VRAGEN
„Paulus schrijft in 1 Kor. 4:4: „Ja, ook mijzelf oordeel ik niet. Want ik ben mij van niets bewust, maar daardoor ben ik nog niet gerechtvaardigd".
Slaat deze zin nu werkelijk op de rechtvaardiging door het geloof of op iets anders? In de r.-k. apologetica wordt deze tekst vaak gebruikt tegen de rechtvaardiging door het geloof".
Rotterdam
ONS ANTWOORD:
We menen dat deze tekst juist pleit voor de rechtvaardigmaking door het geloof. Paulus erkent de duistere diepten van zijn eigen zondige natuur, van allerlei onbewuste egoïste bedoelingen die ook zijn handelen zouden kunnen drijven. Daarom zegt hij: Ook al ben ik mij van geen kwaad bewust, er kunnen toch allerlei zondige dingen in mij zijn, waarvan ik mij niet bewust ben, maar die de Heere wél ziet. Daarom kan Paulus alleen maar rust vinden in het geloof in Jezus Christus. Langs de weg van dat bewuste geloof wordt hem de rechtvaardigheid van Christus toegerekend en op grond daarvan zal hij dan ook voor God worden vrijgesproken van alle kwaad, dat bewust of onbewust in hem aanwezig is.
Kerkverval
„De Here Jezus heeft gezegd: „De hel zal Mijn gemeente niet overweldigen" (Matth. 16:18). Hoe kan Christus enerzijds gegarandeerd hebben dat Zijn gemeente niet verdelgd kan worden, terwijl toch volgens de Reformatie de kerk in de middeleeuwen gevallen is?".
Rotterdam
T. Bosch
ONS ANTWOORD:
Christus heeft die garantie niet aan een bepaald kerkinstituut gegeven, niet aan de r.-k. kerk, maar evenmin aan de lutherse, de hervormde, de gereformeerde of welke kerk ook.
Hij heeft die garantie gegeven aan Zijn Gemeente d.i. de gemeenschap van hen die vol vertrouwen naar Hem opzien en alles alleen van Hem verwachten. Door de eeuwen heen is er die Geliefde van Christus geweest en zij zal er altijd zijn, totdat zij de vrouw zal worden van het Lam. Deze Gemeente komt op allerlei wijzen tot openbaring, soms sterker, soms zwakker in een kerkinstituut; soms misschien alleen maar in een schuilgroepje van kinderen Gods die vervolgd worden en proberen zoveel mogelijk samen te komen onder leiding van door hen zelf gekozen en door de Heere bevestigde ambtsdragers.
Maar de Heere heeft Zijn garantie niet gegeven aan kerkinstituten, die op eigen macht, eigen organisatie en eigen kunnen zijn gaan vertrouwen. Zulke kerkinstituten laat de Heere in de zonde vallen, zoals Hij dat ook met Petrus heeft gedaan, toen die op zichzelf bouwde. Soms doet de Heere dat om zulke kerkinstituten op te roepen tot besef van hun volstrekte zwakheid uit zichzelf en om hen uit te nodigen terug te keren naar Hem, haar vroegere geliefde. (Zie Hosea 2 ) . Soms spreekt de Heere niet eens meer tot zulke zelfbewuste en hoogmoedige kerkinstituten. Dat is de straf van de verharding en de verblinding, nadat zulke kerkinstituten de maat vol hebben gemaakt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1974
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1974
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
