In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

DE INKWISITIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE INKWISITIE

9 minuten leestijd

In Internationale Katholieke Informatie van 30 april 1974 troffen wij een boeiend artikel aan over de „Inkwisitie tegen de Kartharen" van de hand van Ph. Boitel. De openhartigheid van de schrijver frappeerde ons bijzonder. Vroeger werd de Inkwisitie op alle mogelijke wijze vergoelijkt o.a. door zoveel mogelijk de schuld van de foltering en terdoodbrenging van de „ketters" in de schoenen te schuiven van wereldlijke overheden. Men had het daar wel moeilijk mee, want wie van te voren weet dat de overheden die martelingen en ook de doodstraf toepaste, is toch op zijn minst mee verantwoordelijk, wanneer hij ketters die hijzelf heeft opgespoord en kerkelijk veroordeeld, aan die sterke arm overlevert. Dan lijkt het veel op huichelarij, wanneer je dan nog je handen in onschuld probeert te wassen. Boitel doet zulk een poging niet. Toch blijft het voor ons vreemd, dat roomskatholieken die eerlijk deze feiten onder de ogen zien, toch nog blijven geloven, dat de pausen, ook van toen, de vertegenwoordigers waren van Christus op aarde. Dat mensen ernstige fouten en zelfs misdaden kunnen begaan, weten we allen; en noch roomse noch protestantse kerkleiders zijn daar zonder meer van gevrijwaard. Maar hoe kan men dergelijke kerkleiders „de" vertegenwoordigers van Christus op aarde noemen?

Wij laten hier enkele citaten volgen uit het artikel van Boitel.

Katharen riepen op tot levensheiliging

„Wanneer paus Eugenius III in het jaar 1147 in Frankrijk aankomt, om de tweede kruistocht te prediken, verklaart hij ontsteld te zijn over de vooruitgang van de ketterij der Katharen".

„In zuid-Frankrijk schijnt de toestand bijzonder ernstig te zijn. De kerk is volop in verval: het leven van de priesters geeft vaak aanleiding tot ergernis; al te veel prelaten leiden een mondain en losbandig leventje en bekommeren zich alleen om hun inkomen. Het is dus niet verwonderlijk dat de kerk der katharen, die van haar leden een onberispelijk gedrag eist, talrijke aanhangers wint onder diegenen die zich ergeren over het gedrag en de misbruiken van de priesters".

„De moord op de pauselijke legaat, Pierre de Castelnau, in 1208 veroorzaakt een schok: de paus organiseert een kruistocht tegen de ketters. De strijd zal Zuid- Frankrijk in vuur en vlam zetten en de leenheren uit het Noorden in staat stellen land en goed te veroveren in naam van het geloof, voordat de koning die begeerde provincies bij zijn koninkrijk inlijft.

De overwinning van de Fransen uit het Noorden zal echter nog niet helemaal het einde van de ketterij betekenen. De katharen zullen onderduiken zodat de pausen zich genoodzaakt zullen zien de repressie nog te verscherpen.

De inquisitie zal daarbij een gevreesd wapen zijn".

De inquisiteurs: rondreizende rechters

„De werkwijze en de methoden die door de inquisiteurs werden aangewend zijn voldoende bekend uit een aantal teksten, pauselijke bullen, maar ook uit „handboeken" die door doorgewinterde inquisiteurs werden opgesteld ten behoeve van hun collega's. Een van de bekendste van die handboeken is dat van Bernard Guy, berucht inquisiteur uit de XIVe eeuw.

De inquisiteurs zijn rondreizende rechters. Ze verrichten hun werk waar het nodig blijkt. Over 't algemeen verloopt dit als volgt: wordt een streek van ketterij verdacht, dan stuurt men er 3 of 4 paters-inquisiteurs naar toe die in de verschillende dorpen halt houden en er de plaatselijke bevolking bijeenroepen.

