OF WOORD EN GEEST?
Ik kan begrijpen dat men vroeger tot zulk een bepaling is gekomen. In de woelige dagen van de reformatie bestond het gevaar dat volkomen onbekwame mensen puur uit winstbejag de kansel bestegen. Er was toen weinig kommunikatiemogelijkheid. Maar de Gemeente van Christus moet geen verordeningen uitvaardigen, die voor alle tijden gelden, wanneer die niet duidelijk in de Bijbel zijn te vinden, maar er door redenering uit zijn afgeleid. Dergelijke verordeningen behoren slechts een tijdelijk karakter te hebben en steeds weer moet men zich afvragen of dergelijke verordeningen ook in de tijd, waarin wij nu leven, nog zin hebben, of misschien eerder belemmerend voor de voortgang van het Woord Gods werken.
Misschien kunnen wij nu ook Israël beter begrijpen in de vele noodsituaties van zijn geschiedenis. We lezen bv. in 1 Sam. 12:12 een verwijt van Samuël aan de» stad Jabes in Gilead, die ingesloten was door de troepen van de wrede koning Nahas, dat ze toen om een koning hebben gevraagd, „terwijl toch de Heere, uw God, koning was". Dat Israël een mens als koning verlangde, was zwaar zondig, „want niet u (Samuël) hebben zij verworpen, maar Mij hebben zij verworpen dat Ik geen koning over hen zal zijn" (1 Sam. 8:7).
Misschien schudden we vroeger ons hoofd over die ongelovige en ongehoorzame joden. Ze konden toch weten — zo zeiden we dan — dat ze geen beter koning konden hebben dan de God van de wonderen, die hen voortdurend gered had uit allerlei benauwdheid.
Maar hebben wij, protestanten, nadat we in de reformatie de paus als koning hebben verworpen en alleen Christus als koning van Zijn volk hebben erkend, niet ongemerkt een nieuw soort koning naast Christus aanvaard nl. allerlei strakke kerkordening, waarop wij steunen?
Als rooms-katholiek heb ik het protestantse kerksysteem altijd als een ontstellende dwaasheid beschouwd. Ik dacht: ze moesten wel uiteenvallen in allerlei kerken en sekten, toen ze een absoluut pauselijk gezag afwezen. Als protestant ben ik echter gaan begrijpen, welk een grootse bijbelse visie daar achter zit nl. het geloof dat Christus ons door Zijn Woord en Geest zal leiden en één maken. Maar ik heb ook ontdekt dat de protestanten die geweldige geloofsvisie toch niet ten volle hebben durven verwezenlijken. En ik meen dat de Reformatie juist daarom toch veel rooms-katholieken niet heeft aangesproken. Ze hebben in de protestantse kerkorde een slap aftreksel gezien van het pausdom. Ze bemerkten dat ook de protestanten niet zonder meer in de voortdurende levende afhankelijkheid durfden staan van de Heere alleen, maar dat ook zij hun menselijke garanties wilden hebben in allerlei menselijke wetten, in organisaties zoals classis en synode. Maar wij mogen toch op de Heere alleen vertrouwen! Wij hebben toch de belofte van de Heilige Geest. De Heere zal Zelf nooit die Oliekraan dichtdraaien. Hij is trouw aan Zijn belofte.
Wie wél die Oliekraan kan dichtdraaien? Het is niet te geloven, maar de Bijbel zegt het: dat zijn wij! Wij kunnen de Heilige Geest „bedroeven" (Ef. 4:30) en zelfs „uitblussen" (1 Thess. 5 : 1 9 ) . En bedroeven wij de Geest Gods niet, wanneer wij nog zoveel op onze menselijke organisaties en verordeningen bouwen en niet uitsluitend op Jezus Christus, het Hoofd van de Gemeente? want de Heilige Geest wil juist zo graag Christus verheerlijken en niet onze organisaties en wetten.
Laten wij in deze tijd eens ernstig over dergelijke vragen nadenken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 1973
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 1973
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
