In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

de geloofsbelijdenis doet er niet toe

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

de geloofsbelijdenis doet er niet toe

10 minuten leestijd

Van verschillende abonnees kregen wij toegestuurd: „De macht van het kleine", landelijke organisatie tot steun aan het werk van de Christelijke Vereniging voor de Verpleging van Lijders aan Epilepsie, 76e jaargang, okt. 1973.

Op de voorpagina een foto van ds. Hazekamp die aan pater Groen de Bijbel overhandigt bij de installatie van deze r.-k. priester als zielszorger van dit instituut voor epileptici (populair: lijders aan vallende ziekte). Daaronder volgt dan het hoofdartikel: „Een oecumenische gebeurtenis".

In dat artikel wordt eerst verteld, hoe het vroeger was in dit protestants-christelijk instituut:

„Uiteraard ontvingen voorheen de circa 130 r.-k. patiënten in ons instituut van r.-k. zijde steeds de nodige pastorale zorg. Deze zorg had plaats vanuit één der r.-k. parochies van Heemstede. De zorg was dan ook alleen gericht op de r.-k. patiënten".

Niemand van ons zal ook maar enig bezwaar hebben tegen deze wijze van uitoefening van de zielzorg voor rooms-katholieken in een protestants-christelijk instituut. Maar, zo lezen we verder:

„Thans is de situatie fundamenteel anders geworden. Pastor Groen is bij het instituut in dienst getreden en daarmee heeft hij dezelfde positie gekregen als de reeds aanwezige predikanten in het instituut. Hij is er dan ook niet speciaal voor de r.-k. patiënten".

Inderdaad is daarmee de situatie „fundamenteel anders" geworden en het is dan ook te begrijpen, dat verschillende abonnees van IRS ons vroegen: Kunnen we daar nu nog aan meewerken?

De argumentatie, waarmee in het artikel deze fundamentele wijziging verdedigd wordt, luidt:

„Natuurlijk doen ze (de priester en de dominees) dit (pastorale werk) — en misschien kunnen ze dit ook alleen maar doen — vanuit hun verbondenheid met de Heer Jezus Christus. Het maakt in de praktijk echter weinig uit vanuit welke confessie deze pastorale zorg wordt verricht".

Zulk een argumentatie kan ik echter alleen begrijpen:

a. indien het protestantse bestuur van dit instituut niet op de hoogte is van de leer, met name niet van de leer van de r.-k. Nieuwe Katechismus, waarin op p. 330 e.v. uitdrukkelijk het plaatsbekledende lijden en sterven van Christus wordt geloochend;

b. indien dit protestantse bestuur dat wél weet, maar volkomen onverschillig is geworden omtrent de vraag: Wat moet een mens doen om zalig te worden? Als dan de Reformatie antwoordt: „Door genade en geloof alleen" en Rome antwoordt in oude of nieuwe vorm: „Op grond van de goede werken", dan laat hen dat blijkbaar koud. In naam van de oecumene wordt deze vraag van eeuwig levensbelang dan gewoonweg verdoezeld, of nog erger: aan de patiënten wordt gesuggereerd dat die vraag een bagatel is, waarover je in onze tijd niet meer hoort te spreken. Toen ik voor de telefoon dit grondverschil tussen Rome en Reformatie aan een woordvoerder van „De macht van het kleine" kenbaar maakte, noemde hij dat een theologische kwestie, waarmee we de patiënten niet moesten lastig vallen. Maar, zo was mijn wedervraag, als deze patiënten niet behoeven onderwezen te worden in de enige weg des heils, waarom hebt u dan nog zielzorgers nodig? Waarom kunnen de doktoren de zorg voor deze patienten dan niet alleen af? Op die vragen kreeg ik begrijpelijkerwijs geen antwoord.

We lazen nog: „De dienst werd besloten met een Avondmaalsviering, waarbij (de r.-k.) priester voorging." Weer vragen we: Welke zin werd daarbij gegeven aan de dood van Christus die daarin herdacht werd? Betekende die dood van Christus alleen maar „Jezus' gehoorzaamheid" en dus niet „plaatsvervangende straf"? (aldus de N.K.) of: „dat Zijn lichaam zo zeker voor mij aan het kruis geofferd en gebroken en Zijn bloed voor mij vergoten is, als ik met de ogen zie dat het brood des Heeren mij gebroken en de drinkbeker mij medegedeeld wordt" (Heid. Kat. zd.28).

