, wij beloven dat wij ons gèheel zullen inzetten voor de arbeid, waartoe ons de Heere geroepen heeft.
(Daarna sprak br. Thottil nog enkele persoonlijke woorden vol ontroerende sympathie en dankbetuiging).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1974
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1974
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
