In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

ZIJN SPRONG IN DE VRIJHEID

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ZIJN SPRONG IN DE VRIJHEID

WAS TEVENS ZIJN SPRONG IN HET ZIEKENHUIS

10 minuten leestijd

In ons vorige nummer hadden we een kort berichtje geplaatst over pater Gregory in Trivandrum. We hebben aan br. Thottil, die thans op de Wartburg verblijft, gevraagd om een uitvoeriger relaas, hoe alles zich heeft afgespeeld. Br. Thottil vertelt:

We trokken aan de bel en de portier deed open. We traden het gastenkwartier van het klooster van de paters Carmelieten binnen. Er was iets vreemds die dag. Er lag aan de ene kant een beklemmende stilte in het eigenlijke gedeelte van het klooster, dat met gordijnen was afgesloten van het gastenkwartier. En toch namen we ook telkens gejaagde en nerveuze ritselingen waar van de getoogde monniken die door de gangen liepen. Het was vier uur 's middags op 11 augustus 1973. Een enkele monnik passeerde ons. Er lag een verbijstering op z'n gezicht te lezen. Het hele klooster leek wel op een belegerd fort. Er hing een angstige en bittere sfeer, alsof vijanden ieder ogenblik tot de stormaanval zouden kunnen overgaan.

We vroegen aan de portier of hij pater Gregory wilde roepen, opdat wij hem graag wilden spreken. Maar dat was de klap op de vuurpijl. Nauwelijks hadden we die naam uitgesproken, of de portier werd zenuwachtig en staarde ons onbeholpen aan. Toen keek hij langs ons heen en stamelde: „Hij.. hij.. hij is naar het ziekenhuis gebracht." Méér wilde hij niet loslaten. Wij drongen aan: „Vertel ons, in welk ziekenhuis is hij opgenomen?". Hij schudde zijn hoofd: „Ik weet het niet".

Terwijl wij zo met de portier stonden te bakkeleien om toch maar iets meer te weten te komen, kwam de overste uit het klooster naar buiten. Mijn advocaat, een vriend van mij, die ik mee had genomen als beschermer bij dit vuurgevecht, wees naar hem. We klampten de overste aan. Ik vertelde hem dat we gekomen waren om pater Gregory te bezoeken met het oog op een bepaalde wettelijke kwestie en stelde hem mijn vriend voor, die een heel bekende advokaat is in Trivandrum. Toen de overste de naam van deze advokaat hoorde, verstrakte hij. Hij deed erg gehaast en het was duidelijk dat hij ons graag zo spoedig mogelijk kwijt wilde zijn. Hij zei: „Ik weet niet goed wat er met pater Gregory is voorgevallen. Hij was de laatste zes, zeven maanden niet goed in orde. Hij is vandaag in een ziekenhuis opgenomen voor een behandeling".

„Zoudt u zo goed willen zijn ons de naam van het ziekenhuis te willen zeggen?" zo vroeg mijn vriend heel beleefd.

„Het spijt me", zo luidde meteen daarop het antwoord van de overste, „ik geloof niet dat het verstandig is hem op te zoeken. Hij is momenteel geestelijk nogal gestoord en..". Toen kon ik mij niet meer houden en onderbrak hem: „Houd a.u.b. op met die praatjes! Ik heb dat verhaal van u al twee jaar lang gehoord. Pater Gregory heeft het mij zelf verteld. Wij weten wat zich heeft voorgevallen. U vond pater Gregory te lastig. Hij sprak te veel en te openlijk de waarheid. En toen bent u een duivels plan gaan uitbroeden. U wilde hem onschadelijk maken door hem geestesziek te laten verklaren. Maak ons niets wijs. We leven niet meer in de tijd van de almachtige Inquisitie. Zeg ons, in welk huis u hem hebt opgesloten". Mijn woede-uitval trok de aandacht van een andere monnik, die eveneens op ons toekwam. Dat was een goede kans voor de overste om ongemerkt van het toneel te verdwijnen. Die andere priester was een vriend van ons. Hij was al eens meer bij ons thuis geweest en we hadden lange gesprekken met hem gehad. Hij nam ons mee naar de drukkerij van het klooster, enkele meters verderop. Hij wilde echter toch niets aan ons kwijt over pater Gregory. Blijkbaar durfde hij niet.