Op de vraag nu of nog verder met „De macht van het kleine" kan meegewerkt worden, zou ik het volgende willen antwoorden:

a. medisch en sociaal moeten deze patiënten alle hulp ontvangen die nodig is. Mijn vraag is echter: wordt die hulp dan niet voldoende geschonken via onze officiële regeringsinstanties bv. het Ministerie van Sociale Zaken?

b. het is onverantwoord om financiële bijdragen te geven voor deze pastorale begeleiding. Want deze herders leiden de kudde niet naar de grazige weiden van het onvervalste Woord Gods. Zij brengen integendeel de schapen slechts in verwarring. Zij blijven het antwoord schuldig op de meest wezenlijke vraag van dit leven: Hoe vind ik een genadige God? of geven daar dubbelzinnige antwoorden op. c. Wij mogen echter niet volstaan met de afwijzing van „deze" pastorale begeleiding, maar moeten zorgen dat er dan een bijbelse pastorale begeleiding voor deze patiënten komt.

Wij zonden dit artikel naar het bestuur van „De macht van het kleine" en ontvingen het volgende antwoord:

Antwoord van „De macht van het kleine"

„Laten wij vooropstellen dat wij begrip hebben voor de gevoelens die u er toe brachten bovenstaand artikel te schrijven en dat wij ons uw vragen kunnen voorstellen. Toch willen wij proberen te verduidelijken waarom wij - al menen wij in dezelfde geloofstraditie te staan als u - uw bezwaren niet delen. Deze zelfde dingen zijn ook aan de orde geweest in het gesprek met de plaatselijke kerken. Na deze gesprekken bleek weliswaar een enkel kerkeraadslid moeite te houden met de gang van zaken, maar werd de ontwikkeling naar samenwerking in het algemeen van harte aanvaard.

Uitgangspunt hierbij is het belang van de patiënten. U moet dus wat bij ons gebeurt, zien tegen de achtergrond van onze situatie. Het is zeer voorstelbaar dat zoiets niet overal mogelijk is.

Wij willen onze patiënten - waarvan zoals men wellicht weet, een aantal geestelijk gehandicapt is - de Blijde Boodschap overbrengen van Gods liefde zoals wij die kennen in het verzoenende lijden en de opstanding van onze Heer Jezus Christus. Het blijkt in de praktijk dat zij in verwarring raken door de kerkelijke verschillen en dat wij dus door onze gescheidenheid de verkondiging van het Evangelie in de weg staan. Daarom is besloten tot aanstelling van pastor Groen als sluitsteen van een ontwikkeling die ook reeds had geleid tot gemeenschappelijke kerkdiensten en andere vormen van samenwerking. Uiteraard heeft het feit dat er een belangrijk aantal R.-K. patiënten is een rol gespeeld. Essentieel is echter dat zij die als geestelijke verzorgers met de patienten bezig zijn, zowel van Nederlands Hervormde als van Gereformeerde als van R.-K. zijde, mochten ontdekken dat zij dit doen in opdracht van dezelfde Heer. Vanuit deze gemeenschappe Iijke opdracht wordt daarom gemeenschappelijk gewerkt. Dat wil bepaald niet zeggen dat d aarmee het belangrijke erfgoed van de Reformatie wordt verworpen. De verschillen in opvatting blijven bestaan, maar worden geringer geacht dan de waarde van de samenwerking in het gemeenschappelijke geloof in de gekruisigde en opgestane Heer.

Wat de patiënten betreft is er een regelmatig overleg met de hoofden van de verpleegafdelingen, zodat tijdig gesignaleerd kan worden waar mensen moeite hebben met deze ontwikkeling. Bij alles blijft immers, zoals al gezegd, het belang van de patiënten voorop staan.

Het zal u dus duidelijk zijn, dat het bestuur niet onverschillig staat tegenover het reformatorisch grondprincipe: Sola fide, sola gratia. Het plaatsvervangend lijden en sterven van Christus is de basis, waarop gewerkt en het H.A. gevierd wordt.

Het lijkt ons wat haastig om konklusies te trekken t.a.v. het pastoraat in ons Instituut, zeker wanneer men de werkwijze niet kent. Het werken in teamverband maakt het praktisch onmogelijk om op andere dan in „De Macht van het Kleine" aangegeven wijze te werken. Een goed en intensief overleg binnen het pastoraat maakt het dan vervolgens mogelijk om iedere patiënt die pastorale begeleiding te geven, die deze op grond van zijn kerkelijke achtergrond behoeft.

