In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Wie is de antichrist?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wie is de antichrist?

6 minuten leestijd

Om dat te weten te komen, zullen we in elk geval eerst de betekenis van het Griekse woord antichristos moeten onderzoeken.

Volgens Kittel's „Theologisches Wörterbuch z.N.T." komt het woord „anti" in het Nieuwe Testament nooit voor in de betekenis van „tegenover", maar meestal in de betekenis van „in de plaats van", zoals in Rom. 12:17; 1 Thess. 5:15; 1 Petr. 3:9; Hebr. 12:16; 1 Kor. 11:15.

Vanuit deze betekenis „in plaats van" ontwikkelt zich dan een tweede betekenis nl. „ten gunste van" bv. Matth. 17:27.

Dr. F. Büchsel, van wie dat artikel is, wijst dan vooral ook op Markus 10:45, waar staat: De Zoon des mensen is gekomen „om Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen". Hier wordt ook „anti" gebruikt en zou dus het beste vertaald kunnen worden met „in de plaats van velen". Maar zelfs als het vertaald zou worden met „voor" zoals de S.V. doet, in de tweede betekenis van „anti" nl. „ten gunste van", dan nog, zo zegt Büchsel, zit in deze tekst duidelijk de plaatsvervangende funktie van het sterven van Christus, van Zijn dood als plaatsvervangende losprijs, opgesloten.

Andere Christussen

Het lijkt mij dat we dan ook het woord „antichristos" zullen moeten vertalen in de grondbetekenis van: „in de plaats van Christus".

Dan zullen we ook beter verschillende plaatsen in de Evangeliën kunnen verstaan. Daar treffen we immers de eerste aanduidingen aan van de antichrist in het N.T. Zo bv. zegt Christus tegen de Joden: „Ik ben gekomen in de Naam Mijns Vaders; zo een ander komt in zijn naam, die zult gij aannemen" (Joh. 5:43). Maar vooral: „Ziet toe dat niemand u verleide, want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en zij zullen velen verleiden" (Matth. 24:5). „Als dan, zo iemand tot u zal zeggen: Ziet, hier is de Christus, of daar, gelooft het niet; want er zullen valse Christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, alzo dat zij (indien het mogelijk ware) ook de uitverkorenen zouden verleiden. Ziet, Ik heb het u voorzegd" (Matth. 24:23-25).

In de brieven van Johannes treffen we de term antichristos aan, die overigens nergens in de Bijbel voorkomt.

Dr. M. de Jonge zegt in zijn kommentaar op de brieven van Johannes:

„Ten aanzien van de gebruikte term wijst Westcott er terecht op, dat het Griekse voorvoegsel anti zowel „tegen" als „in plaats van" kan betekenen. De figuur waarom het gaat, stelt zich in de plaats van Christus en is daardoor zijn meest gevaarlijke tegenstander".

Toepassing

Er is er één die zich uitdrukkelijk de „in de plaats van Christus" noemt, de plaatsbekleder van Christus op aarde, de andere Christus, en dat is de paus.

Is hij dan dé antichrist?

Hij is niet de antichrist in de zin van 1 Joh. 2:22: „Wie is de leugenaar dan die loochent dat Jezus is de Christus? Deze is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent", — zo zal menigeen zeggen; immers de paus belijdt dat Jezus de Christus is en loochent niet de Vader en de Zoon.

Maar de vraag is: Zou Johannes hier alleen maar bedoeld hebben de belijdenis van de Christus en van Vader en Zoon zonder meer? Zou hij niet veeleer bedoeld hebben de belijdenis van de Christus der Schriften en de belijdenis van de Vader en de Zoon, zoals Die ons worden geopenbaard in het Woord Gods?

En dan zullen we moeten zeggen dat de pausen een andere Christus en een andere Vader en Zoon verkondigen dan de Bijbel.

Rome leert dat Christus alleen het beginwerk heeft verricht, maar dat wij met behulp van bovennatuurlijke krachten die Hij ons schenkt, zelf „het eeuwige leven waarlijk moeten verdienen". Maar dit is een andere Christus dan de Schrift ons leert.

Rome leert dat de Vader de zonde eerst heeft gestraft aan Zijn Zoon Jezus Christus, maar dat wij die zondestraffen gedeeltelijk nog eens moeten overdoen in het vagevuur. Een Vader die de zonde twee keer straft (eerst aan Zijn Zoon en daarna nog eens aan ons), is een andere Vader, dan de Schrift leert.

Tegen de Christus DER SCHRIFTEN

Misschien zal iemand nog zeggen: Maar de pausen keren zich toch niet bewust tegen Christus.

Dan is ons antwoord: Natuurlijk niet, want dan zou hij zeker niet de antichrist zijn, waarover de Bijbel spreekt. Een figuur die zich bewust en openlijk tegen de Christus der Schriften opstelt, betekent geen gevaar voor verleiding voor Gods uitverkorenen. „Want er zijn vele verleiders in de wereld gekomen, die niet belijden dat Jezus Christus in het vlees is gekomen; deze is de verleider en de antichrist" (2 Joh. 7).

Het pausdom is nog steeds de grote verleider die miljoenen mensen afhoudt van de Christus der Schriften, de enige en volkomen Zaligmaker voor verloren zondaars. Massa's vrome protestantse christenen doorzien die verleiding niet en gaan er aan ten gronde. De charismatische beweging zou wel eens een laatste geweldige strategische onderneming van de machten der duisternis kunnen zijn om vele protestanten ertoe te brengen zich te schikken naar deze „plaatsbekleder van Christus op aarde", deze anti-christos, deze „in de plaats van Christus", om ongemerkt door zijn leer te aanvaarden dat de laatste beslissing over eigen zaligheid ligt bij de (vrome) mens zelf.

En zou de afglijding naar humanisme en horizontalisme, die wij ook in kerken van de reformatie zich zien voltrekken en die betekent dat „de kracht Gods tot zaligheid" (Rom. 1:16) stilaan bij hen verzwakt en geheel verdwijnt, niet als oorzaak kunnen hebben de oecumene met Rome, de overmoed dat men deze kerk, die zich in de voorbije eeuwen heeft geopenbaard als een enorme verleidende macht, wel tegemoet zou kunnen treden, bouwend op eigen krachten, op eigen wijsheid, eigen vroomheid en eigen standvastigheid?

Geen verleiding der uitverkorenen

Over de antichrist is veel geschreven en er zijn vele opvattingen over. Wij wilden daar verder niet op ingaan, want dan begeven we ons buiten het onderwerp Reformatie—Rome. Velen menen dat de eigenlijke antichrist nog komen moet en zich tegen het einde der tijden zal openbaren in één persoon. Maar in elk geval is de antichristelijke macht reeds vanaf het begin van de christenheid werkzaam geweest en ze is nu meer dan ooit bezig met de poging het christendom helemaal uit te hollen en te verlammen. Daarom geldt nu méér dan vroeger de oproep van Johannes tot waakzaamheid. Daarbij moeten 'we niet op onszelf steunen, maar uitsluitend op Christus die beloofd heeft dat Hij ervoor zal waken dat zijn uitverkorenen niet verleid zullen worden, ook niet door de antichrist.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1974

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Wie is de antichrist?

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1974

In de Rechte Straat | 32 Pagina's