Degenen die zich schuldig voelen aan ketterij, worden verzocht zich binnen 15 tot 30 dagen bij de rechters aan te melden. Dit is de 'tijd van de genade'. De ketter mag zijn vergissing komen biechten. Dank zij die bekentenis zal hij met mededogen worden behandeld. Tegelijkertijd met het edict van de genade, vaardigen de inquisiteurs het 'edict van het geloof' uit. Daarin worden de christenen aangezet, op straffe van excommunicatie, de ketters of van ketterij verdachte personen aan te geven.

Wanneer de termijn verstreken is, maakt de rechtbank zich klaar om in actie te treden. Alle verdachten worden vervolgd. De beklaagden worden mondeling of schriftelijke ontboden. Wanneer de beklaagde zich niet aanmeldt of zich niet laat vertegenwoordigen, krijgt hij automatisch een voorlopige excommunicatie; na een nieuwe termijn en een nieuwe dagvaarding zonder gevolg, wordt de definitieve excommunicatie uitgesproken, m.a.w. de verdachte wordt in de ban van de maatschappij gedaan.

De ondervraging van de beklaagde is lang en nauwkeurig. De verdachte heeft de mogelijkheid te antwoorden. Hij mag echter geen beroep doen op een advocaat, ofschoon dit verbod niet algemeen is. De inquisiteurs zetten de tegen hem genoteerde getuigenissen uiteen doch de getuigen zijn afwezig en hun identiteit wordt geheim gehouden, wat het aanbrengen vergemakkelijkt en hun veiligheid garandeert. Iedereen, zelfs kinderen, mogen getuigenissen afleggen".

„De inquisiteurs zijn er voortdurend op uit bekentenissen los te krijgen en vervolgens hun slachtoffers te bekeren. Ze zoeken doeltreffendheid, rendement. De rechters maken van deze ondervragingen gebruik om inlichtingen over de ketterij te krijgen en beloven inschikkelijkheid wanneer ze dergelijke inlichtingen krijgen.

Om het slachtoffer murw te krijgen worden verschillende middelen toegepast: gevangenzetting onder pijnlijke omstandigheden, chantage, geraffineerde gedoseerde folteringen (de verdachte mag zeker niet sterven). Degene die bekent, berouw heeft en zich bekeert brengt 't er met minder strenge (kanonieke) straffen af en mag blijven leven. Hij die „volhardt in de dwaling", en dit was vaak het geval met de geestelijkheid van de katharen, loopt gevaar aan de wereldlijke macht te worden uitgeleverd en op de brandstapel te eindigen.

Aanwenden van folterpraktijken

Men heeft terecht het verwijt gemaakt aan sommige inquisiteurs dat ze folterpraktijken hebben toegepast. De kerk die lange tijd dit procédé heeft afgewezen en zelfs veroordeeld, heeft tenslotte toch aan het einde van de XIIIe eeuw haar toestemming gegeven. De inquisiteurs kunnen kiezen tussen: geseling, de pijnbank, die erin bestaat het slachtoffer vast te binden op een driehoekig stuk hout, de vier ledematen met een touw vastgemaakt aan een hefboom die bij de geringste beweging de gewrichten uit elkaar rukt; de wipgalg, waaraan men de beklaagde bij de op de rug gebonden handen omhoogtrekt en snel weer naar beneden laat vallen, waardoor de armen vaak uit het lid raakten; tenslotte nog de hete kolen. Men kent de waarde van de met dergelijke procédé's verkregen bekentenissen, in naam van een willekeurige rechtspleging. Maar ondanks de folteringen en pijnen slaagt men er niet in alle slachtoffers te doen bekennen".

De bekendmaking van het vonnis

„De bekendmaking van het vonnis gaat met een grote plechtigheid gepaard.

