De wenende lieve vrouw van Syracuse
Mij werd toegezonden: „De wenende Lieve Vrouw van Syracuse" — speciaal nummer ter herdenking van het vierde lustrum, 1953—1973".
Daarin wordt gememoreerd dat Maria zichzelf in Syracuse zou hebben geopenbaard in een beeld dat geweend zou hebben. Het beeldje iuas het eigendom van het echtpaar lannuso. Wij nemen een gedeelte van hun relaas over:
Mevr. Iannuso:
„Het was 3 uur 's nachts, een aanval maakte mij blind. Toen ik bij kwam, sloeg ik de ogen op het beeldje van de Madonna, die boven het bed hing. Tot mijn grote verbazing bemerkte ik dat uit de ogen tranen kwamen. Ik riep mijn schoonzusje Grazia lannuso en mijn tante Antonina Sgarlata die naast zijn bed stonden om me te helpen, ik wees naar de tranen; ze dachten eerst dat het verbeelding van mij was, daar ik ziek was, doch op mijn aandringen gingen ze naar het beeld en ook zij constateerden dat uit de ogen van de Madonna werkelijk tranen kwamen die over de wangen druppelden en enkele waren op het hoofdeinde van het bed gevallen Angstig liepen ze naar buiten, de buren roepende die ook het wonder gadesloegen, dat zich met onregelmatige tussenpozen herhaalde; in de loop van de dag werd de menigte steeds groter zodat de politie er bij moest komen".
Dhr. Iannuso:
„'s Avonds na het werk fietste ik met de anderen naar huis. Aan het begin van het huizenblok stond een familielid op me te wachten, hij liet me stoppen en zei — Zeg Angelo, er is bij jullie thuis een beetje opgewondenheid, want de Madonna huilt —. Ik lette niet op zijn laatste woorden, doch bang geworden door de eerste fietste ik harder om vlugger thuis te zijn want ik wist dat ik mijn vrouw 's morgens in slechte gezondheid achtergelaten had. Ik zag een menigte mensen bij de deur, gooide de fiets op de grond en terwijl ik me door de menigte drong, hoorde ik woorden zoals — Dat is haar man, de Madonna huilt —. In de gang zag ik politieagenten en de slaapkamer was vol met mensen. Al had mijn vrouw me ook omhelst en gezegd dat ze goed in orde was, door de schrik herkende ik haar niet meteen, overtuigd dat ik was om thuis mijn vrouw met een ongeluk te vinden. Maar ik herstelde me direct. Ik verzocht de politie om alle mensen uit de slaapkamer te verwijderen om een beetje te rusten. Nadat de slaapkamer leeg was, gingen ook ik, mijn vrouw en enkele familieleden naar een ander kamertje. Na een poos, nieuwsgierig of het nu werkelijk waar was dat van die tranen, ging ik alleen naar de slaapkamer, deed het licht aan, ging dichtbij het beeldje staan en tot mijn grote verbazing zag ook ik de tranen over het gezicht lopen, andere waren al onder de kin, enkele waren op de hand die het hart steunt gevallen, nog andere op het hoofdeinde van het bed en nog andere kwamen op in de ogen. Ontroerd door dit wonder viel ik op de knieën, niet wetende of dit gebeuren ongeluk zou zijn voor mijn huis of zegening. Na enkele minuten ben ik naar buiten gegaan om te zeggen dat de Maagd op dit moment weende. Weer liep de kamer vol met mensen die nog een keer de tranen gadesloegen. Daarna vertelde mijn vrouw hoe voor de eerste keer 's morgens om 8.30 dit wonder van de tranen gebeurd was".
Daar de menigte buiten steeds groter begon te worden om het beeldje te zien, vroeg een agent van De Publieke Veiligheid het beeldje buiten op de hoek van de straat op te hangen. En ook buiten weende het. Het was al 9 uur 's avonds en daar de menigte steeds maar aanliep zei de commissaris mij dat het nodig was het beeld op het politiebureau te brengen, om de mensen weg te laten gaan. ik gaf mijn toestemming. Onder het licht van de straatlampen constateerde een agent dat het beeld tot op dat moment nog weende. Aangekomen op het bureau kwamen echter geen tranen meer. Daarna op mijn aandringen en na beloofd te hebben het beeld niet direct naar huis te brengen maar bij mijn schoonmoeder, ging ik begeleid door enige agenten naar het huis van mijn schoonmoeder. Na ongeveer 20 minuten tevergeefs wachtend op de thuiskomst van mijn schoonouders nam ik het beeld weer op, ging in de richting van mijn straat, maar ziende dat er nog zoveel mensen voor de deur van mijn huis stonden, besloot ik het beeld te verbergen in het huis van mijn broer Luciano in de Carsostraat 47, en hier legden we het in de lade van een kast en de sleutel nam ik mee. Ik ging naar huis en liet de nog weinig overgebleven mensen weten dat het beeld op het politiebureau gebleven was".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1974
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1974
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