We zagen twee monniken uit de kerk komen, die daar biecht hadden gehoord. Ik hield ze staande en informeerde opnieuw naar pater Gregory. Ze disten allen hetzelfde vertelseltje op n.1. dat Gregory geestesziek was geworden en daarom in een zenuwinrichting was opgenomen. Maar niemand kon (beter: wilde) de naam van het ziekenhuis zeggen. Toen we bij het gebouw kwamen van de drukkerij, zagen we dat er heel wat mensen voor de poort waren samengedromd. Ook enkele politie- agenten hielden zich voor de deur op. Onze vriend pater zei: „Ze hebben in het klooster onze beste pater Gregory tot het uiterste gedreven. Dat is alles wat ik zeggen kan en wil. Stel mij geen verdere vragen meer. Vergeet niet dat ik nog in het klooster moet achterblijven, ook nadat u vertrokken bent". Daarna trok hij zich haastig terug. Toen het personeel van de drukkerij mij zag, kwamen ze naar mij toe. Ze praatten eerst allemaal door elkaar. Maar geleidelijk aan kreeg ik de ware toedracht te horen:

Om één uur had pater Gregory op de gebruikelijke wijze zijn middageten genuttigd tezamen met de andere kloosterlingen. Daarna woonde hij het half uur recreatie bij, dat de regel voorschrijft. De overste was al die tijd niet aanwezig. Om twee uur ging Gregory naar zijn cel op de eerste verdieping voor de siësta (middagdutje). Als gewoonlijk las hij eerst een stukje uit de Bijbel. Later vertelde hij aan de voorzitter van ons Trivandrum-comité, dat hij de Bergrede had gelezen, waaronder de zaligspreking: „Zalig zijn zij die vervolgd worden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen. Zalig zijt gij als de mensen u smaden en vervolgen en liegende alle kwaad tegen u spreken, om Mijnentwil. Verblijdt en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen, want alzo hebben zij vervolgd de profeten, die vóór u geweest zijn" (Mt. 5:10-12). Even bleef hij, gezeten voor zijn lessenaar, nadenken over het gelezene en klom toen in zijn bed.

Nauwelijks was hij gaan liggen, of hij hoorde haastige voetstappen op de trap. Ze naderden zijn deur. Zonder kloppen kwamen er twee zijn cel binnen. Gregory schrok. In een oogwenk overzag hij de hele situatie. Het was zijn overste, die met een dokter, voorzien van een injektiespuit, op hem toekwam. Vier jonge mannen stonden buiten op de gang te wachten. Gregory had het gele vocht in de injektiespuit gezien. Hij wist dat ze hem daarmee onder narcose wilden brengen, zodat ze daarna met hem zouden kunnen doen wat ze wilden. Het was alsof een gevoel van stijve stilte door heel zijn wezen trok. Hij geraakte niet in paniek, maar lag daar, gespannen in uiterste koelbloedigheid, als een dier, belaagd in nood. Eigenlijk had hij dat moment de laatste weken voortdurend verwacht. Dat moest ervan komen. Ze moesten zich van hem ontdoen. Hij was té onhandelbaar voor hen geworden. Hij had niet willen zwijgen, ondanks hun herhaalde bedreigingen. Ze konden hem niet langer op vrije voeten laten. En zo hadden ze dan besloten tot deze demonische overweldiging. De dokter met de injektiespuit was de direkteur van de zenuwinrichting. Nu zou het voor goed met hem afgelopen zijn. Nu zou hij officieel geestesziek worden verklaard.

Dat allemaal ging als een flits door zijn brein en tezelfdertijd besloot hij tot een taktiek, die hij ook reeds eerder overwogen had. Hij sloot meteen zijn ogen en deed alsof hij in een diepe slaap lag. De dokter boog zich over hem heen. De overste en een jonge man kwamen naderbij om te assisteren. Ze gingen aan het hoofdeinde van het bed staan en wilden zijn hand grijpen, zodat de dokter er de injektienaald in zou kunnen steken. Dat was het moment, waarop de beslissing vallen moest. Als eenmaal het vocht in zijn lichaam gespoten was, zou hij reddeloos verloren zijn, voor altijd veroordeeld tot het verblijf in een zenuwinrichting. Een uiterste woede boorde enorme bronnen van kracht bij hem aan. Als hete golven trok de haat door hem heen. Plotseling sprong hij van zijn bed en brulde als een gewond dier: „Help, help, ze willen mij doden". Een ogenblik stonden de dokter en de overste volkomen verrast en deinsden terug. En op dat moment glipte hij tussen hen door, klom in het venster en sprong naar buiten. Met die mogelijkheid hadden ze geen rekening gehouden.