In ons dagelijks werk trachten wij te werken vanuit het hart van het Evangelie van Jezus Christus en daarmee dienstbaar te zijn aan de aan onze zorg toevertrouwde mensen. Daarbij zal in ons Instituut mogelijk zijn, wat elders niet haalbaar is. Wij zijn bereid in dezer voege aan ieder, die dat wenst, verantwoording af te leggen van wat wij bezig zijn te doen.

Ds. L. Herlaar - Gereformeerd predikant

ONS KOMMENTAAR:

1. Het verblijdt ons dat deze r.-k. priester vasthoudt aan de pure christelijke belijdenis van het plaatsbekledende sterven van Christus en het dus blijkbaar niet eens is met de Nieuwe Katechismus en dus met zijn bisschop, mgr. Zwartkruis, die samen met de andere bisschoppen destijds die Nieuwe Katechismus in een voorwoord heeft aanbevolen. Maar is hij dan een trouwe volgeling van Paulus VI, die leert dat de mis (r.-k. Avondmaalsviering) een „echt en waar verzoeningsoffer" is; geheel overeenkomstig de leer van Trente?

2. Geen antwoord wordt gegeven op de vraag, of deze priester op de vraag: „Hoe vindt de mens een genadig God? Wat moet ik doen om zalig te worden?" antwoordt met de reformatie: „Door genade, door geloof, door Christus alleen" of met de r.-k. kerk in oude of nieuwe vorm: „Op grond van de werken."

3. Ds. Herlaar schrijft: „De verschillen in opvatting blijven bestaan, maar worden geringer geacht dan de waarde van de samenwerking in het gemeenschappelijk geloof in de gekruisigde en opgestane Heer."

Het gaat hier niet over „verschillen in opvatting", maar over verschillen in een kwestie van eeuwig levensbelang. Als christenen zien wij al het aardse, ook het lijden dat wij moeten ondergaan, geheel ondergeschikt aan deze eeuwigheidsvraag. Men zal de Heere Jezus toch moeilijk van gebrek aan liefde voor de gebrekkigen en gehandicapten kunnen beschuldigen. En tóch heeft Hij dit schijnbaar harde woord gezegd: „Het is u beter tot het leven in te gaan, kreupel of verminkt zijnde, dan twee handen of voeten hebbende, in het eeuwige vuur geworpen te worden" (Matth. 18:8). De mensen van de wereld zullen daarmee lachen en zich eraan ergeren. Ze zullen zeggen: Zorg eerst dat de mensen het goed hebben, dat ze verlost worden uit hun lichamelijke nood. Zij beschouwen deze vraag over de eeuwige zaligheid als een zinloze theologische haarkloverij. Maar Christus heeft gezegd: „Wat baat het de mens, zo hij de gehele wereld gewint, en schade lijdt aan zijn ziel?" (Matth. 16:26).

Velen zullen zich geprikkeld van ons afkeren, omdat wij dit beginsel (van Christus) ook van toepassing achten op gehandicapten en epileptici. We zijn bereid om deze smaadheid om Christus' wil te verdragen. Wij blijven het eeuwige stellen boven het tijdelijke, het hemelse boven het aardse, en we beschouwen onze lijdenden, ook onze epileptici en gehandicapten, daarin als mensen die volkomen gelijk zijn aan ons. En we roepen het ook hen toe als een vertroosting: „Want ik houd het daarvoor, dat het lijden van deze tegenwoordige tijd niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden" (Rom. 8:18). En we verkondigen ook hen het enige Evangelie: De mens wordt niet zalig door de goede werken (zoals de r.-k. kerk beweert), maar slechts op grond van geloof en genade.

4. In dit artikel kon ik niet diep ingaan op de verschilpunten Reformatie-Rome. Dat heb ik wel gedaan in mijn boek „Hand in hand met Rome?". Daarom verblijdde het mij dat een abonnee van ons blad, die eveneens abonnee en begunstiger is van „de macht van het kleine", bij ons dat boek heeft besteld met het verzoek het te zenden aan het bestuur van „De macht van het kleine."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1974

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

de geloofsbelijdenis doet er niet toe

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1974

In de Rechte Straat | 32 Pagina's