De ketters moeten plaats nemen op een podium dat in het midden van de kerk of ervóór is opgesteld, onder de blikken van een steeds talrijke en vaak ook vijandig gezinde menigte. De geestelijkheid, de magistraten, de officieren zijn er ook terwijl de orde door boogschutters wordt verzekerd. De inquisiteur houdt een preek, die hij af en toe onderbreekt om de menigte te vragen hun geloof uit te schreeuwen. Vervolgens worden de ketters verzocht hun ketterij af te zweren en publiekelijk te biechten, waardoor ze dan weer verzoend zullen zijn met de kerk die de tegen hen uitgesproken excommunicaties zal opheffen. Om te besluiten worden dan de penetenties opgesomd. Er bestaat een zeer ruime gamma volgens de graad van het misdrijf. Er zijn de 'tekenen der schande': zo bijvoorbeeld die beruchte kruisen van geel vilt die op zichtbare wijze op de kleren moesten worden gedragen, de ene op de borst, de andere op de rug en waardoor de beklaagden aan de minachting van de menigte worden overgeleverd; de 'geseling': de veroordeelde begeeft zich blootsvoets, in hemd en broek, naar de kerk met in de handen een kaars en de roeden die moeten dienen om hem te kastijden; de 'boetebedevaarten' buiten Frankrijk (Rome, Santiago de Compostello, Canterbury, enz.) of in Frankrijk (Roc-Amadour, Le Puy, Conques, enz.). De veroordeelden moeten binnen 3 maanden na het uitspreken van het vonnis vertrekken en een brief meebrengen waaruit blijkt dat zij inderdaad naar de vastgestelde plaats zijn geweest. Sommigen kunnen vrijstelling krijgen door het storten van aalmoezen (bedevaarten naar het Heilige Land zullen later verboden worden uit vrees dat de ketters de kruisvaarders zouden besmetten). Die 'gedwongen reizen' doen natuurlijk tal van problemen rijzen voor de boetelingen die hun werk en gezin voor lange maanden moeten verlaten.

'Het vernielen van huizen': in principe moeten de huizen van de ketters vernield worden maar deze maatregel is niet altijd gemakkelijk uit te voeren. Dit is trouwens ten nadele van de kerk zelf, die leeft van de verbeurdverklaring van de goederen…. Tenslotte worden meestal slechts die huizen gesloopt die als vergaderplaats hebben gediend".

Een bedeesd meisje

„Een ander voorbeeld nog kan ons een idee geven van de 'toenmalige geestesgesteldheid' ten opzichte van de ketterij: op zekere dag in het jaar 1175 wandelde de aartsbisschop van Reims met zijn priesters in de buurt van de stad. Een van hen, kanunnik Gervais Tilburg, ziet een meisje in de wijngaarden lopen. Hij gaat naar haar toe en maakt zeer duidelijke avances. Het meisje dat hem nauwelijks durfde aan te kijken, antwoordde bedeesd dat ze niet kon ingaan op zijn voorstellen want, zei ze, 'indien ik mijn maagdelijkheid verloor, zou mijn lichaam onmiddellijk verrotten en zou ik voor eeuwig verdoemd zijn'.

Die bekentenis werd het meisje fataal. Want kanunnik Gervais Tilburg was ervan overtuigd dat een jonge persoon die dergelijke taal voerde, zeker een kathaarse ketterin was en hij ging ze dan ook meteen bij zijn aartsbisschop aangeven! Het meisje werd aangehouden, gevonnist, schuldig bevonden en…. in Reims verb rand…. omdat ze haar maagdelijkheid wilde beschermen".

„Duizenden mensen werden veroordeeld tijdens de inquisitie en velen van hen zijn op de brandstapel gestorven".

„De inquisitie heeft niet alleen de katharen getroffen. De Waldenzen, joden, tovenaars, heksen, enz. waren er eveneens slachtoffer van. De inquisitie die in geheel Europa werkzaam was, kwam echter speciaal 'tot bloei' in Spanje met Torquemada, vanwaar ze naar Amerika werd overgebracht.

In de geschiedenis van de kerk wordt de inquisitie terecht beschouwd als een zwarte, verre van glorierijke, en allesbehalve evangelische periode".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1974

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

DE INKWISITIE

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1974

In de Rechte Straat | 32 Pagina's