Inderdaad, die sprong betekende voor Gregory wel de vrijheid, maar tevens het ziekenhuis. Hij brak een van zijn benen. Hij was terecht gekomen in de tuin van een huiseigenaar, die tot de Lutherse kerk behoorde. Toch was hij nog bang dat zijn vervolgers hem daar achterna zouden zitten en hem met geweld weer naar het klooster zouden terugvoeren. Hij riep om hulp. De huiseigenaar was afwezig, maar diens vrouw en kinderen kwamen meteen op het hulpgeroep af. Ze droegen hem naar binnen en verzorgden hem. Toen hij zich zo omringd zag van mensen die hem welwillend gezind waren, kreeg hij zijn zelfbeheersing weer terug en vroeg, of men direkt de politie wilde bellen. Dat gebeurde en de politie zorgde er toen voor dat hij zo spoedig mogelijk werd opgenomen in het ziekenhuis van Changanacherry. Zijn voet ligt nu in het gips en hij zal wel een paar weken in het ziekenhuis moeten blijven. Daarna wil hij naar ons ex-priesterhuis komen, waar hij vanzelfsprekend met alle liefde zal worden opgevangen.

De voorzitter van ons Trivandrum-comité, prof. P., is hem in het ziekenhuis gaan opzoeken. Hij heeft lang met hem doorgepraat over de redenen van zijn konflikt met de overste, over zijn aspiraties en idealen. Pater Gregory is nog niet tot de volle bevrijding van het geloof in Christus gekomen. Hij heeft nog niet de heerlijkheid ervaren van een verloren zondaar, die zijn Zaligmaker en Verlosser heeft gevonden. Maar in zijn hart is er een stuk worsteling om eerlijkheid, eerlijkheid ook tegenover zichzelf. Laten wij bidden opdat de volle doorbraak van het Licht der genade spoedig moge komen, ook bij hem.

Pater Gregory was doctor in de theologie. Hij heeft ook theologie gedoceerd in het kloosterseminarie. Hij was een welsprekend kanselredenaar. Hij had veel invloed onder de studenten en seminaristen - volgens de oversten een verkeerde invloed - en daaraan hadden ze op deze manier een einde willen maken. Ze hadden hem verweten dat hij niet loyaal genoeg was tegenover de kerk, maar hij had geantwoord dat hij in de eerste plaats loyaal moest zijn tegenover Christus. Toen hij tot de zekerheid was gekomen, dat een gewelddadig konflikt op de duur niet meer kon uitblijven, had hij kontakt met onze beweging gezocht en was meerdere keren bij ons komen aankloppen. De oversten waren dat te weten gekomen en dat werd voor hen waarschijnlijk een reden om niet lang meer te wachten met in te grijpen. Moge de Heere het hun niet toerekenen. Moge de Vader der barmhartigheid in Jezus Christus pater Gregory in genade aanvaarden en hem verder leiden op de weg naar het Licht.


NASCHRIFT VAN DE REDAKTIE

„Vermoorden leven onder ons!"

Natuurlijk weten wij heel goed, dat dergelijke dingen in Nederland niet meer voorkomen. In België echter is het nog niet zo heel lang geleden dat priesters gevaar liepen als geesteszieke in een zenuwinrichting te worden opgesloten, wanneer zij zich wat al te rebels gedroegen. Destijds heeft de Gentse kapelaan, M. V. J. de Craene, daarover een boek gepubliceerd onder de titel: „Vermoorden leven onder ons" (reeds lang uitverkocht). Hij beschreef in dat boek verschillende gevallen van priesters, die als geestelijk vermoorden hun leven sleten in een zenuwinrichting. Deze kapelaan is destijds door onze stichting opgevangen en verder geholpen. Hij heeft zijn kandidaatsexamen behaald aan de V.U. en is sinds 1961 gereformeerd (syn.) predikant; thans in Middelburg-Sint Laurens. Men zal Ds. de Craene moeilijk kunnen betichten van anti-roomse sentimenten, want hij zit in de redaktie van het uitermate oecumenische blad „Tenminste", waaruit wij reeds meerdere malen in IRS geciteerd hebben. Hij is ook lid van het deputaatschap „Reformatie-Rome" van de gereformeerde synode.

Wij menen dat publikatie van dergelijke mistoestanden in de r.-k. kerk van India een van de meest doeltreffende middelen is om daaraan op de duur een einde te maken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 1973

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

ZIJN SPRONG IN DE VRIJHEID

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 1973

In de Rechte Straat | 32 Pagina's